Aanvoer vee verhoogt risico voor diergezondheid

Foto: Herbert Wiggerman
De melkveesector maakt een, voor de diergezondheid, zorgelijke ontwikkeling door. Het percentage gesloten melkveebedrijven is in 5 jaar tijd gedaald van 54 naar 47%.Monitoring Diergezondheid Rund stelt een daling vast van het percentage gesloten melkveebedrijven naar 47%. Een gesloten bedrijf heeft in de laatste 12 maanden geen vee aangevoerd.FosfaatrechtenDe oorzaak ligt in de invoering van de fosfaatrechten. Veehouders willen die rechten (economisch) optimaal invullen met productief vee. Jongvee werd geminimaliseerd of geheel afgestoten. “De aanvoer als gevolg van te weinig jongvee geeft risico’s op het gebied van diergezondheid”, zegt Ria Derks, portefeuillehouder Diergezondheid vakgroep LTO-melkveehouderij.Tekst gaat verder onder de grafiekGesloten bedrijven zijn bedrijven die minimaal 12 maanden geen aanvoer van dieren hebben gehad. De kans neemt immers toe dat het melkleverende bedrijf jongvee tekortkomt voor de veevervanging. Vaak volgt dan aankoop van melkvee. Is alle jongvee afgestoten, dan wordt alle vervanging aangekocht van externe bedrijven (binnen- of buitenland), óf het bedrijf heeft een relatie met een opfokbedrijf, al dan niet in een veterinaire eenheid (zie kader hieronder) en krijgt het ‘eigen’ jongvee terug. Dit wordt echter gezien als aanvoer, en dus is het melkleverende bedrijf niet gesloten. Steeds meer bedrijven laten jongvee elders opfokken. Een flink deel van de daling van het aantal gesloten bedrijven is daaruit te verklaren.Tekst gaat verder onder het kaderBekijk mogelijkheden veterinaire eenheidEen Veterinaire Eenheid is bedoeld voor bedrijven die op meerdere locaties rundvee huisvesten (op de ene locatie het melkvee en op de andere locatie(s) de overige dieren) en die regelmatig onderling runderen uitwisselen.De runderen op alle locaties binnen de Veterinaire Eenheid worden door GD gezien als één rundveekoppel met gelijke diergezondheid statussen voor leptospirose, BVD, IBR, paratbc en salmonella. Bij verplaatsingen tussen de locaties hoeven er gen aanvoeronderzoeken plaats te vinden.In een veterinaire eenheid heeft een melkveebedrijf een relatie met maximaal twee jongveeopfokbedrijven. De bedrijven moeten een gelijke status hebben voor de verschillende dierziekteprogramma’s. Er moeten een regelmatige uitwisseling van vee zijn, verdeeld over het jaar. Het grote voordeel van een veterinaire eenheid is dat er veel administratieve rompslomp mee wordt voorkomen. Kijk voor alle voorwaarden en uitleg op www.gddiergezondheid.nl/ve.ImportDe toegenomen aanvoer van ‘eigen jongvee’ uit opfokbedrijven verklaart echter niet alles. Ook de import van koeien neemt toe. Tussen 2009 en 2014 lag het aantal ingevoerde koeien ouder dan twee jaar rond 19.000 dieren, zo blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemende Nederland (RVO). In 2015, het jaar van afschaffen van de melkquotering, is er een eerste piek van 32.000 dieren. Daarna stabiliseerde de import zich rond 25.000 dieren, maar in 2019 volgde een nieuwe piek van 46.000 koeien.Mogelijke verklaring is dat het scherpe snijden in de jongveestapel in de jaren ervoor een tekort opleverde voor de vervanging in 2019. In 2020 ligt het voortschrijdend totaal import koeien tot en met augustus op 24.944 dieren. Derks ziet echter dat veehouders weer iets meer jongvee aanhouden, dus denkt ze dat import weer wat kan en zal dalen.Tekst gaat verder onder de grafiekDe import piekt met ruim 46.000 koeien in 2019. in 2020 is het voortschrijdend totaal t/m eind augustus 24.944 dieren.Het is overigens niet bekend of de import bestaat uit slachtkoeien of melkkoeien. Uitgaande van een stabiel aantal stuks slachtvee, is de toename in de cijfers arbitrair toe te rekenen meer import van melkkoeien.DierziektenDe aanvoer van dieren is een risico omdat er dan een kans op insleep van dierziekten. Feit: het percentage leptospirose-vrij gecertificeerde melkveebedrijven is gedaald van 98 naar 96%. Meer aanvoer van dieren afkomstig van bedrijven met een onbekende status, waaronder importen, is daar oorzaak van. Bij 16.000 melkveebedrijven dus een verdubbeling van 320 naar 640 bedrijven die niet meer als leptospirose-vrij gecertificeerd zijn beoordeeld.Tekst gaat verder onder de grafiekMeer aanvoer van dieren afkomstig van bedrijven met een onbekende status, waaronder importen, lijkt oorzaak van de daling.Katrien van den Brink, dierenarts bij Royal GD: “Dat zijn niet gelijk allemaal bedrijven waar een besmetting is vastgesteld. Integendeel. Dat is slechts een heel klein deel, in het eerste kwartaal van 2020 is bij zeven bedrijven een besmetting met leptospirose vastgesteld. Het gros zit tijdelijk in een status ‘observatie’ na aanvoer van dieren met een onbekende leptospirose-status. Deze bedrijven met aanvoer tellen dus dan niet meer in het percentage leptospirose-vrij gecertificeerde bedrijven, waardoor dat percentage verandert.”KwartaaloverzichtenIn de kwartaaloverzichten van de Monitoring Diergezondheid wordt bij leptospirose specifiek gewezen naar import. Zo staat in het rapport derde kwartaal 2019: ‘twee omslagen door import vee’; in het vierde kwartaal 2019: ‘vier omslagen, onder andere door import’; en in het eerste kwartaal 2020: ‘twee omslagen door import.’Een omslag betekent dat de tankmelk voorheen vrij was van afweerstoffen, maar dat bij de laatste twee monsternames achtereen wel afweerstoffen zijn gevonden. Een omslag dus van negatief (geen afweerstoffen aangetoond) naar positief (afweerstoffen aangetoond).Veilingen in Duitsland leveren vaak goede en gezonde dieren af. Toch blijft het zaak om bij elke import de dieren eerst te screenen op verschillende dierziekten. - Foto: Henk RiswickLeptospirose niet enige probleemLeptospirose is niet het enige probleem bij import. Zo maakt Monitoring Diergezondheid in het derde kwartaal van 2019 specifiek melding van insleep van Streptococcus agalactiae (SAG), een mastitisverwekker, als gevolg van import op drie melkveebedrijven die voorheen niet met deze bacterie te kampen hadden.Uitbraken met SAG worden in Nederland nog maar sporadisch waargenomen. Een uitbraak kan sterke toename van het antibioticagebruik en grote economische schade geven door extra werk en melkderving.Risico op insleepIn de begeleidende verklaring bij de verschillende dierziekten staat de toch wat alarmerende opmerking: ‘Opnieuw veel aanvoer van rundvee met een lagere status in diverse programma’s, waarvan een groot deel geïmporteerde dieren.’ Naast de in programma’s gevolgde dierziekten (IBR, BVD, leptospirose, paratbc en Salmonellose) is er ook altijd risico op insleep van andere ziekteverwekkers bijvoorbeeld op gebied van mastitis, maar denk ook aan besmettelijke klauwaandoeningen of mycoplasma.‘Gesloten bedrijfsvoering het veiligst’Van den Brink ziet aankoop van vee altijd als een risico. “Gesloten bedrijfsvoering is in het kader van insleep dierziekten het veiligst.” Derks onderschrijft dat. Transport van dieren betekent altijd kans op ziekte-insleep. Is aankoop onvermijdelijk, koop dan aan van vrije bedrijven. Daarnaast is het mogelijk om een 1-op-1-relatie met een jongveeopfokbedrijf met gelijke gezondheidsstatus aan te gaan.Bij aankoop van bedrijven (binnen- en buitenland) waarvan niet bekend is wat de gezondheid statussen zijn dan is het risico vooraf niet goed in te schatten. Voordeel van dieren van Nederlandse bedrijven is dat van meerdere dierziekten de status bekend is op basis van de programma’s van GD.Omdat veehouders weer wat meer jongvee aanhouden lijkt er meer balans tussen opfok en vervanging, denkt Ria Derks van LTO. - Foto: Herbert WiggermanGezondheidsstatus checkenVan den Brink adviseert om bij aanvoer van vee binnen Nederland altijd op de dag van aanvoer de gezondheidsstatus van het bedrijf te bekijken waar het vee vandaan komt. Dat is te zien in het openbaar register, mits bedrijven toestemming hebben gegeven daarvoor, of op het actuele bedrijfscertificaat met de datum van de dag van aanvoer.Daarnaast is het advies bij aanvoer van rundvee met een onbekende status de runderen voor te screenen in bloed op het herkomstbedrijf. Zo is vooraf een risico-inschatting te maken op basis van de uitslagen. Het is voor het behoud van de diergezondheidsstatus meestal nodig om de dieren na aanvoer nogmaals te onderzoeken omdat er tijdens transport ook altijd besmettingen kunnen plaatsvinden.QuarantaineVerder is het advies om aangevoerde dieren vier weken in quarantaine te houden. “Voorscreening kost geld, maar insleep van dierziekten kost nog veel meer”, zo waarschuwt Van den Brink. Zo kent ze enkele gevallen van insleep van leptospirose waar de betrokken veehouders voor tienduizenden euro’s kosten moeten maken voor bloedonderzoek, antibiotica, afvoer dieren en tijdelijke stop van melklevering.Voorscreening kost geld, maar insleep van dierziekten kost nog veel meerKatrien van den Brink, dierenarts bij Royal GDVerplichten van zo’n screening is niet wenselijk, denkt Derks. “Dat geeft meer kosten en is nooit 100% dekkend.” Zij vindt bewustwording veel belangrijker. “De signalen uit de Diermonitor zijn helder en iedere veehouder moet bij het besluit tot aanvoer van vee de risico’s zoveel als mogelijk beperken. Zowel in het belang van het eigen bedrijf als dat van de sector.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









