‘Sterk minder incidenten met veevoer’

Foto: Dennis Wisse

Foto: Dennis Wisse


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Een kwart eeuw GMP-certificatie heeft veel meer voederveiligheid gebracht, terwijl dit, afgezet tegen de opbrengsten, amper meerkosten veroorzaakte. Aldus Johan den Hartog, algemeen directeur van GMP+ International.Van een relatief simpel kwaliteitsprogramma in het begin van de negentiger jaren van de vorige eeuw, is GMP+ nu uitgegroeid tot een internationaal opererend ‘schema’ voor veevoederkwaliteit, met een omzet van € 4 miljoen (zonder winstoogmerk).GMP (Good Manufacturing Practices, oftewel goede manier van produceren) heeft nu 16.000 deelnemers in 80 landen over de hele wereld. Eerst om overal daar te zijn waar de Nederlandse veevoerindustrie haar grondstoffen vandaan haalde. Inmiddels gaat het om meer. In bijvoorbeeld Azië zijn veel bedrijven aangesloten, omdat ze zich willen spiegelen aan onze standaarden, vertelt Den Hartog. Hij was onlangs voor een drieweekse reis in Azië, om met partners te spreken.Johan den Hartog, algemeen directeur van GMP+ International. Foto: Dennis WisseWordt verspreiding van het GMP-model daarmee een doel op zichzelf, of blijft het oorspronkelijke Nederlandse belang door alles heen voorop staan?Den Hartog: “GMP+ is opgericht door de partijen die ook de dragers waren van het Productschap Diervoeder. Zij hebben zich verenigd in een stichting, die de aandelen in GMP+ bezit. Het blijft hen vooral gaan om het Nederlandse belang. Daarbij is Nederland qua diervoederveiligheid nog steeds het gidsland. Nederlandse bedrijven zijn internationaal actief, sommige grondstoffen komen nog steeds vanuit heel de wereld. Daarbij kunnen ook dierlijke producten van elders met de Nederlandse concurreren. Daarom is het van belang dat de diervoederveiligheid daar gelijk is aan die in Nederland.”Wat was de directe aanleiding voor de oprichting van GMP(+)?“Begin jaren negentig van de vorige eeuw wilden de Nederlandse zuivel-, eieren-, en vleessectoren zich beter profileren op basis van kwaliteit. Daarbij kwam ook een verzoek van toenmalig landbouwminister Gerrit Braks om meer eigen verantwoordelijkheid te nemen in het beheersen van de diervoederveiligheid. Zo werd de aanzet gegeven voor een ‘Good Manufacturing (GMP) Code’. Daarmee waren we als Nederland veruit de voorloper, binnen de EU en wereldwijd. Een serie veevoerincidenten zorgde voor verdere ontwikkeling van het schema.We zagen dat de oorzaak van de meeste voerproblemen lag in de aanvoerketen. We redeneerden dat, als daar risico’s ontstaan, we die ook ter plekke moesten beheersen. Meestal was (en is) dat buiten Europa: Brazilië, de VS, Azië. Vanaf 1998 deden ook de Duitse mengvoerindustrie en collecterende graanhandel mee.Geleidelijk werd het GMP-schema uitgebouwd. Eind jaren negentig werd het ook pro-actiever gemaakt. Het betekende dat we het HACCP-systeem opnamen. Dat is bedoeld om risico’s vroegtijdig te kunnen onderkennen en aanpakken. Verder ontwikkelden we instrumenten om vervuilingen in diervoeder(grondstoffen) snel te kunnen beheersen, via een betere traceerbaarheid en een terughaal-verplichting. Ook werd een ‘early warning’-systeem opgezet, zodat leden die een probleem ontdekten, verplicht werden om ook GMP te informeren.”‘Het wil niet zeggen dat er geen incidenten meer waren’.Met welk effect?“We merkten dat het aantal incidenten met veevoer geleidelijk afnam. De jaren negentig van de vorige eeuw was de meest heftige periode. Daarna deden zich merkbaar minder problemen voor, zeker die van grote omvang. Het wil niet zeggen dat er geen incidenten meer waren. Zo was er in 2003/2004 nog de MPA-affaire. De hele aanvoerketen is toen versneld onder GMP gebracht.” Toch vond de zuivelindustrie het in 2014 nog nodig om SecureFeed op te richten ...“De zuivel wil extra waarborgen. Niet door nog scherpere eisen, maar via een specifiek toegesneden pakket met een aantal hoofdeisen uit het GMP-schema. GMP is zoveel mogelijk internationaal. Dat is aan te vullen met ‘country notes’. Zo kun je het pakket van SecureFeed ook zien. Bovendien wordt in SecureFeed nog intensiever kennis gedeeld. Overigens wordt gewerkt aan nauwere samenwerking met SecureFeed.”Een medewerker van GMP+ voert een audit uit bij een aangesloten bedrijf. Dit gebeurt periodiek. Het toezicht op de veevoerkwaliteit is getrapt georganiseerd. Bedrijven die in Nederland actief willen zijn met veevoer, moeten een erkenning hebben, van de NVWA. Daarnaast is private certificering nodig, van belang voor de aansprakelijkheid. Meestal is dat via deelname aan GMP+. Die audit bedrijven. Een alternatief is het Belgische Ovocom. Wie voer wil verkopen aan melkveebedrijven, heeft verdere certificering nodig, bepaalde zuivelkoepel NZO. Hiervoor is in 2015 SecureFeed opgericht. Directe aanleiding waren problemen met aflatoxine in mais. Voor SecureFeed is er eveneens een alternatief. Sinds vorig jaar eist vleeskoepel COV ook extra certificering via SecureFeed. In de vleeskalversector is er de Stichting Kwaliteitscontrole Vleeskalversector. Het toezicht op het toezicht ligt bij de NVWA. Foto: Fred LibochantGMP+ is gaandeweg een wel heel uitgebreid pakket eisen geworden, met heel veel modules en uitwerkingen. Kritiek is dat het wel erg onoverzichtelijk is geworden en moeilijk om door te komen.“We hebben juist een serie bijeenkomsten gehad met deelnemers in Duitsland en Nederland om de transparantie te vergroten. Ook willen we via onze website de informatie meer op maat aanreiken voor bepaalde sectoren, zoals voor het transport, of alleen voor het mengvoer.”Andere kritiek is dat het systeem – vooral door het massieve pakket, en de kosten – de ‘grote jongens’ bevoordeelt.“Deelnemers uit alle geledingen laten we meepraten over de invulling van zaken. We proberen met diverse belangen rekening te houden. Bovendien zie ik dat ook kleine bedrijven goed kunnen werken met GMP+. Dat kan doordat ze een adviesbureau inschakelen. Als mensen op een goede manier met het GMP-systeem omgaan, is het prima te doen. Ook moet men zaken niet moeilijker maken dan nodig.”Maar de verantwoording moet wel goed, toch?“Ja.”Sommige veevoerbedrijven gaan vanwege de kosten op zoek naar goedkopere certificeerders, bijvoorbeeld in België. Kan GMP+ niet met een goedkoper pakket komen voor de kleinere ondernemingen?“We zien natuurlijk liever niet dat bedrijven naar een ander gaan, maar wij willen hen de keuze laten maken op basis van de meerwaarde die we leveren. Overigens betwijfel ik of andere schema’s goedkoper zijn.” Ik heb begrepen dat jullie in Azië bijvoorbeeld het GMP-schema meer op maat willen aanbieden, meer aansluitend op de lokale structuren. Daar misschien wel met ook een instaptarief?“Ja, in sommige nieuwe markten en regio’s waar we nog niet zo actief zijn, bieden we de mogelijkheid om grondstoffen van niet-gecertificeerde leveranciers te kopen op basis van een zogeheten poortwachter protocol. Zo’n aanpak spreekt aan, omdat het de mogelijkheid biedt van betere risicobeheersing.”‘Uiteindelijk levert het meer op dan het kost’.Wat heeft dit 25 jaar GMP de veehouder allemaal gebracht? Je hoort al snel de klacht dat schema’s als van GMP+, met z’n uitgebreide pakket aan eisen en vele sub-pakketten met specifiekere eisen het voer flink duurder maken.“Ik geloof niet dat GMP+ echt meerkosten heeft veroorzaakt. Door de strengere eisen is er wel een zekere beperking geweest in het aantal te gebruiken grondstoffen, omdat ze niet veilig genoeg werden bevonden. Ondertussen heeft het verbeterde kwaliteitstoezicht gezorgd voor minder incidenten en het imago van het dierlijke exportproduct uit Nederland verbeterd. Uiteindelijk levert het meer op dan het kost.”Het aantal incidenten met veevoer en de ernst ervan is geleidelijk afgenomen, constateert u, maar er blijven nog diverse uitdagingen over, zoals ook blijkt uit jullie eigen rapportage over 2016.“Dat klopt. Het bewaken van de kwaliteit van onbewerkte grondstoffen blijft complex, omdat je steeds te maken hebt met veranderlijke lokale omstandigheden als het weer bij de teelt, oogst en het transport van bijvoorbeeld mais of soja. Het ene jaar kan er veel aflatoxine zitten in mais uit de ene regio, het daarop volgende jaar is het weer anders. Hetzelfde geldt voor transport en opslag van producten.”‘Wij zien bijvoorbeeld dat (EU-)wetgeving in Duitsland soms anders wordt geïnterpreteerd dan in Nederland’.En dan is er de problematiek van de residuen van pesticiden.“De laatste jaren zien we regelmatig vervuilingen met residuen van bestrijdingsmiddelen en andere pesticiden in veevoer. In een aantal gevallen betreft het residuen van niet in Europa toegelaten middelen. Op basis van dit soort waarnemingen attenderen we de deelnemers erop extra alert te zijn. Vaak zijn er dan geen residu-normen voor en moeten praktijknormen worden afgeleid van normen voor ander gebruik van die middelen. Daarbij komt dat de interpretatie van de normen niet in elke EU-lidstaat hetzelfde is. Wij zien bijvoorbeeld dat (EU-)wetgeving in Duitsland soms anders wordt geïnterpreteerd dan in Nederland. Dat is redelijk onwerkbaar. We dringen wel aan op harmonisatie van het beleid op dit gebied voor de hele EU, maar dat proces loopt niet snel.” Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor GMP+?“De vraag hoe we het schema verder kunnen optimaliseren, hoe we zaken op lokaal niveau meer op maat en aangepast aan de lokale structuur kunnen aanbieden, bijvoorbeeld in Azië, zonder afbreuk te doen aan het niveau van de borging. En dan is er de vraag hoe we mensen nog meer bewust kunnen maken van een ‘feed safety culture’. Diervoederveiligheid moet geen prioriteit zijn, want die is te vervangen door een andere. Diervoederveiligheid moet een kernwaarde zijn.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.