Sector werkt aan reductieplan fijn stof

Foto: Koos Groenewold

Foto: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Dat de pluimveesector van de overheid zelf een plan mag maken voor reductie van fijn stof, is een kans, vindt Jan Workamp. Hij is kartrekker van het team dat werkt aan een sectorplan fijnstofreductie.Een eigen plan biedt meer mogelijkheden om fijnstofreductie haalbaar en betaalbaar te realiseren. Daardoor is er in de sector naar verwachting meer draagvlak voor te vinden.Eind vorig jaar zette het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) het sein op groen voor de pluimveehouderij om met een eigen plan voor reductie van fijn stof te komen. Inzet van de pluimveesector is het realiseren van een gezondheidswinst, die overeenkomt met het strategische doel van de overheid: van 50% fijnstofreductie in 2030 ten opzichte van 2016.Het sectorplan is een alternatief voor het beleidsvoornemen van het ministerie van LNV om fijn stof aan te pakken. LNV wilde bestaande bedrijven per wet verplichten tot 50% fijnstofreductie en bij nieuwe bedrijven zou dat 70% moeten worden.Samen werken aan sectorplan“LNV was van plan om generieke, landelijke percentages fijn stof wettelijk vast te leggen. De bijbehorende regelgeving zou enorm veel van de pluimveehouderij vragen. Met een eigen plan kan de sector veel flexibeler werken om uiteindelijk een vergelijkbaar resultaat te bereiken met wat de overheid wil”, zegt Jan Workamp. Hij is de voorman van een kernteam met bestuurders van LTO/NOP en NVP, en werkt met hulp van een aantal werkgroepen aan het sectorplan.Volgens Workamp is het verstandig om als pluimveesector met reductie van fijn stof aan de slag te gaan. “Je zou natuurlijk ook kunnen blijven discussiëren over het nooit aan te tonen causale verband tussen specifiek het fijn stof uit de pluimveehouderij en de volksgezondheid. Maar dat gaat ons niet veel opleveren. Voor de juiste context is het wel belangrijk goed inzicht te hebben in de bijdrage vanuit de sector. Illustratief is bijvoorbeeld de forse verbetering van de luchtkwaliteit in Nederland tijdens de eerste coronalockdown vorig voorjaar. Dat liet duidelijk zien dat andere bronnen dan de pluimveehouderij een grote rol spelen. Dit neemt niet weg dat de pluimveesector zijn verantwoordelijkheid moet en wil nemen. Het is belangrijk voor maatschappelijke acceptatie.”Aanpakken fijn stof is zinvolFijn stof, ongeacht de bron, heeft een negatieve invloed op de humane gezondheid. Het verlies aan gezondheid door fijn stof, uitgedrukt in levensmaanden, wordt zelfs, na roken en ongezonde voeding, hoger berekend dan gebrek aan beweging.
De uitstoot van fijn stof vanuit de pluimveehouderij is onderdeel van de totale fijnstofbelasting. “Maar de pluimveehouderij is zeker niet de enige bron”, stelt Jan Workamp, kartrekker van het sectorplan fijnstofreductie. “Dat zijn ook industrie, autoverkeer, scheepvaart en luchtvaart en houtstook. Iedereen moet z’n steentje bijdragen. Als de overheid daar voor zorgt, draagt dat ook bij aan het draagvlak in de pluimveesector.”Gebiedsgerichte aanpak fijn stofHet sectorplan fijnstofreductie moet bij uitvoering leiden tot vergelijkbare resultaten, uitgedrukt in reductie of gezondheidswinst, die de overheid zou willen behalen via een wettelijke verplichting. “In tegenstelling tot het overheidsplan gaan wij voor een generieke aanpak, aangevuld met een gebiedsgerichte aanpak. We denken dat er veel fijnstofwinst te boeken valt door in te zetten op een zogenoemde hotspotbenadering. Hot spots zijn plekken waar pluimveebedrijven relatief veel fijn stof uitstoten, en waar veel mensen omheen wonen. Op plekken met minder fijnstofuitstoot en/of minder mensen kun je dan minder zware reductienormen hanteren.” Met een eigen stikstofreductieplan heeft de pluimveesector meer zelf de regieEen eigen plan biedt volgens Workamp ook meer mogelijkheden voor het hanteren van een realistisch tijdsplan. “Dus pluimveehouders niet opzadelen met investeringsverplichtingen op momenten die totaal niet passend zijn. Met een eigen plan heeft de pluimveesector meer zelf de regie.” Tekst gaat verder onder de foto‘s
Studenten voeren een meting uit aan een emissiereductiebeperkende techniek in een pluimveestal in het kader van een project in de Gelderse Vallei naar fijnstofreducerende technieken. Dit project heeft recent erkenning voor verschillende nieuwe technieken opgeleverd. - Foto: Koos GroenewoldMeetapparatuur voor fijn stof in een vleeskuikenstal. - Foto: Wageningen URLees ook: Project fijnstofreductie pluimvee een succesNog een groot voordeel van een sectorplan, volgens Workamp, is dat de kans op succes toeneemt door nauwe samenwerking met provinciale en gemeentelijke overheden, omgevingsdiensten, bedrijfsleven en instanties in de periferie van de pluimveehouderij. “Ik maak weleens de vergelijking met de antibioticareductie in de veehouderij die op vergelijkbare wijze is aangepakt. Door krachtenbundeling van alle betrokken partijen rond het boerenbedrijf is het gebruik van antibiotica in korte tijd spectaculair verminderd. Samen optrekken leidt tot meer energie en grotere effecten. Het alternatief is het hanteren van wettelijke eisen. Je mag verwachten dat dit meer weerstand, dus minder goede resultaten oplevert.”Succesfactoren sectorplanOf het sectorplan in de praktijk succesvol is, hangt onder meer af van de technische mogelijkheden om uitstoot van fijn stof te verminderen. Workamp is optimistisch op dit punt. “De afgelopen jaren hebben we allerlei ontwikkelingen gezien, en voor de komende jaren verwacht ik meer innovatie. Verdere samenwerking tussen de sector, bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid is daarvoor natuurlijk onontbeerlijk.”In hoeverre pluimveehouders de techniek ook daadwerkelijk gaan toepassen in hun stallen, hangt onder meer af van de invloed op de kostprijs. “Financiële en fiscale ondersteuning vanuit de overheid kan ondernemers stimuleren om de financiële hobbels te verkleinen.”Wat daaraan ook zou kunnen bijdragen, is het koppelen van verduurzaming, zoals fijnstofreductie aan het verdienmodel van een pluimveebedrijf. “Daar liggen mogelijk kansen. Je ziet steeds meer concepten, met een verkorte keten en een eerlijke prijs. Hopelijk leveren de gesprekken met supermarkten over het afdragen van een deel van de omzet aan een fonds voor agrariërs, iets op.”Vergunningenbeleid punt van zorgEen punt van zorg vindt Workamp de invloed van het huidige vergunningenbeleid. “Pluimveehouders die nu investeren in bepaalde technieken, bijvoorbeeld een strooiselschuif, maken daar niet altijd melding van bij de vergunningverlener uit angst om rechten te verliezen. Als dit niet verandert, zal de vermindering van fijnstofuitstoot niet of onvoldoende zichtbaar worden. De fijnstofuitstoot wordt namelijk berekend op basis van de verleende vergunningen. We moeten toe naar een systeem van registratie van stalaanpassingen dat niet leidt tot verlies van rechten.”Sectorplan moet overheid vertrouwen gevenIn juni moet het sectorplan fijnstofreductie klaar zijn. Workamp beseft dat er veel op het spel staat. “We moeten komen met een plan dat de ministeries van LNV en I&W voldoende ambitieus vinden en hen vertrouwen geeft dat de aangegeven reductie of gezondheidswinst daadwerkelijk behaald wordt.” De stok achter de deur van de overheid zijn wettelijke eisen die ingaan per 2022 bij afwijzing van het sectorplan. Tekst gaat verder onder de foto Legpluimveehouder Helmus Torsius heeft een bedrijf in Putten (Gld.). Legpluimveehouder: ‘Stappen zetten om fijn stof te reduceren’“Als pluimveesector ontkom je niet aan het zetten van stappen om de uitstoot van fijn stof te reduceren, vindt legpluimveehouder Helmus Torsius in Putten (Gld.). “We staan als sector volop in de maatschappelijke schijnwerpers. Om draagvlak te houden in de maatschappij en bij de politiek is het goed om fijn stof te minderen. Toch is dat heel lastig, want het rendement van fijnstofreducerende maatregelen is vrijwel niet uit te rekenen. Ook al mag je verwachten dat minder fijn stof in de stal gunstig uitpakt voor de diergezondheid en de technische resultaten. Daar komt bij dat minder stof ook goed is voor de gezondheid van de mensen die in de stallen werken. Desalniettemin praat je over investeringen die heel moeilijk terug te verdienen zijn”, stelt Torsius.

Het is volgens Torsius dan ook logisch dat pluimveehouders niet staan te trappelen om met fijn stof aan de slag te gaan. “Zeker als je weet dat ondernemers in de pluimveehouderij de afgelopen jaren op diverse fronten met extra kosten te maken hebben gekregen die ze niet kunnen doorberekenen in de prijzen die ze voor hun producten ontvangen.“

Sector heeft niet stilgezeten
Torsius vindt ook dat bij de politiek niet de indruk mag ontstaan dat de pluimveesector jarenlang heeft stilgezeten als het om fijn stof gaat. “In mijn eigen sector, de legpluimveehouderij, heb ik gezien dat veel van mijn collega’s na de omschakeling van kooihuisvesting naar alternatieve huisvestingssystemen investeringen hebben gedaan die bijdragen aan fijnstofreductie. Daarbij denk ik vooral aan technieken om mest te drogen.”

Pluimveehouder Torsius juicht toe dat de sector de kans heeft gekregen om een eigen plan voor fijnstofreductie te maken. “Dit zelf oppakken is goed voor de acceptatie binnen de pluimveehouderij. En ik verwacht dat een sectorplan iets meer rekening houdt met wat realistisch is.”

Voor zijn eigen bedrijf heeft Torsius besloten om te investeren in extra fijnstofreducerende maatregelen. “Voor ons geldt wat voor de hele sector geldt; ons bedrijf is omringd door natuur en we houden graag een goede band met onze omgeving.” Torsius vertelt dat hij al een aantal jaren heeft geëxperimenteerd met technieken die helpen om de uitstoot van fijn stof te verminderen.

Investeren in ledverlichting met ionisatie
Hij heeft er voor gekozen om alle vier stallen op zijn bedrijf uit te rusten met ledverlichting met ionisatie van Freshlight Agri. “Daarmee slaan we twee vliegen in een klap. De ionisatietechniek zorgt ervoor dat fijnstofdeeltjes samenklonteren en neerslaan. Met de mest verdwijnen ze later uit de stal. De ledlampen geven licht dat vergelijkbaar is met daglicht. Dat is goed voor mens en dier. Het zogenoemde full spectrum daglicht in combinatie met multicolor verlichting is voor mij bovendien een belangrijk hulpmiddel bij het managen van onbehandelde hennen. De kippen zijn rustiger.”

Torsius maakt bij de investering in ioniserende stalverlichting gebruik van de subsidieregeling Investeren in bewezen innovaties voor stallen. “Vanwege het gebrek aan rendement is het positief dat de overheid pluimveehouders met subsidie stimuleert om fijn stof verder te verminderen.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Pluimveenieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.