‘Ouwe lullendagen voor boeren’
Het zijn vast ambtenaren die de nieuwe uitkoopregeling voor boeren bedachten. Achter hun bureau, zwoegend uitziend naar hun pensioen. Dat komt al later door de hogere AOW-leeftijd. Gelukkig hebben ze hun seniorendagen, extra vrije dagen, ook wel ‘ouwe lullendagen’ genoemd. Dus denkt zo’n ambtenaar: “Boeren werken vaak lang door. Laat mij de laatste jaren voor hen wat minder zwaar maken.” En hij bedenkt de regeling voor het houden van minder koeien.

De ouwe lullendagen voor boeren werken vooral schaalvergroting in de agrarische sector in de hand. Voor een ambtenaar op weg naar zijn pensioen zijn vooral de eigen vrije dagen het referentiekader. Afbeelding inzet ter illustratie: papierwerk op weg naar de boer. Foto: Mark Pasveer. Afbeelding achtergrond ter illustratie. Tenten op een boerencamping. Foto: Michel Zoeter
Dan komt er minder stikstof. Hij stelt het voor aan toenmalig minister Wiersma. Die ontvangt hem met open armen: ‘Nu kan ze ook eens komen met een plan dat kans van slagen heeft. De stikstofuitstoot wordt lager; de regeling is vrijwillig en boeren dobberen rustiger naar het eind van hun boer-zijn.’ Ze stuurde het plan naar Brussel en vorige week kwam de goedkeuring. Minister Van Essen zond het meteen naar de Tweede Kamer.
Het voorstel is aantrekkelijk voor boeren die toch al willen stoppen. Maar ook voor kleine bedrijven en boeren met een neventak. Stel je hebt een camping en een boerderijwinkel. Je hebt 60 koeien en verkoopt er 12. Je krijgt drie jaar lang een vergoeding van 1606 euro per koe. Dat is jaarlijks 19.272 euro. Je bent nog steeds boer en je kunt nog altijd de gasten de koeien laten knuffelen. De oudere boer kan in een wat lagere versnelling even langer doorgaan. Dat is toch een prachtkans?
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Ach vergaderboer. Als je zelf ook eens wat leest in vakbladen voordat je wat schrijft dan zou je ook kunnen weten dat het niet de ambtenaren zijn die dit hebben bedacht. Wel uitgewerkt.