Nieuw mestbeleid raakt ook pluimveehouderij

Foto: Koos Groenewold
Ook voor de pluimveehouderij kan het door minister Schouten aangekondigde mestbeleid grote gevolgen hebben. Ondernemers komen voor keuzes te staan, en het is onduidelijk wat er met de mestafzetkosten zal gebeuren. Veel hangt af van de uitwerking van het nieuwe beleid.Begin vorige maand zorgde minister Carola Schouten van LNV weer voor reuring in agrarisch Nederland. De minister stuurde een brief naar de Tweede Kamer waarin ze de contouren voor een toekomstig mestbeleid uit de doeken deed. Het meest ingrijpend van het nieuwe beleid dat Schouten tussen nu en tien jaar wil doorvoeren, is dat pluimveehouders en varkenshouders zullen moeten kiezen voor grondgebondenheid of voor het laten verwerken van alle mest die op het bedrijf geproduceerd wordt (lees kader hieronder: Kernpunten nieuwe mestbeleid). Melkveehouders en vleesveehouders moeten hoe dan ook zorgen dat ze grond genoeg onder hun bedrijf krijgen.MestfraudeMinister Schouten vindt dat het huidige mestbeleid te ingewikkeld is, en niet effectief genoeg is om milieudoelen te halen; en bovendien fraude in de hand werkt. Met het nieuwe mestbeleid wil de minister bijdragen aan een meer grondgebonden landbouw waarin nutriëntenkringlopen worden gesloten, en een landbouw waarbij emissies worden beperkt tot een minimum en de bodemkwaliteit wordt verbeterd. De minister verwacht dat het nieuwe beleid waarin veehouders scherpe keuzes moeten maken, zal leiden tot een verdere professionalisering van mestverwerking.Reacties vanuit de agrarische sector op het nieuwe mestbeleid zijn vooral kritisch. LTO Nederland vindt het verkeerd dat de minister agrarische ondernemers niet aanspreekt op hun individuele verantwoordelijkheid, maar dat ze de hele sector over één kam scheert. Lees verder onder het kader. Kernpunten nieuwe mestbeleidKernpunten van het nieuwe mestbeleid dat LNV-minister Carola Schouten wil uitwerken:
Alle melkvee- en vleesveebedrijven volledig grondgebonden. Intensieve veehouderijbedrijven moeten alle mest gaan afvoeren en verwerken, of ook grondgebonden worden met behulp van samenwerkingscontracten. Pluimveerechten blijven om de veestapel te begrenzen. In gebieden waar milieunormen zoals nitraatgehalte van grond- en oppervlaktewater nog niet worden gehaald, komt een gebiedsgerichte aanpak.
Voor pluimveehouders betekent dit:
► kiezen tussen volledige grondgebondenheid, eventueel met grond in een samenwerkingsovereenkomst; óf
► verplichte afvoer en verwerking van alle mest, dan geen eigen mest op eigen grond. En eigen grond bemesten met aangevoerde mest van collega’s uit de regio of met bewerkte mestproducten.Gevolgen voor pluimveesectorOp het eerste oog lijkt de pluimveehouderij in vergelijking met andere sectoren betrekkelijk weinig last te ondervinden van het nieuwe mestbeleid. De meeste pluimveebedrijven voeren immers al bijna alle mest van het bedrijf af, voor verwerking of export. De LTO/NOP Vakgroep Pluimveehouderij gaat ervan uit dat 90% van alle pluimveemest al verwerkt wordt. Lees verder onder de foto. Laden van een vrachtauto met kippenmest voor verwerking bij de Biomassacentrale in Moerdijk. - Foto's: Koos GroenewoldKnelpuntenMaar als je wat verder inzoomt op de sector dan doemen toch knelpunten op.Het grootste deel van de pluimveebedrijven is niet geheel grondloos en zal dus moeten kiezen voor volledige grondgebondenheid of verwerking van alle mest. In 2016 beschikten pluimveebedrijven gemiddeld over 11,7 hectare grond. Recentere cijfers zijn niet door het CBS gepubliceerd. Bij een gemiddelde grondpositie van krap 12 hectare ligt het niet voor de hand dat veel pluimveehouders ervoor zullen kiezen om grondgebonden te worden. De daarvoor benodigde hoeveelheid grond is in de meeste gevallen van een totaal andere orde. (zie kader hieronder: Onrealistisch veel grond nodig om grondgebonden te worden). We hebben gerekend met hectares die je nodig hebt om de mest van de dieren te plaatsen. Er zijn meer definities van grondgebondenheid. Daar zal nog debat over zijn. In de meeste regio’s is de noodzakelijke grond simpelweg niet te huur of te koop. Maar er zijn ook pluimveehouders met meer grond. Het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) bracht dit in 2018 voor de zandgronden in kaart. Daar waren toen 1.185 pluimveebedrijven gevestigd. 904 van deze bedrijven hebben minder dan 10 ha grond, maar 281 bedrijven beschikken over meer dan 10 ha grond. Nog meer grond mag je verwachten bij akkerbouwbedrijven met een pluimveetak. Vooral in de noordelijke provincies en Flevoland tref je zulke bedrijven. Lees verder onder het kader. Onrealistisch veel grond nodig om grondgebonden te wordenVoor de meeste pluimveebedrijven geldt dat het lastig is om volledig grondgebonden te worden.
Bij een doorsnee bedrijfsomvang zijn onrealistisch veel hectares nodig. Dit geldt als je grondgebonden definieert als de hoeveelheid hectares die je nodig hebt om de beschikbare mest te plaatsen.
De bemestingsnorm voor dierlijke mest is in Nederland vastgesteld op 170 kg stikstof per hectare en 55-100 kg P2O5 per hectare, afhankelijk van bouwland of grasland en van de fosfaattoestand van de bodem (Meststoffenwet en daarbij behorende uitvoeringsregelingen).
Een paar voorbeelden ter illustratie
Stel je hebt een legpluimveebedrijf met 55.000 hennen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek gaat uit van een jaarlijkse fosfaatuitscheiding van 0,41 kg per leghen en een stikstofuitscheiding van 0,75 kg per leghen per jaar.
Op grond van de stikstofnorm van 170 kg per hectare heb je voor 55.000 hennen 243 hectare grond nodig. Als je met fosfaat aan het rekenen gaat, kom je meestal op een nog grotere grondbehoefte. Uitgaande van de 243 hectare die nodig is om de stikstofproductie van de 55.000 hennen te dekken, kom je op een fosfaatbemesting van 93 kg per hectare. Op de meeste gronden is dit niet toegestaan, en heb je dus meer grond nodig om ook alle fosfaat verantwoord kwijt te kunnen.
Voor vleeskuikens is de rekensom vergelijkbaar. Het CBS gaat uit van 0,14 kg fosfaat per vleeskuiken en 0,43 kg stikstof per vleeskuiken. Voor een vleeskuikenbedrijf met 120.000 plaatsen betekent dit op grond van de stikstofnorm een grondbehoefte van 304 hectare. Je kunt dan 56 kg fosfaat per hectare aanwenden.Bedrijf splitsenAdviseurs suggereren om bij pluimveebedrijven waar ook ander vee aanwezig is het bedrijf op te splitsen. Eventueel kan dan de rundvee- of varkenstak grondgebonden worden gemaakt, en de mest van de pluimveetak gaat volledig weg voor verwerking. Opsplitsen van bedrijven werkt kostenverhogend.Extra kosten kunnen ook ontstaan doordat pluimveehouders die niet kiezen voor een grondgebonden bedrijf, de aanwezige grond niet meer mogen bemesten met mest van het eigen bedrijf, maar dit moeten doen met mest van collega-veehouders die wel gekozen hebben voor grondgebondenheid. De LTO/NOP vakgroep pluimveehouderij vindt het sowieso onwenselijk dat pluimveehouders hun eigen grond niet meer met eigen mest mogen bemesten.De vakgroep voorziet dat bij invoering van het nieuwe beleid de behoefte aan mestverwerkingsinstallaties toeneemt, maar dat dit niet gemakkelijk te realiseren zal zijn. Locaties voor mestverwerking roepen veel weerstand op in de omgeving, schrijft de vakgroep in een reactie op de nieuwe mestplannen.Wat het voorgenomen mestbeleid gaat betekenen voor biologische pluimveebedrijven is niet duidelijk. Bij deze bedrijven is al sprake van grondgebondenheid, maar de vraag is of die voldoet aan de definitie van Schouten. Lees verder onder de foto. Opscheppen van mest in een vleeskuikenstal.Zorgen over mestafzetkostenEen vraag die ook leeft bij de belangenbehartigers is wat de minister definieert als mestverwerking. Bij de huidige regels rond de mestverwerkingsplicht vallen export en verwerking van mest onder dezelfde noemer. LTO/NOP en de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP) willen dat dit zo blijft. De onzekerheid hierover brengt met zich mee dat er ook zorgen zijn over de toekomstige ontwikkeling van mestafzetkosten voor pluimveehouders.“Zolang er weinig duidelijk is over de exacte invulling van het nieuwe beleid, is daar weinig zinnigs over te zeggen”, zegt Erwin Wilderink, adviseur in de pluimveehouderij. “De definitie van verwerkte mest is belangrijk, omdat alle vormen van mestverwerking geld kosten, maar er wel veel verschil is. Moet je straks bijvoorbeeld alle pluimveemest verwerken tot korrels met minimaal 85% droge stof of is het ook goed als je in de stal voorgedroogde mest via een intermediair naar Duitsland exporteert?”, vraagt Wilderink zich af. Kostprijsverhogend en er zijn nog veel open eindenHij verwacht dat er slechts weinig pluimveebedrijven zullen zijn die kiezen voor grondgebondenheid. “In vergelijking met mest uit andere veehouderijsectoren is pluimveemest vanwege het lage vochtgehalte veel aantrekkelijker om af te voeren en te verwerken. Mede hierdoor hebben pluimveehouders een verhoudingsgewijs goede positie op de mestmarkt. Maar ik snap dat de sector niet blij is met het aangekondigde mestbeleid. Het kan kostprijsverhogend werken en er zijn nog veel open einden.”Wachten op nieuwe regeringscoalitieOf het mestbeleid waarvan minister Schouten de hoofdlijnen heeft gepresenteerd, de komende jaren werkelijkheid wordt, is nog zeer de vraag. Volgend jaar maart zijn er nieuwe verkiezingen en daarmee komt het eind van minister Schoutens bewindsperiode in zicht. De uitslag van de verkiezingen is bepalend voor een nieuwe regeringscoalitie. Kortom: het is afwachten of de minister van landbouw in de volgende regeerperiode verder gaat met het nu door Schouten aangekondigde mestbeleid.‘Totaal onwerkbaar voor eendenhouders’“Voor eendenhouders is het mestbeleid van Schouten onacceptabel”, zegt Jaap Maarsingh, voorzitter eendenhouders bij LTO/NOP.
Maarsingh is zelf eendenhouder in Zeewolde (Fl.). “Veel eendenhouders beschikken zelf over grond waar ze de strorijke mest van de eigen eenden kwijt kunnen. In mijn situatie geldt dat ik alle mest op eigen grond kan aanwenden. Veel collega’s brengen een deel op eigen grond en hebben afspraken met akkerbouwers in de buurt over het leveren van mest. Vaak in ruil voor stro”, vertelt Maarsingh.
“Dat kan straks niet meer als minister Schouten dit beleid doorzet. Dan moeten ze alle mest afvoeren, waarschijnlijk voor export, want verwerking is lastig. Dit beleid is niet uit te leggen. Voor eendenhouders jaagt het de kostprijs omhoog, en het werkt kringlooplandbouw tegen.” Maarsingh legt uit dat er een groot verschil is tussen eendenmest en andere mestcategorieën uit de pluimveehouderij. “Vooral door de andere mineralenverhouding, met name lagere N- en P-gehalten, is eendenmest erg gewild bij akkerbouwers. Bijna alle eendenhouders raken hun mest daardoor in de nabije omgeving van hun bedrijf kwijt. Dat willen we graag zo houden.”Lees ook: Sectorpartijen kritisch op nieuw mestbeleid Schouten
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









