Mestbeleid 2025: waarop moet je nu al letten?

Foto: Bert Jansen
Mestregels die dit jaar gelden, zijn deels al aangekondigd in 2017. Nieuw mestbeleid voor de komende vier jaar wordt nu in de steigers gezet in een verkiezingsjaar. Extra opletten dus wat er afgesproken wordt voor boeren en belangenbehartigers.Over een paar dagen begint de uitrijperiode voor dierlijke mest. Gezien het weer en de nattigheid wordt amper meteen mest uitgereden. Op maisland op zand en löss is uitrijden sowieso pas toegestaan vanaf 15 maart. Dat is een van de vele wijzigingen in het mestbeleid dit jaar. Andere voorgenomen aanpassingen zoals de dammetjes tussen aardappelruggen (op klei- en lösspercelen) zijn van de baan voordat ze ingevoerd waren. Uiteindelijk is de maatregel op het laatste moment ingetrokken door demissionair minister Schouten. Het bleek niet werkbaar in de praktijk. De nieuwe methode om de fosfaatruimte te bepalen kreeg ook forse kritiek uit de praktijk, onder meer omdat de gevolgen op bedrijfsniveau veel groter waren dan gedacht. Dat leidde eind vorig jaar tot een ruimere overgangsregeling om grondmonsters langer te kunnen gebruiken.Mestseizoen 2021: vragen en antwoordenWaar moet ik op letten dit mestseizoen? Wanneer mag ik waar mest uitrijden? Een overzicht met vragen, antwoorden en praktische voorbeelden.DerogatieHet is net als andere jaren opletten wat er allemaal is veranderd. Afgelopen weken was er al veel aandacht voor de wijzigingen die op dat moment al bekend waren.Een grote geruststelling is wel dat er een derogatie is, dat was vorig jaar pas duidelijk in juni. Volgend jaar kan dat overigens weer anders zijn wat derogatie betreft. Dan start de volgende vierjaarsperiode met een nieuwe set regels voor het mestbeleid in Nederland. Wat blijft en wat wordt aangepast, versoepeld dan wel aangescherpt wordt in de loop van dit jaar duidelijk. Laatste jaar zesde actieprogrammaDe dammetjes en fosfaatregels zijn voorbeelden van aanpassingen in mestregels die al in 2017 zijn aangekondigd. Het Nederlandse mestbeleid is vastgelegd in programma’s die in principe vier jaar duren. De zogenoemde actieprogramma’s nitraatrichtlijn. Momenteel zitten we in het laatste jaar van het zesde actieprogramma (AP6) dat begon in 2018 en loopt tot eind dit jaar. Een van de meest ingrijpende maatregelen in het lopende AP6 is zonder twijfel de invoering van fosfaatrechten per 1 januari 2018. Dat houdt de gemoederen en rechters nog steeds bezig. Fosfaatrechten waren het middel om de mestproductie van melkvee te beteugelen. Inmiddels is de fosfaatproductie van melkvee fors gedaald. Voor stikstof ligt het anders, de mestproductie van melkvee bevatte in 2019 net geen 280 miljoen kilo stikstof. Dat is net iets minder dan het plafond voor melkvee dat voor stikstof op 282 miljoen kilo ligt. Voor 2020 is nog niet duidelijk of het is gelukt om onder het sectorale stikstofplafond te blijven. Volgens de prognoses die elk kwartaal worden opgesteld, zou het net iets hoger zijn. In juni verschijnen de definitieve cijfers over de mestproductie 2020.MestplafondsIn de lopende mestwetgeving gelden meerdere plafonds voor de mestproductie. Per bedrijf is het aantal dieren beperkt door fosfaatrechten, varkensrechten of pluimveerechten. Bovendien geldt een maximale hoeveelheid stikstof en fosfaat die per hectare gebruikt mag worden via de gebruiksnormen.Vanaf 1 januari 2020 zijn voor de grootste veehouderijsectoren de stikstof- en fosfaatplafonds vastgelegd. Die zijn net als het landelijk plafond voor alle veesoorten bij elkaar gebaseerd op de mestproductie in 2002. Nederland is via de afspraken met Brussel gehouden aan die plafonds. Overschrijding is niet vrijblijvend, het gevolg kan zijn dat de sector die de mestproductie overschrijdt, (stikstof dan wel fosfaat) een afroming krijgt opgelegd op de dierrechten. Ook dat zijn afspraken die zijn vastgelegd in het huidige actieprogramma. Een gevolg van het achteraf berekenen van de mestproductie is dat pas in de loop van 2021 bekend is of de landelijke normen zijn gehaald in 2020. Is dat niet het geval, dan komt een mogelijke korting pas in 2022. Zo werken afspraken die in 2017 zijn gemaakt door tot in 2022. Het huidige AP6 is dan al weer vervangen door het zevende actieprogramma nitraatrichtlijn (AP7). Lees verder onder het kader. Voorbereiden nieuw actieprogramma in verkiezingsjaarHet Nederlands mestbeleid is vastgelegd in vierjaarlijkse programma’s die goedgekeurd worden door Europese Commissie. Enkele belangrijke data op een rij:
Eind 2017 – zesde actieprogramma goedgekeurd door Brussel
2018 – 2021 – Uitvoering zesde actieprogramma
1 januari 2018 – invoering fosfaatrechten
Mei 2018 – derogatie goedgekeurd voor twee jaar
1 januari 2020 – sectorplafonds in Meststoffenwet
Juni 2020 – Verlenging derogatie
2020-2021 – Voorbereiding zevende actieprogramma
2021 – Overleg over zevende actieprogramma met Brussel
Maart 2021 – Verkiezingen in Nederland
Juni 2021 – Definitieve mestproductie 2020 bekend
Eind 2021 – Goedkeuring nieuwe zevende actieprogramma
2022 – 2025 zevende actieprogramma van kracht
2022 – Doorvoering eventuele korting dierrechten bij overschrijding plafond in 2020Uitspoeling beperken op bouwlandEen belangrijk doel van de nitraatrichtlijn is dat de hoeveelheid nitraat in oppervlakte- en grondwater niet hoger mag zijn dan 50 milligram per liter. Die norm wordt in de meeste gebieden gehaald volgens de wetenschappelijke onderbouwing van het beleid. Maar niet overal. Met name op bouwland op zuidelijke zand- en lössgrond is op meerdere meetpunten de norm nog niet gehaald. Tal van maatregelen zijn dan ook gericht op het beperken van uitspoeling met name voor de zogenoemde uitspoelingsgevoelige gewassen. Dat gaat in de eerste plaats om de maisteelt, maar ook gewassen als aardappelen en vollegrondsgroenten. In het AP6 zijn al tal van maatregelen gericht op deze teelten. Voorbeelden zijn de teelt van vanggewassen in mais, lagere stikstofgebruiksnormen voor mais en aardappelen na het scheuren van grasland. Niet alle aangekondigde maatregelen zijn doorgevoerd. Lees verder onder de foto. Een mesttank wordt geleegd in de mestopslag bij een akkerbouwbedrijf in de omgeving van Zeewolde net voor het mestseizoen 2021. - Foto: Koos GroenewoldOnderbouwde aanpassingenKritiek uit de sector over uitvoerbaarheid in de praktijk heeft soms effect en leidt tot aanpassing of een ruimere overgangsregeling. Dat geldt voor de dammetjesregels in de aardappelteelt, rijenbemesting in mais en invoering van de gecombineerde indicator voor het bepalen van fosfaattoestand. Dat wil overigens niet zeggen dat dergelijke maatregelen dan helemaal van de baan zijn. Soms komt er zelfs iets voor terug, wat weer andere beperkingen oplevert. Zoals het melden van maisland op zand en löss in combinatie met een latere uitrijdatum. Dat heeft alles te maken met de afspraken die eerder zijn gemaakt met Brussel. Aanpassing van die afspraken is zeker mogelijk blijkt, maar vergen wel onderbouwing en vooral politieke wil. Bij het schrappen van de dammetjes doet Schouten nu nadrukkelijk de oproep aan de sector om zelf in de praktijk methodes te gaan testen om afspoeling in rijenteelt tegen te gaan.Aanpassen in verkiezingsjaarDe voorgaande onderwerpen zijn nog maar een kleine greep uit de ingewikkelde regelgeving voor mest. De roep om vereenvoudiging van mestregels is sterk, maar juist omdat alles op elkaar is afgestemd is een ingrijpende systeemwijziging niet waarschijnlijk.De behandeling van mestonderwerpen in de Tweede Kamer is wel stilgezet vanwege de val van het kabinet en de verkiezingen. Spannend is wat er na de verkiezingen gaat gebeuren. Na de installatie van de nieuwe Kamer zal opnieuw gekeken worden welke onderwerpen op korte termijn nog behandeld zullen worden en welke onderwerpen ‘on hold’ worden geplaatst in afwachting van een nieuw kabinet. De trein naar een nieuw actieprogramma dendert echter wel door, vooralsnog onder leiding van demissionair minister Schouten van LNV. De opvolger van Schouten kan dan met een pakket maatregelen naar Brussel dat dit jaar tot stand is gekomen onder haar bewind. Het is opletten geblazen voor alle partijen die er vanuit de sector bij betrokken zijn. Niet in de laatste plaats voor de boer zelf die uiteindelijk op zijn erf en land met de uitvoering te maken krijgt.Invoering digitale mestbon uitgesteld naar 2022De invoering van de digitale mestbon is een jaar uitgesteld, ook al zou dit volgens de huidige derogatievoorwaarden al in 2021 moeten gebeuren.
Invoering per 1 januari bleek niet haalbaar. Bij brancheorganisatie Cumela en bij LTO bestond grote zorg over de start van een nieuw systeem in de drukke start van het mestseizoen.
De invoering van de digitalisering van mesttransporten met de naam r-VDM gebeurt nu dit jaar in drie fases.
1: In de eerste fase – de testfase – zal het nieuwe stelsel proefdraaien naast het bestaande systeem van registratie van mesttransporten. Het nieuwe stelsel zal hierbij ‘schaduw draaien’, waardoor mestleverancier, transporteur of afnemers er niets van zullen merken: de registratie van mesttransporten gaat nog zoals het ging.
2: In de tweede fase zullen een of meer pilots plaatsvinden waarmee de werking van het stelsel in samenwerking met de mestsector in de praktijk wordt getest. Dat zal in de loop van dit jaar gebeuren.
3: In de derde, die waarschijnlijk na het uitrijseizoen van dit jaar zal zijn, zal het stelsel over alle mesttransporten worden uitgerold. Het is de bedoeling dat in deze periode kinderziektes uit het systeem worden gehaald, waarna de digitale mestbon in het voorjaar van 2022 breed ingevoerd kan worden.
De Uitvoeringsregeling Meststoffenwet waarin dit geregeld wordt, is in november naar de Europese Commissie gestuurd ter notificatie. De notificatieprocedure duurt drie maanden en eindigt op 17 februari 2021. Schouten verwacht de definitieve regelgeving dan nog dit kwartaal te publiceren.Onzekerheid over toekomstig mestbeleidLandbouwminister Carola Schouten is in 2018 begonnen met een zogenoemde herbezinning van het mestbeleid. Vanwege tegenvallende resultaten in sommige gebieden, complexiteit en fraudegevoeligheid moest het mestbeleid op de schop. Na ruim twee jaar en heel veel overleg werd de uitkomst gepresenteerd in de contouren voor nieuw mestbeleid: alle melkvee- en vleesveebedrijven moeten grondgebonden worden. Met eigen grond of via samenwerking met een akkerbouwer in de regio. Intensieve veehouderijbedrijven moeten kiezen: of alle mest afvoeren en verwerken, óf via samenwerkingsovereenkomsten in de regio ook grondgebonden worden. De beperkte keuzemogelijkheid moet ervoor zorgen dat het stelsel minder fraudegevoelig wordt.
Akkerbouw
Voor akkerbouwers zou het neerkomen op alleen aanvoeren van bewerkte mest of samenwerken met een veehouder in de buurt. Per gebied kan scherper beleid gelden om waterkwaliteitsdoelen te halen bijvoorbeeld als de nitraatnorm van 50 milligram nitraat per liter in het grondwater wordt overschreden. Deze gebiedsgerichte aanpak wordt overigens al vastgelegd in het mestbeleid vanaf 2022 (zevende actieprogramma nitraatrichtlijn).
Kritiek
Belangenorganisaties als LTO en Cumela reageerden uiterst kritisch op het document, net als de Tweede Kamer. De invoering van de plannen gaat in ieder geval veel tijd kosten. LNV verwacht dat de invoering van de volledige grondgebondenheid of volledige mestverwerking minstens tien jaar gaat duren. De contouren zijn ook nog heel vaag over belangrijke details, dat is aan een nieuw kabinet. Het is met de verkiezingen in zicht dus maar de vraag wat er uiteindelijk van terechtkomt.Mest-app voor optimale toediening en kostenoverzichtMet behulp van een digitale mest-app moet inzichtelijk worden welke mestsoort het beste past op een bedrijf, rekening houdend met de gewas- en bodembehoefte. Ook moeten de kosten in een opslag zichtbaar zijn. Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) en Eurofins ontwikkelen de app. “Het streven is om de app voor dit seizoen operationeel te hebben, dus dit voorjaar”, aldus Eurofins-productmanager Robin Wolf.Bemesting en kosten in kaart brengenMet de app kan op basis van de mestsamenstelling de bemestende waarde berekend worden. Naast stikstof, fosfaat en kali wordt ook de aanvoer van zwavel, magnesium, een aantal sporenelementen en de aanvoer van effectieve organische stof berekend. Dat laatste gebeurt op basis van de huidige kengetallen.Ook worden de bemestingskosten in kaart gebracht. Hierbij gaat het om de besparing op kunstmestkosten en kosten die samenhangen met de organische mest zoals de prijs en de toedieningskosten.EmissiesOok worden de ammoniak- en broeikasgasemissies berekend. De ammoniakemissie is berekend op basis van de hoeveelheid aangevoerde ammoniak in de mest en de toedieningswijze. Bij de broeikasgasemissies gaat het om de directe uitstoot van CO2 via brandstofverbruik en lachgasemissies, en indirecte emissies als gevolg van kunstmestproductie.De app kan zowel op gewas- als bedrijfsniveau ingezet worden. De bouwplansamenstelling en de opbrengsten kunnen echter niet ingevoerd worden. Als de app ontwikkeld is, wordt deze aangeboden op de website van Eurofins. Iedereen kan er gebruik van maken. Geavanceerde toepassingen zijn alleen toegankelijk voor (betalende) klanten.Lees ook het interview met Jan Roefs (Nederlands Centrum voor Mestverwaarding): ‘Mestverwerking lastig door export’Medeauteurs: Stefan Essink en Mariska Vermaas
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









