Mestafzetkosten fors gestegen voor veehouderij

Mest laden bij een varkensbedrijf.
Het is niet zozeer de toename van productie van dierlijke mest, maar de afname van de plaatsingsruimte voor dierlijke mest die zorgt voor het Nederlandse probleem op de mestmarkt.Door aanscherping van de gebruiksnormen is de totale plaatsingsruimte voor dierlijke mest in Nederland afgelopen jaren fors afgenomen. Voor fosfaat daalde de plaatsingsruimte van 184 miljoen kilo in 2006 naar 134 miljoen kilo in 2016. Sinds 2008 is er in Nederland minder plaatsingsruimte dan dat er dierlijke mest wordt geproduceerd, staat in de evaluatie van het meststoffenbeleid van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Door gebrek aan plaatsingsruimte op de bedrijven waar de mest geproduceerd wordt, moet ongeveer de helft van de geproduceerde mest op veebedrijven worden afgevoerd. Bij varkensbedrijven is het bedrijfsoverschot het grootst, gevolgd door pluimvee- en melkveebedrijven. Sinds 2012 is het bedrijfsoverschot aan mest op melkveebedrijven aanzienlijk toegenomen, waardoor de hoeveelheid fosfaat die moet worden afgevoerd van melkveebedrijven in de buurt begint te komen bij die van pluimveebedrijven. Achilleshiel van mestexportDe mest die van bedrijven moet worden afgevoerd, gaat hoofdzakelijk naar andere landbouwbedrijven. Sinds de invoering van de mestverwerkingsplicht neemt de mestexport toe. In 2015 werd voor 43 miljoen kilo fosfaat geëxporteerd. Dat is 19% van de totale fosfaatproductie. De hoeveelheid fosfaat die wordt verbrand bedraagt 10 miljoen kilo, en 7 miljoen kilo fosfaat wordt afgezet bij particulieren, hobbybedrijven en op natuurterreinen. Een groot deel van de mestexport bestaat uit de export van gehygiëniseerde varkensdrijfmest naar Duitsland en de export van onbewerkte dikke fractie. “Dit is echt de achilleshiel van de mestexport. Er hoeft maar iets te gebeuren of de grens gaat dicht voor deze mest”, zegt Hans van Grinsven, hoofd onderzoek van PBL. Kosten het hoogst voor varkenshoudersDe kosten voor mestafzet zijn de afgelopen jaren fors gestegen voor veehouders. Voor de totale veehouderij liggen de kosten tussen de € 250 en € 300 miljoen per jaar. Voor varkenshouders zijn deze kosten het hoogst; gemiddeld € 43.000 per bedrijf in 2015, terwijl dit in 2006 nog € 16.800 was. “Deze stijging is vooral een gevolg van de schaalvergroting”, aldus Van Grinsven. Voor melkveebedrijven stegen de mestafzetkosten van gemiddeld € 700 per bedrijf in 2006 naar € 3.500 per bedrijf in 2016.Daling afzetkosten pluimveemestVoor pluimveebedrijven daalden de mestafzetkosten. Leghennenbedrijven betaalden in 2006 gemiddeld € 14.700 per bedrijf aan mestafzetkosten. In 2015 was dat per bedrijf gemiddeld € 12.200. Bij vleeskuikenbedrijven daalde de afzetkosten van € 18.400 per bedrijf in 2006 naar € 14.700 per bedrijf in 2015. Bij de daling van de mestafzetkosten in de pluimveehouderij speelt mestverwerker BMC Moerdijk een belangrijke rol. De afzetkosten van pluimveemest daalden van € 25 per ton in 2000 naar € 15 per ton in 2015.Akkerbouw ontvangt € 95 miljoen voor mestDe vergoeding die de akkerbouw ontvangt voor het plaatsen van dierlijke mest wordt geschat op € 95 miljoen in 2015. In 2013 was dit nog € 44 miljoen. Door het gebruik van deze mest bespaart de akkerbouw op de aanschaf van kunstmest. Dit levert jaarlijks een besparing op van € 137 miljoen. Maatschappelijk voordeel: € 2,4 miljardPBL heeft ook een inschatting gemaakt van het maatschappelijk voordeel van het mestbeleid. Door het mestbeleid dalen de kosten voor de bestrijding van eutrofiëring en de productiekosten van drinkwater. Ook is er meer waardering van burgers voor schoon water en neemt het verlies van gezonde leefjaren af, door afname van nitraat en plaagalgen. De voordelen hiervan worden geraamd op € 2,4 miljard per jaar.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









