‘Melkveehouderij moet leren verdienen aan klimaat’

Een van de manieren om de CO2-uitstoot te beperken is door afscheid te nemen van drijfmest.
De melkveehouderij moet niet blijven mokken over klimaat en milieu, zelfs al zitten zaken scheef. Het beste is om de handschoen op te pakken en te leren verdienen aan het klimaat. Aldus een reeks sprekers op het NMV-congres Koe en klimaat.De klimaatwetgeving en ook de beeldvorming zijn niet helemaal rechtvaardig ten opzichte van de melkveehouderij. Toch moet ook de melkveehouderij haar steentje bijdragen aan de beperking van de broeikasgassen. Daarbij kan de sector dit beter opgewekt dan mokkend doen, want aan duurzaamheid valt echt te verdienen.Met deze boodschap trapte onderzoeker Jerry van Dijk van het Copernicusinstituut voor duurzame ontwikkeling (Universiteit Utrecht) het congres Klimaat en koe van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) af. Hij kreeg bijval van WUR-bestuurder Martin Scholten.Verdienmodel CO2-arme melkAls voorbeeld van een verdienmodel noemde Van Dijk CO2-arme melk. In 2008 bedroeg de gemiddelde CO2-uitstoot van Nederlandse melk nog 1,24 kilo per kilo melk. Momenteel bedraagt die 1,15 kilo. Die moet op grond van het verdrag van Parijs in 2030 naar 0,98 kilo. Degenen die daarmee voorop lopen, kunnen een aardige meerprijs voor hun product vragen, betoogde hij. Hij noemde het initiatief van Albert Heijn en A-ware om duurzamere melk te produceren tegen een gegarandeerde meerprijs van 3 cent ook een goed voorbeeld van vermarkting van duurzaamheid. Toch had Van Dijk ook een belangrijke kanttekening. Brede en breed lonende verduurzaming lukt volgens hem alleen als afstand wordt genomen van de lage-prijzenconcurrentie op de wereldmarkt.Het viel het publiek in de zaal niet mee om niet te mopperen over het klimaatbeleid. Irritaties waren snel gevonden, want waarom zijn Schiphol en de luchtvaart gevrijwaarde van strenge klimaatregels, zoals Van Dijk, Scholten en anderen aangaven. En waarom worden van de landbouw en melkveehouderij de emissies wel toegerekend, maar de opname van CO2 in gewas en bodem niet, of onvolledig?Mogelijkheden genoeg voor CO2-reductie melkveehouderijOp grond van het Verdrag van Parijs moet de landbouw in 2030 een CO2-reductie bereiken van 3,5 megaton, waarvan 1 megaton door de veehouderij als geheel. Daarbij zou ook nog een deel van de 1,5 megaton reductie voor landgebruik aan de veehouderij toegerekend kunnen worden. De melkveehouderij staat dus voor een stevige opgave. Toch is er volgens Scholten geen reden om bij de pakken neer te zitten. Volgens hem zijn er mogelijkheden om wel tot 7 megaton reductie te behalen. Dit kan onder meer door afscheid te nemen van drijfmest en de mest direct te scheiden, wat veel emissie voorkomt. Hij kreeg bijval van onafhankelijk onderzoeker Anton Nigten. Die brak een lans voor het gebruik van koude wormencompost. Andere voorbeelden die Scholten aanhaalde zijn het gebruik van methaanbeperkend voer en het fokken van een ander type koe. Oplossingsgericht denkenDe insteek van de discussie was oplossingsgericht, al volgden niet alle aanwezigen dat. Voortdurend blijven klagen en mopperen, helpt niet, zo liet ook zuivelinkoper Henk Siertsma van Albert Heijn weten. Hij kreeg als vertegenwoordiger van de supermarkten het verwijt dat hij een van de partijen is die de boereninkomens onder druk zetten. Siertsma pareerde dat eerst met de opmerking dat in- en verkoopprijs ‘echt los en van elkaar staan’. Het is volgens hem de concurrentie die bepaalt, maar gaf later aan dat ‘supermarkten toch ook iets moeten verdienen’. Toen de verwijten aanhielden, beet hij terug met de opmerking dat het gedrag van de melkveehouderij soms leidt tot vragen ‘of er fosfaat in melk zit’. Dat helpt de prijs ook niet omhoog, wilde hij maar zeggen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









