Meer aandacht voor gespeende big, meer euro‘s

Laatst bijgewerkt:
De aandacht die de zeugenhouder besteedt aan voeropname voor het spenen betaalt zich terug in een hogere voeropname en groei na het spenen. Brijvoer is, alleen als hygienisch gewerkt wordt, het meest ideaal.

De aandacht die de zeugenhouder besteedt aan voeropname voor het spenen betaalt zich terug in een hogere voeropname en groei na het spenen. Brijvoer is, alleen als hygienisch gewerkt wordt, het meest ideaal.


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Wie wil dat nou niet: gezondere biggen, hogere groei en vitalere biggen om te verkopen of op te leggen als vleesvarken. Wie dat nastreeft, heeft extra aandacht voor biggen. Dat begint al in de kraamstal, maar houdt zeker niet op in de biggenopfok.Een goede vitale big kunnen afleveren loont altijd. Niet alleen vanwege de huidige maatschappelijke discussie over bigvitaliteit; vitalere biggen vertonen minder uitval en leveren ook meer euro’s op. Als de biggen duur zijn, wil elke zeugenhouder zoveel mogelijk goede vitale biggen kunnen afleveren. Maar juist in tijden van lage prijzen bij een groot aanbod van biggen maakt een vitale big het verschil. Een goede big blijft nooit achter op het bedrijf.KraamstalEr is de laatste jaren veel aandacht besteed aan bigvitaliteit, voornamelijk in de kraamstal. Door een groeiend aantal biggen per zeug én de verplichting om minder of geen gebruik meer te maken van antibiotica, koper, zink én door de factor tijdgebrek is de biggenopfok op het zeugenbedrijf een hele uitdaging. Het opfokken van een vitale big begint in de kraamstal en heeft daar veel aandacht nodig.Lees verder onder de foto.De aandacht die de zeugenhouder besteedt aan voeropname voor het spenen, betaalt zich terug in een hogere voeropname en groei na het spenen. Brijvoer is, alleen als hygienisch gewerkt wordt, ideaal. - Foto: Bert JansenSpeenmoment is cruciaal in biggenopfokDaarnaast is het speenmoment een belangrijk en cruciaal moment in de opfok van biggen. Maar een gespeende big heeft de gehele periode, tot afleveren en opleg in de vleesvarkensstal, aandacht nodig om vitaal te blijven, zeker ook in de biggenstal.Meten is weten“De aandacht voor biggen na het spenen is niet op alle zeugenbedrijven optimaal”, merkt Eelco van de Hoef, Innovatie en Productmanager Varkensvoeders bij AgruniekRijnvallei (AR) op. Deze voerleverancier wil zeugenhouders meer bewust maken van de opfok van gespeende biggen en heeft onderzoek gedaan naar de voeropname voor en na het spenen. Een goede voeropname is van belang voor de gezondheid van de biggen en is van invloed op de groei. Dit is alleen goed in beeld te brengen door te meten wat de exacte voeropname is.‘Niet veel animo onder varkenshouders’AgruniekRijnvallei heeft onder meer een tool ontwikkeld om de voeropname van gespeende biggen beter in beeld te brengen. Daarmee kan de zeugenhouder zelf een vergelijking maken of de voeropname goed is.Veel animo voor het wegen en registreren van voer en gewichten om tot een gedegen advies te komen, is er volgens Van de Hoef helaas niet. Door een tekort aan arbeid ligt de aandacht vaak ergens anders op het bedrijf.Lees verder onder de foto.De aandacht voor biggen na het spenen is niet op alle bedrijven optimaal. Een goede voeropname voor en na het spenen heeft invloed op gezondheid en groei van de biggen. - Foto: AgruniekRijnvalleiMeer voeropname per bigDoordat veel toevoegingen niet of binnenkort nog maar beperkt mogelijk zijn, komen de problemen bij de biggen nu naar boven. Sectorbreed worden steeds minder antibiotica toegepast, daarentegen worden wel meer entingen gegeven. Daarnaast is het gebruik van koper en zink maar beperkt mogelijk, waardoor de biggen het nu op eigen kracht moeten doen. “Het tekort aan koper is deels op te vangen door meer te focussen op voeropname van de biggen”, aldus Van de Hoef. Hij stelt dat niet alleen de voersamenstelling van belang is, ook het voermanagement op het bedrijf heeft voor de helft invloed op de voeropname van de biggen.Ook andere voerleveranciers springen hierop in door onder meer de samenstelling van de voeding van gespeende biggen aan te passen en daarnaast meer begeleiding te bieden op het gebied van diergezondheid en bedrijfsmanagement.Ook kijken naar fokkerijOok varkenshandelaar Jan Vernooij signaleert dat voerleveranciers de bigvitaliteit met voeding proberen op te lossen, maar vindt dat de sector eerst zou moeten kijken naar de fokkerij. Oudere zeugenrassen als Dalland of Cofok hadden misschien wel een big minder dan de huidige topsportzeugen, zoals de Deense – en de TN70-zeug, maar de biggen waren wel vitaler, aldus de handelaar.Vernooij zegt ook dat zeugenhouders financieel gezien nog steeds geprikkeld worden om meer biggen te produceren. Elke big meer levert gewoon euro’s op. Zeker in tijden van goede biggenprijzen maakt een toeslag van een paar euro voor een vitalere big, niet de opbrengst van een extra big goed. Hiermee wil de varkenshandelaar illustreren dat goede biggen niet voldoende worden beloond. Er ligt nog te veel nadruk op grotere koppels biggen die een plusje krijgen. Ook meer gaan enten is niet de oplossing om tot vitalere biggen te komen, maar helemaal zonder entingen gaat voorlopig niet lukken. Dat resulteert in minder of geen afzetmogelijkheden.Coli en streptokokken liggen op de loerVooral het ondereind van de gespeende biggen, dit zijn veelal de lichtere biggen, is gevoelig voor een coli-besmetting. Bij gespeende biggen is in een kwart van de gevallen de oorzaak van uitval door speendiarree of slingerziekte een E. coli-infectie, blijkt uit analyse vanuit de Online Monitor van de GD. Een coli-besmetting zorgt voor een mindere weerstand van de biggen, waardoor ook meer kans is op een streptokokkeninfectie.Een van de meest voorkomende bacteriën bij varkens is een besmetting van streptokokken. De meeste varkens zijn drager en vertonen geen ziekteverschijnselen. Echter; een te lage voeropname veroorzaakt darmschade waardoor minder voedingsstoffen worden opgenomen. Dit zorgt niet alleen voor mindere groeiresultaten maar ook voor meer variatie tussen de biggen. Ook de weerstand van de biggen gaat omlaag, waardoor infecties eerder toeslaan.Darmschade na het spenen is nooit helemaal te voorkomen, maar is wel beperkt te houden door meer te focussen op de voeropname van de biggen voor en na het spenen.Tips voor een betere biggenopfokOm vitale biggen op te fokken, moeten alle omstandigheden optimaal zijn. Een gespeende big is erg gevoelig voor infecties, omdat bij spenen de moedermelk wegvalt en het spenen zelf een stressvolle gebeurtenis is. Hierdoor is het belangrijk om diercontacten zoveel mogelijk te beperken en daarnaast hygiënisch te werken. Om de bedrijfsvoering te optimaliseren is het verstandig om stap voor stap wijzigingen door te voeren:
Voeding:
•Biggen moeten in het kraamhok, voor het spenen, wennen aan vast voedsel en leren eten;
•Een vitale big heeft bij spenen een voeropname van 300 tot 500 gram per big, afhankelijk van speenleeftijd;
•Zorg dat meteen na het spenen voer beschikbaar is voor de biggen dat ook in de kraamstal werd gevoerd;
•Een hogere voeropname direct na spenen geeft een hogere groei tot afleveren, verstrek daarom naast de bestaande voerbak na het spenen acht keer per dag speenvoer in een kom;
•Schakel geleidelijk over naar nieuw voer. Meng de voeders een aantal dagen alvorens volledig over te schakelen op het andere voer.
Water:
•Een varken heeft een waterbehoefte van 10% van het lichaamsgewicht, jonge biggen drinken 0,7 tot 2 liter water per dag;
•Controleer regelmatig de nippelgift, zeker voor het opleggen in de biggenstal;
•Meet de wateropname, afwijking in water geeft een indicatie voor diergezondheid of technische mankementen in de installatie;
•Zorg voor een goede waterkwaliteit, water moet smakelijk zijn;
•Laat de waterkwaliteit minimaal een keer per jaar onderzoeken.
Klimaat:
•Controleer regelmatig de luchtstroom in de afdeling, te hoge luchtstroom veroorzaakt tocht;
•Zorg dat koude lucht niet direct op de biggen terechtkomt;
•Laat een keer per jaar het klimaat controleren door een deskundige;
•De eerste dagen na spenen moet de temperatuur 5 graden hoger zijn dan in de kraamstal;
•Verlaag de temperatuur pas in de tweede week naar 25 graden.
Huisvesting:
•Zorg dat biggenafdelingen voor het spenen schoon en gedesinfecteerd zijn;
•Zorg dat geen resten desinfectiemiddel meer aanwezig zijn door het naspoelen van de hokken;
•Zorg dat afdeling en hokken goed droog zijn en op temperatuur zijn bij het opleggen van de gespeende biggen;
•Houd de tomen zoveel mogelijk bij elkaar en leg gelten, beren en borgen niet gescheiden op in de biggenstal;
•Zorg dat de risicobiggen, achterblijvers en zieke biggen in een apart hok komen te liggen en verplaatst deze als laatste;
•Laat de eerste drie dagen 14 uur per dag het licht aan, zodat de biggen de voerbak en waternippel beter kunnen vinden. Hierdoor neemt de opname van voer en water toe;
•Gebruik aparte materialen per stal of per afdeling, zoals kleding, laarzen, schotjes en behandelmaterialen.Lees verder onder de foto.Eelco van den Hoef van AgruniekRijnvallei. - Foto: Koos GroenewoldAandacht geeft uniforme biggenEelco van de Hoef, Innovatie en Productmanager Varkensvoeders bij AgruniekRijnvallei (AR) vindt dat er meer aandacht voor de opfok van biggen na het spenen moet zijn.Voor het spenen is er voldoende aandacht voor biggen; een zogende big krijgt meer dan 20 voerbeurten van de zeug. Na het spenen beperkt zich dat veelal tot een voorraadbak of twee keer per dag voeren en controleren. “Hier zit ruimte voor verbetering”, vindt de specialist.Meer aandacht voor gespeende biggen, waarom is dat nodig?“Het is van belang om de uniformiteit van de gespeende biggen zo goed mogelijk te krijgen. Het loont vooral om het ondereind van de gespeende biggen extra aandacht te geven. Het ondereind is lastig te verkopen. Deze biggen zijn langer op het bedrijf aanwezig, zijn vatbaarder voor ziektes en houden kostbare stalruimte in gebruik. De productie per zeug is steeds verder gestegen; een aantal bedrijven zit al op 34 biggen, maar de biggenruimte is niet meegegroeid. Het loont niet om alle lichte biggen als slachtbig te verkopen, dus zul je vooral het ondereind van de biggen moeten verbeteren.”Hoe is meer uniformiteit te bereiken?“De aandacht moet gericht zijn op een constante voeropname. Een wisselende voeropname is funest, vooral voor lichte biggen en in de cruciale fase van de eerste drie dagen na spenen. In de kraamstal krijgen de biggen meer dan 20 keer per dag een voerbeurt via de zeug. Na het spenen adviseren wij 8 voerbeurten om de biggen aan het vreten te houden. Nat voer geeft de beste opname, maar dat vergt werken met een goede hygiëne. Voor droogvoer geldt dat een kruimel een geleidelijke voeropname geeft, een korrel een hogere voeropname.
De zuren zijn van belang omdat een big zelf de pH in de maag niet snel genoeg omlaag kan krijgen. Het belangrijkste is om te weten wat de biggen werkelijk opvreten, dat blijkt vaak tegen te vallen.”Hoe kunnen we de voeropname van gespeende biggen verhogen?“De trigger is om de gespeende biggen in de benen te krijgen zodat ze – meer – gaan vreten. Onderschat daarbij niet de temperatuur bij opleggen, die is nog te vaak te laag ingesteld. Daarnaast is het belangrijk dat de biggen een goede start krijgen in het kraamhok. Het is niet mogelijk om de problemen die in het kraamhok ontstaan in de fase na spenen weer goed te maken. Moedermelk blijft het beste voedermiddel, later spenen zou hierdoor een optie zijn om een speendip te voorkomen. Lukt dat niet, dan moeten de biggen leren eten voor het spenen.”Maken zeugenhouders gebruik van de AR- tool om voeropname voor en na het spenen te vergelijken?“Hoewel de voeropname van belang is, wordt het meten en wegen te weinig gedaan. Arbeid is hiervoor de beperkende factor. Om toch simpel een indruk te krijgen wat biggen opnemen, kan per kraamafdeling het aantal zakken prestarter door het aantal biggen gedeeld worden.”Hoe ga je de zeugenhouders overtuigen?“Voordat we ander voer proberen, willen we eerst de biggen zien. Geen advies zonder dat we de biggen van kraamstal tot afleveren gezien hebben. Een compleet ander voer is een eenvoudige oplossing, maar de oplossing hoeft niet altijd zo rigoureus te zijn. Soms is een beetje melkpoeder over het speenvoer strooien al voldoende. Een goed resultaat is voor de ene helft afhankelijk van het voermanagement op het zeugenbedrijf en voor de andere helft van de voersamenstelling. Het blijft per zeugenbedrijf maatwerk voor de juiste oplossing.”Meer aandacht voor biggen in 3 kernpunten:•Focus op voeropname, leer biggen al voor spenen wennen aan vast voedsel.
•Zorg voor uniforme koppels; geef achterblijvers meer aandacht.
•Zorg voor een juiste oplegtemperatuur, 5 graden hoger dan in de kraamstal.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.