Martin Houben: ons denken binnen landsgrenzen is mijn grootste bedreiging

Martin Houben is duidelijk. "U vraagt wij draaien, dat is mijn geloof. Eigen concepten maken lukt niet. Daar is zelfs de allergrootste varkenshouder veel te klein voor."Met 20.000 plaatsen voor zeugen en een productie van 65.000 vleesvarkens per jaar behoort Houben tot de grootste varkenshouders van ons land. Onlangs werd hij gehoord door de vaste landbouwcommissie van de Tweede Kamer die de verdeling van de marge in de voedselketen onderzoekt. Zijn Houbensteyn Groep is gevestigd in Ysselsteyn (Limburg). "We hebben gefaald in het maken van eigen concepten en gaan voor produceren tegen een concurrerende prijs." Toch wil hij dat supermarkten en de overheid de 'etikettering' van varkensvlees mogelijk maken. Houben is mijn elfde gesprekspartner in de serie Waait of stormt het?
Waait of stormt het?
Het waait hard, maar dat is het risico van het ondernemersvak. De storm die dreigt zit in het rare gedrag van de wetgever. Als onze regelgevers niet gaan begrijpen dat ze met twee maten meten krijgen we een orkaan. De varkenshouderij moet in Nederland aan normen voldoen die niet gelden voor de slagers en winkels die ons vlees verkopen. Het is voor ons ondoenlijk om straks aan hogere dan Europese eisen te voldoen, terwijl supermarkten buitenlands vlees mogen neerleggen naast het onze dat niet aan die normen hoeft te voldoen. Consumenten kunnen het verschil niet zien. Dat kan niet. Nationale overheden moeten gaan denken in termen van verzorgingsgebieden. Supers kopen hun vers niet nationaal in, maar in de regio Noord-West Europa. Daarom moeten er gelijke normen komen voor Noord-West Europa. Als het bij nationale wetgevingen blijft, gaat dat ons nekken. De wetgever kan het heel simpel oplossen door niet aan ons, maar aan de supers eisen te stellen. Dan gaan zij ons scherpe productie-eisen stellen en komen we er ook. Maar zonder eindeloze touwtrekkerij en faillissementen.
Je hebt ooit geprobeerd het Houbesteyn varken in de markt te zetten. Je eigen varken, met je eigen concept. Waarom ben je daarmee gestopt?
We hebben daarin gefaald en ik geloof er ook niet meer in. Zelfs de allergrootste varkenshouder is te klein om zijn eigen product met zijn eigen specificaties op het schap te krijgen. Supers willen het gewoon niet als de klant er niet om vraagt en die vraagt nou eenmaal niet om wat hij nog niet kent.
Zelfs al overtuig je supermarktmanagers dat ze mooie kansen hebben met een onderscheidend product, de verantwoordelijke inkoper kiest uiteindelijk op prijs want daar wordt hij op afgerekend. Er zijn ongetwijfeld veel goeie bedoelingen, maar voor je daar op kunt oogsten ben je failliet. Het is gewoon geen optie om als varkenshouder nieuwe consumentenconcepten te ontwikkelen als je belangrijkste afnemers die niet van harte ondersteunen. Daarom draai ik het tegenwoordig radicaal om: u vraagt, wij draaien en zorgen voor de beste prijs. Punt.
Wat vind je van AH die nu dan toch maar het ÈÈn ster varken als ondergrens gaat voeren?
Ik ben heel sceptisch over dat zogenaamde tussensegment om de redenen die ik net gaf. De super gaat uiteindelijk voor de prijs. Ik vind het besluit van AH geweldig klinken en het is een prestatie van de Dierenbescherming dat ze het voor elkaar hebben gekregen. Zonder druk van de dierenbeweging was dit nooit mogelijk geweest. De druk heeft Albert Heijn tot de vraag aangezet waar ik het zojuist ook over had. Van ‘achteruit’ kun je dat niet veranderen. NGO’s en andere maatschappelijke organisatie met invloed op de publieke opinie kunnen dat wel zodat ik anders kan gaan werken. Ik vind het een geweldige prestatie dat Bert van den Berg [van de Dierenbescherming, DV] dit met Albert Heijn heeft weten te bereiken.
Toch ben je nog steeds sceptisch?
Ja. Het gaat om de grootste retailer van het land en een miljoen dieren. AH heeft aangegeven de meerkosten en een extra marge aan de varkenshouder te willen betalen. Daar ben ik sceptisch over. In het verleden zijn er verschillende initiatieven geweest om varkens met extra toegevoegde waarde in de markt te zetten. De supermarkten waren alleen niet bereid de kosten aan de varkenshouder te vergoeden, omdat daardoor het vlees duurder wordt. Het Milieukeurvarken zou een onderscheidend segment moeten zijn, maar de varkenshouder krijgt er niks extra voor. Het Livarvarken is het wel gelukt, maar levert geen vlees aan de supermarkten. Supermarkten hebben een heel sterke positie. Daar heb ik in principe weinig moeite mee als ze ook hun maatschappelijke plicht nemen om de wensen van burgers om te zetten in hun aanbod. Supermarkten kopen nu op verschillende plaatsen in Europa varkensvlees - 30% komt uit buitenland – omdat ze prijs zo’n belangrijke concurrentiefactor vinden. Het heeft dus helemaal geen zin om als varkenshouder te investeren in nog meer extra kwaliteitseisen. Die worden toch niet betaald. AH gaat nu na druk van de Dierenbescherming het varkensvlees met 1 ster op de markt brengen. Dat is heel ambitieus. Doel is dat niet alleen het varken, maar ook de varkenshouder hier beter van worden. Dat wil ik eerst zien, dan geloof ik het pas.
Dus je gaat er niet aan mee doen?
Dat zou dom zijn. Ik hoop van ganser harte dat het lukt, maar ben ook ondernemer en kan me geen dromen permitteren. Hopelijk slaag het nu wel omdat NGO's, waaronder de Dierenbescherming, dat eisen. Met druk van buiten kan het spel eerlijk gespeeld worden. Voor de varkenshouder is het belangrijk dat hij goed samenwerkt met de slachterij om die een sterke onderhandelingspositie te geven. Op die manier kun je toch een vuist maken.
Ik ga dus wel meedoen, maar alleen voor een deel van mijn productie. Met de grootte van mijn bedrijf kan het niet allemaal van mijn kant komen, maar moet ik wel al het mogelijke doen om het te laten slagen en er straks op door te kunnen bouwen. Ik kan niet mijn hele bedrijf omgooien omdat ik daarmee een te groot financieel risico zou inbouwen.Je hebt kritiek op de focus op dierwelzijn, terwijl duurzaamheid in het gedrang komt in de discussie over intensieve dierhouderij. Hoe zit dat?
Dierwelzijn gaat over ruimte, maar ruimte zal altijd te weinig zijn. Mensen kunnen zich er niets bij voorstellen. Nederland heeft al een forse plus op het gebied van dierwelzijn ten opzichte van andere Europese landen. Bij ons hebben dieren een dikke 20% meer ruimte dan die in het buitenland. Ze liggen niet op roosters, maar op dichte en verwarmde vloeren.
Maar dat vindt men nog steeds niet genoeg. We moeten van 0.8 naar 1 vierkante meter per varken. Zelfs als het 1.2 is zal het nog te weinig zijn voor de publieke opinie die geen andere referentiepunten heeft. De kranten staan bol van de duurzaamheid, maar alle duurzaamheid met betrekking tot dieren gaat alleen over dierwelzijn terwijl het eten van dieren per definitie onduurzaam zou zijn. Dat is niet waar. Het varken is de kringloopsluiter bij uitstek. 95% van het voer van mijn dieren komt uit reststromen en voedselproductie die niet voor menselijke consumptie geschikt is. Dan zouden we al dat voer maar importeren. Ook dat is beslist niet waar. 85% van het voer dat ik zelf voor mijn dieren samenstel en zelf inkoop komt uit een straal van 200 kilometer om ons heen. Stel je voor dat we al dat afval zouden weggooien of alleen maar verbranden of vergisten. Het zou betekenen dat een groot deel van ons eten veel duurder zou worden en onze welvaart flink zou afnemen. Onze economie is ingesteld op het verwerken van die reststromen. Het is bovendien hartstikke duurzaam en laten we dus vooral ook focussen op het goede en de verdere verbeterpunten daarvan. Let wel, ik noem dierwelzijn niet onbelangrijk, maar er is zoveel meer. Al helemaal als we het over duurzaamheid hebben.
Als dat zo is, waarom weet het publiek daar dan nog steeds niks van?
Omdat we heel slecht communiceren. Dat kunnen we gewoon niet. Dat geldt zowel voor individuele boeren als onze organisaties.
De dieren en milieu NGO’s zouden het kunnen maar die hebben een andere en vaak biologische agenda. Als je er goed over nadenkt is dat krankzinnig en zelfs schandalig, want het leidt tot een veel minder duurzame wereld.
Hebben boeren het budget om het publiek goed voor te lichten?
Er zijn best middelen, maar we hebben de houding er niet voor. We duiken altijd maar en vertellen niks. Pas als iets uit de hand is gelopen stappen we schutterig en vanuit het defensief in het nieuws. Dan sta je dus al op een straatlengte achterstand.
We zijn trots op wat we doen en hebben het beste voor met onze dieren, maar laten het niet zien. Het publiek denkt – overigens net als in de voedingsmiddelenindustrie – dat we iets te verbergen hebben achter onze gesloten muren. Dat hebben we niet. Het zou een boel helpen als we op een aansprekende manier gewoon gingen vertellen en laten zien wat we doen. Het is meteen goeie marketing.
Je vertelde de Landbouwcommissie van de Tweede Kamer dat je vindt dat vlees geëtiketteerd moet worden. Wat bedoel je daar precies mee?
Je moet zorgen dat je 'plussen' zichtbaar zijn. Als niemand weet dat ons doodgewone Nederlandse varkensvlees nu al aan aanmerkelijke hogere eisen voldoet dan het meeste andere Europese vlees en het gewoon door elkaar ligt bij de super, dan zal het goedkoopste winnen en komen we niet verder. Een consument moet kunnen zien wat hij koopt.
Nu Albert Heijn eraan komt met zijn ene ster is dat een kans om te segmenteren. Het meest ontwikkelde concept aan de bovenkant van de markt is het Livarvarken van Frans de Rond en zijn collega’s. We zouden dat veel meer moeten ondersteunen omdat er zo echt keuze in de markt ontstaat. De consument gaat zich realiseren dat er te kiezen valt. De retailer gaat inzien dat die keuze-mogelijkheden te marketen vallen. Door die dynamiek komt de vraag en de betaalbereidheid van mensen weer in een spiraal naar boven. Zolang alles maar op een grote hoop wordt geveegd zal dat niet gebeuren.
Hoe zou dat etiketteren dan moeten?
Je moet laten zien aan welke normen het vlees voldoet en daar herkenbare 'merken' of standaards voor maken. De sterren van de Dierenbescherming en de Good Farming Star van Vion doen dat. Als we die hebben zouden we daar ook Europees op door moeten pakken en actief in Europa die onderscheiden en keuze aan consumenten en retailers moeten duidelijk maken.
Wat houdt jou en je collega’s tegen?
Alweer die landsgrenzen. Wij denken Nederlands, maar werken in die Noord-West Europese delta. Ik ben sneller in Noord-Frankrijk dan in Groningen en veel sneller in Duitsland dan in Amsterdam. Als wij onze productie op een hoger plan willen brengen, dan moeten we werken aan Europese normering en bijbehorende concepten en communicatie naar consumenten.
Als je die normen openstelt voor het buitenland, zit je toch met concurrentie?
Daar heb ik nou geen enkele moeite mee. Ondernemers moeten elkaar scherp houden. Als ze dat niet doen, komen er namelijk vanzelf nieuwe.
In 2013 moeten de varkenshouderij aan veel nieuwe normen voldoen. Er wordt voorspeld dat een flink aantal de pijp aan Maarten zal geven. Hoeveel varkenshouders denk jij dat er in 2020 nog zijn?
Het zijn er nu zo’n 9.000. Ik denk dat de helft zal zijn verdwenen.
Hoeveel dieren zullen ze houden?
Evenveel als vandaag. Dat wordt namelijk gelegitimeerd door de reststroom verwerking die het varken vroeger, vandaag en ook in de toekomst moet vervullen. Het aantal dieren is daarnaar gedimensioneerd. Dat is iets wat we het publiek veel duidelijker moeten maken.
Hoeveel zullen ze verdienen?
Ik hoop meer dan vandaag, maar ik verwacht evenveel als vandaag.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









