Landbouwminister Van Essen: ‘Stilstand de grootste bedreiging voor de varkenshouderij’
Met die duidelijke boodschap sprak landbouwminister Jaimi van Essen tijdens het symposium Vitale Varkenshouderij van CoViVa op 8 juni.

Varkens in de modder. Afbeelding ter illustratie. Foto: Hans Prinsen
Waar de varkenssector kampt met verschillende uitdagingen, ziet de minister vooral het gebrek aan perspectief als grootste risico. Ondernemers die willen investeren lopen volgens hem vast in een vergunningstelsel dat al jaren onvoldoende functioneert. Tijdens het symposium stond daarom niet alleen de voortgang van de verduurzaming centraal, maar ook de vraag hoe de sector weer ruimte krijgt om vooruit te kunnen.
Lancering Praktijk Netwerk Varkenshouderij
Op het symposium werd ook het Praktijk Netwerk Varkenshouderij geïntroduceerd. Dit netwerk brengt varkenshouders, onderzoekers en erfbetreders samen om methaan- en ammoniakemissies op varkensbedrijven te verminderen.
De varkenshouderij heeft te maken met verschillende uitdagingen die de vitaliteit van de sector onder druk zetten. Zo zorgen stijgende kosten, strengere milieueisen, onzekerheid rondom vergunningverlening en een afnemend aantal bedrijven voor zorgen binnen de sector. Daarnaast staat de concurrentiepositie onder druk door hogere maatschappelijke eisen op het gebied van emissies, dierenwelzijn en klimaat. Toch ziet Van Essen de grootste bedreiging niet in deze afzonderlijke uitdagingen, maar in de huidige stilstand als gevolg van het vastgelopen vergunningstelsel. ‘Stilstand is de grootste bedreiging voor de varkenshouderij’. ‘Als ondernemers willen investeren in dierenwelzijn, emissiereductie of innovatie, maar uiteindelijk geen vergunning kunnen krijgen, dan komt er niets van de grond’, aldus de minister.
CoViVa 2
De Coalitie Vitale Varkenshouderij (CoViVa) is een samenwerkingsverband tussen partijen in de gehele varkensketen, waaronder Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), VleesNL en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Hierbij worden er afspraken gemaakt om te werken aan vijf ambities: een goede zorg voor de leefomgeving, een centrale ambitie in de circulaire economie, erkende bijdrage aan klimaat- en energietransitie, robuuste gezonde varkens in een dierwaardige houderij, en koploperschap in markgerichtheid en ketensamenwerking. De minister is positief over de resultaten die binnen het eerste actieplan (2020-2026), dat inmiddels is afgerond, zijn bereikt. Volgens hem heeft de samenwerking laten zien dat de sector bereid is om gezamenlijk te werken aan maatschappelijke opgaven. Daarbij zijn belangrijke stappen gezet op het gebied van circulariteit, klimaat, energie, diergezondheid en dierenwelzijn. Voorbeelden hiervan zijn een aanpak van de virusziekte PRSS en een uniforme berekeningswijze voor de reductie van broeikasgassen.
Het tweede actieplan loopt van 2025 tot 2028. Aan de ondernemers de taak om te blijven ondernemen, te blijven vernieuwen en de goede voorbeelden zichtbaar te maken. ‘En aan ons de taak om te zorgen voor duidelijke randvoorwaarden, werkbare regels en een vergunningverlening die weer functioneert’, aldus Van Essen.
Zeven jaar stilstand
Een belangrijk deel van het gesprek ging over de politieke onzekerheid van de afgelopen jaren. Dagvoorzitter Martijn van Rossum wees erop dat veel ondernemers hebben geïnvesteerd in verduurzaming, terwijl regelgeving en beleidskaders voortdurend veranderden. De minister erkende dat de afgelopen jaren weinig perspectief hebben geboden. ‘Op dit dossier hebben we ongeveer zeven jaar stilstand gezien. En die stilstand helpt niemand.’ Volgens hem zijn niet alleen boeren de dupe van die situatie. Ook woningbouw, infrastructuur en andere economische activiteiten lopen vast. Daarom wil hij zo snel mogelijk weer ruimte creëren voor vergunningverlening.
Volgens de minister is dat momenteel de belangrijkste voorwaarde voor toekomstperspectief. ‘Er is volgens mij niets dodelijker voor ondernemerschap dan elke dag opstaan met plannen voor je bedrijf, terwijl je niet weet of je ooit een vergunning krijgt.’ Zolang ondernemers niet weten waar ze aan toe zijn, blijven investeringen uit. De minister ziet het als de belangrijkste taak van Den Haag om die blokkade weg te nemen.
Erkenning voor pioniers
De minister erkende ook dat een aantal varkenshouders de afgelopen jaren al fors hebben geïnvesteerd in emissiereductie en verduurzaming. Volgens hem moeten deze voorlopers niet opnieuw worden geconfronteerd met dezelfde opgaven als bedrijven die nog weinig stappen hebben gezet. Bij de verdere uitwerking van doelsturing wil het ministerie daarom systemen ontwikkelen die rekening houden met eerder behaalde resultaten. ‘Ondernemers die al stappen hebben gezet moeten daarvoor worden beloond’, aldus de minister. Hoe die erkenning precies vorm krijgt, liet hij nog in het midden, maar hij noemde het nadrukkelijk een aandachtspunt binnen de lopende uitwerking van het beleid.
Naar verwachting komt er op 26 juni een aangekondigde Kamerbrief naar buiten waarin belangrijke beslissingen zullen staan over het stikstofbeleid van de komende tien jaar.








