Eigen mechanisatie loont vaker voor melkveehouders

Steeds vaker stappen grotere melkveehouders, vanaf zo’n 200 koeien, over op eigen mechanisatie. Het omslagpunt van loonwerk naar zelf doen, ligt voor elk bedrijf anders. Een richtsnoer zijn de bewerkingskosten per hectare.

Een melkveehouder kan verschillende redenen hebben om zelf mechanisatie te gaan doen. Zo kan het zijn dat er geen loonwerker meer in de buurt zit of dat hij niet meer afhankelijk wil zijn. Foto: Mark Pasveer

Een melkveehouder kan verschillende redenen hebben om zelf mechanisatie te gaan doen. Zo kan het zijn dat er geen loonwerker meer in de buurt zit of dat hij niet meer afhankelijk wil zijn. Foto: Mark Pasveer



Nu het aantal loonwerkers blijft afnemen en de melkveebedrijven blijven groeien, kiezen grotere melkveehouders er steeds vaker voor om de mechanisatie in eigen handen te nemen. Daarbij spelen verschillende afwegingen een rol. Zelf de graswinning kunnen uitvoeren en zo door het seizoen heen optimale voerkwaliteit kunnen waarborgen, is daar één van.

Ron Houweling, manager technische innovatie bij Fedecom, hoort geregeld geluiden van leden dat grotere melkveehouders overstappen op (meer) eigen mechanisatie. De branchevereniging van fabrikanten, importeurs en dealers van onder meer landbouwmachines heeft geen exact beeld. “Ik hoor het wel geregeld van leden dat melkveehouders de stap maken naar eigen mechanisatie. Zo zijn ze minder afhankelijk van loonwerkers. Er is ook een tendens dat loonwerkers stoppen of hun agrarische tak beëindigen, juist ook omdat er steeds minder boeren zijn in de buurt, door stoppers en schaalvergroting. Als je dan als loonwerker een opraapwagen hebt staan voor vijf boeren, die hooguit 200 uur per jaar draait, dan kan het niet meer uit.”

Interessant bij hoge omzet

Ronald van Mil, verkoper in de zuidelijke regio bij Abemec, ziet ook een tendens naar meer eigen mechanisatie onder melkveehouders. Dat geldt volgens hem vooral voor de grotere bedrijven die flinke omzet draaien. “Als je verder weinig afschrijvingen hebt, op je gebouwen bijvoorbeeld, dan is het interessant om in trekkers en werktuigen te investeren en zo de winst te drukken.”

Voorwaarde is dan wel dat de melkveehouder over voldoende eigen arbeid kan beschikken om op het land in te zetten. Bij een gezinsbedrijf is dat vaak lastiger, omdat alle uren vaak in en om de stal worden gemaakt. “Bij een wat groter bedrijf met meerdere werknemers kun je flexibeler omgaan met de uren. Dan kun je makkelijker iemand een halve of hele dag op de trekker zetten”, stelt Van Mil vast.

Duidelijke keuze maken

Maurice Steinbusch, beleidsmedewerker agrarisch loonwerk bij brancheorganisatie van loonwerkers Cumela, is wat voorzichtiger. Hij kan niet zeggen dat er een trend is naar meer eigen mechanisatie onder grotere melkveehouders. “Het komt wel voor, maar het is sterk afhankelijk van de bedrijfssituatie. Heb je arbeidscapaciteit over? Vind je het leuk om zelf op de trekker te zitten? Waar kun je de meeste arbeid besparen? Dat laatste is toch vooral in en om de stal en niet zozeer op het veld. Je moet als melkveehouder in elk geval een duidelijke keuze maken, want én én is te kostbaar.”

Voor de loonwerkers is het van belang dat zij hun machines goed kunnen benutten, stelt Steinbusch. “De investeringen in machines zijn fors. Je koopt er geen hakselaar bij als die maar half benut kan worden. Je kunt ook niet hebben dat de bestaande hakselaar te weinig uren maakt. Als het agrarische werk in een gebied wat afneemt, bijvoorbeeld door stoppers, dan kan dat voor een loonwerker een afweging zijn om met de agrarische tak te stoppen.”

Dat kan betekenen dat in sommige regio’s de afstand tussen loonwerker en klanten groter wordt. En andere loonwerkers kunnen er niet zomaar wat nieuwe klanten bij pakken. De planningen zijn immers al behoorlijk strak, zeker rond de graswinning en het inkuilen. “Het kan reden zijn voor een melkveehouder om het dan maar zelf te gaan doen”, erkent Steinbusch. “Maar je kunt ook kijken of je met de loonwerker goede afspraken kunt maken. Met tijdig bellen en jaarlijks je plannen bespreken kom je al een heel eind. Loonwerkers kunnen tijdens pieken extra mensen inhuren, ook in de avonduren en weekenden. Maar dat moet je dan wel goed kunnen inplannen.”

Lees verder onder de foto

Grotere melkveehouders schaffen bijvoorbeeld zelf een opraapwagen aan, zodat ze de graswinning in eigen hand hebben. Ze moeten dan tijdens pieken wel voldoende eigen arbeid beschikbaar hebben. Foto: Andrea van Schaik
Grotere melkveehouders schaffen bijvoorbeeld zelf een opraapwagen aan, zodat ze de graswinning in eigen hand hebben. Ze moeten dan tijdens pieken wel voldoende eigen arbeid beschikbaar hebben. Foto: Andrea van Schaik

Samenspel zo soepel mogelijk

Het is zodoende van belang dat het samenspel tussen loonwerker en veehouder zo soepel mogelijk verloopt. Als dat minder goed gaat, zeker een aantal seizoenen achter elkaar, dan wordt het verleidelijk voor de melkveehouder om met name de graswinning in eigen hand te nemen. Dat ziet ook Van Mil. “Te laat maaien, inkuilen of bemesten tast de voerkwaliteit aan. Goed grasmanagement is voor een melkveehouder zeer belangrijk. Het is begrijpelijk dat grotere melkveehouders dat vaker zelf gaan doen om zo grip te hebben op de kwaliteit van het ruwvoer. We zien dat ze vaker maaiers, rotorharken en opraapwagens aanschaffen. Soms zelfs een vierrotorhark of een hakselaar. Daar staat ook steeds vaker een zwaardere trekker voor. Het aantal pk’s blijft meegroeien.”

Dat ziet ook Ron Houweling van Fedecom. Hij ziet een verschuiving naar zwaardere vermogens. “Jarenlang was de klasse van 130-150 kW (175-200 pk) de grootste. Inmiddels is dat verschoven naar 180 tot 200 kW (240-270 pk). De gebruikers nemen de bodemdruk daarbij kennelijk voor lief.”

Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Omslagpunt niet te bepalen

Welke investeringen nodig zijn, is voor elk bedrijf verschillend. Meespelen onder meer de financiële situatie, het huidige trekker- en machinepark, de persoonlijke voorkeuren, het arbeidsplaatje over het jaar heen en de (on)mogelijkheden van de loonwerker.

Een gemiddeld omslagpunt bepalen voor wanneer eigen mechanisatie rendabeler wordt dan de loonwerker inhuren, is lastig zo niet onmogelijk, stelt Rinus Wientjens, bedrijfsadviseur melkveehouderij bij Flynth. “Voor een groep bedrijven lukt dat niet. Daarvoor zijn de individuele verschillen tussen bedrijven te groot. Zaken als verkaveling, beschikbaarheid van eigen personeel, de beschikbaarheid van de loonwerker in de regio en het al aanwezige machinepark spelen een rol.”

De bewerkingskosten per hectare zakken in 2025 bij grotere bedrijven onder die van de kleinere. Dat heeft vooral te maken met de hogere post voor onderhoud bij de kleinere bedrijven. Dit is eenmalig, vermoedt Flynth. Bron: Flynth

Bewerkingskosten blijven oplopen

De totale bewerkingskosten per hectare zijn een maatstaf om altijd in de gaten te houden, benadrukt Wientjens. Hij heeft de bewerkingskosten over de periode 2016-2025 geactualiseerd. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen melkveehouderijen met 70 tot 200 koeien en bedrijven met meer dan 200 koeien. Zie ook de grafieken op deze pagina’s. Om een evenwichtig beeld te krijgen, is de intensiteit van beide categorieën gebaseerd op 19.000 à 20.000 kilo melk per hectare.

De totale bewerkingskosten van de categorie 70 tot 200 koeien waren in 2025 €2.156 per hectare. Bij de grotere bedrijven was dat €1.959. De trend is dat de totale bewerkingskosten blijven oplopen, maar bij de grotere bedrijven gaat dat minder snel.

Opmerkelijk is dat de post onderhoud bij bedrijven met 70 tot 200 koeien vorig jaar flink opliep, van €321 naar €391 per hectare, terwijl deze bij de grotere bedrijven vrijwel gelijk bleef. Wientjens vermoedt dat dit fiscaal gedreven is. De grotere bedrijven hebben vaker rechtsvormen waarin hogere winsten minder voor belastingdruk zorgen dan bij de kleinere bedrijven. Die zijn doorgaans vaker eenmanszaken, maatschappen of vennootschappen onder firma.

De gemiddelde winsten waren in 2025 hoog, waarbij extra onderhoud een manier is om de winst te drukken. Wientjens vermoedt dat de post onderhoud in 2026 weer normale proporties zal aannemen, omdat het qua omzet en winst geen denderend jaar zal worden.

Op de grotere melkveehouderijen daalt het aandeel loonwerkkosten vorig jaar, terwijl de tarieven voor loonwerk stijgen. Het percentage loonwerk op de totale kosten is daar nu 38%, tegen 46% op de kleinere bedrijven. Bron: Flynth

Stijging totale bewerkingskosten

De totale bewerkingskosten inclusief afschrijvingen van kleinere bedrijven waren in 2025 €2.156 per hectare. Bij de grotere bedrijven was dat €1.959. De trend is dat de totale bewerkingskosten blijven oplopen, maar bij de grotere bedrijven gaat dat minder snel. Over de hele periode 2016-2025 stegen de uitgaven per hectare bij kleinere melkveehouderijen met 66%, bij de grote met 54%. In 2025 daalden deze bij de grotere bedrijven zelfs iets. Dat zat ’m onder meer in lagere afschrijvingen op machines en werktuigen en iets minder loonwerk.

De kosten voor betaalde arbeid stegen op kleinere bedrijven tussen 2022 en 2025 van €119 naar €196. De loonwerkkosten gingen in deze periode van €617 naar €763 per hectare. Het aandeel betaalde arbeid op de totale kosten per hectare schommelt hier al jaren rond 11%, de loonwerkkosten schommelen rond 48%.

Bij de grote bedrijven zijn de totale bewerkingskosten inclusief afschrijvingen in 2025 €1.959, tegen €1.856 in 2022. Het aandeel betaalde arbeid steeg van 20 naar 24%. Voor loonwerk is dat respectievelijk 36 en 38%.

Wat opvalt, is dat de loonwerkkosten op grote bedrijven gemiddeld minder stijgen dan op de kleinere bedrijven. In 2025 daalden de loonwerkkosten op grote bedrijven zelfs iets, terwijl die op kleinere bedrijven wel doorgroeiden. Als onderdeel van de totale bewerkingskosten bleven de loonwerkkosten op kleine bedrijven de afgelopen jaren stabiel, terwijl ze op grotere bedrijven iets daalden. Dat lijkt de trend naar meer eigen mechanisatie te onderschrijven.

Grasdag 2026: machines live in actie

Boerderij en TREKKER houden op donderdag 18 juni 2026 de jaarlijkse Grasdag op melkveebedrijf Poppe in Zwolle. Op dit bedrijf worden 310 melk- en kalfkoeien gehouden. De melkkoeien worden gemolken door drie Lely A5-melkrobots.

Grasdag staat in het teken van gras, ruwvoer en graswinning. Bezoekers kunnen onder meer live demonstraties zien van maaien, schudden, harken, hakselen en persen. Ook zijn er workshops, een machinestraat, een productbeurs en lezingen in de kennisschuur.

Het evenemententerrein is open van 12.00 tot 21.00 uur. De middagdemonstratie begint om 14.30 uur en de avonddemonstratie om 19.00 uur.

Abonnees gratis toegang

Abonnees van Boerderij of TREKKER hebben gratis toegang. Alle bewoners van het adres waar het abonnement op geregistreerd staat, mogen gratis naar Grasdag. Niet-abonnees betalen €25 per persoon inclusief btw. Studenten en kinderen onder de 18 jaar mogen gratis naar binnen, maar moeten wel worden aangemeld.

Aanmelden kan via Grasdag.nl.



Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.