Raad van State zeer kritisch op initiatiefwet Grondgebonden melkveehouderij
De Raad van State is zeer kritisch op de initiatiefwet van voormalig Tweede Kamerlid Harm Holman (NSC) en Pieter Grinwis (CU) over grondgebonden melkveehouderij en verantwoorde mestafzet. De Raad adviseert de initiatiefwet in de huidige vorm niet in behandeling te nemen. Grinwis kondigt aan het voorstel grondig te vereenvoudigen.

Na kritiek van de Raad van State past Pieter Grinwis de initiatiefwet grondgebondenheid aan. Foto: Koos Groenewold
In het advies van de Raad van State staat dat de problematiek van de landbouw in het wetsvoorstel goed wordt geadresseerd, maar dat niet duidelijk is op welk vlak en in welke mate dit wetsvoorstel een oplossing biedt. “Nederland staat voor een grote opgave om de balans te herstellen tussen landbouw en natuur, water, bodem en klimaat. Juist omdat deze opgaven zo groot en complex zijn, is het van belang dat uit het voorstel en de bijbehorende toelichting duidelijk volgt voor welke concrete problemen het voorstel een oplossing biedt”, licht de Raad van State toe.
Holman en Grinwis stellen in de initiatiefwet voor om normen in te stellen voor grondgebondenheid door melkveehouders vanaf 2034 te verplichten minimaal 0,35 hectare grasland of rustgewassen per grootvee-eenheid (GVE) te hebben. Hiervoor geldt een ingroeipad vanaf 2028, waarin een norm van 0,20 hectare per GVE geldt. Samenwerking tussen akkerbouwers en melkveehouders is toegestaan om aan de norm te voldoen. De grond om aan de norm te voldoen mag op maximaal 50 kilometer van het melkveebedrijf liggen. In gebieden die worden aangewezen voor maatschappelijke landbouw, zoals veenweidegebieden, geldt een norm van 1,5 GVE per hectare grasland of rustgewas per GVE.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









