‘Kringlooplandbouw is landbouw zonder kunstmest’

Foto: Jan Willem Schouten
Met haar LNV-visie ‘waardevol en verbonden’ wil minister Schouten kringlooplandbouw realiseren. Volgens Frits van der Schans is een landbouw zonder inzet van kunstmest mogelijk.Een van de ambities die de minister noemt is een vermindering van het gebruik van kunstmest op basis van fossiele grondstoffen zoals fosfaat en aardgas. Het uiteindelijke doel is om helemaal geen fossiele kunstmest te gebruiken. Deze uitdaging hebben we verkend en blijkt dichterbij dan ooit tevoren.Het gebruik van kunstmest is sinds de jaren tachtig sterk verminderd. Zo is stikstofkunstmest gehalveerd en fosfaatkunstmest gedecimeerd. Naast het gebruik van kunstmest staat een aanzienlijke hoeveelheid dierlijke mest die buiten de Nederlandse landbouw wordt afgezet; bijna 88 miljoen kilo stikstof en 48 miljoen kilo fosfaat. Ongeveer 60% daarvan betreft mestexport, al dan niet na be- of verwerking, en circa 20% wordt in Nederland verwerkt, voor het grootste deel verbrand. Van alle geëxporteerde en verwerkte mest, vormt pluimveemest het grootste aandeel.Lees verder onder de grafiek.Overschot van 39 miljoen kilo fosfaatUit de balans tussen het gebruik van kunstmest in de landbouw en de afzet van dierlijke mest buiten de landbouw, blijkt dat er meer dan voldoende dierlijke mest is om alle fosfaatkunstmest te vervangen. Er resteert een overschot van 39 miljoen kilo fosfaat. Maar het beeld bij stikstof is duidelijk anders. Uitgaande van het huidige bemestingsniveau resteert een behoefte van 157 miljoen kilo stikstof. Is het mogelijk om ook het gebruik van deze fossiele stikstofkunstmest te vermijden? Bij de beantwoording van deze vraag gaan we uit van het produceren van (precisie) meststoffen op basis van dierlijke mest zodat specifieke bemesting mogelijk blijft.Lees verder onder de grafiek.Geen data beschikbaar van 1987, 1988 en 1989.VlinderbloemigenDe totale stikstofbehoefte in de landbouw kan deels worden ingevuld met behulp van vlinderbloemige gewassen. Deze gewassen leggen stikstof uit de lucht vast en hebben zo een veel lagere stikstofbehoefte. Daarbij leveren zij stikstof aan het gewas dat erna wordt geteeld. Niet onbelangrijk is dat deze gewassen ook een eiwitrijke opbrengst hebben en door een diepe worteling bijdragen aan een gezonde bodem.Besparing van de stikstofbemestingVlinderbloemigen kunnen uit de lucht tot wel 300 kilo stikstof per hectare binden. Dus als met in- of doorzaai een groot deel van het grasland wordt omgezet naar grasklaver, kan tot wel 100 miljoen kilo stikstof worden uitgespaard. Met de teelt van luzerne, lupinen en veldbonen is een aanzienlijke besparing van de stikstofbemesting mogelijk. Te denken valt aan een direct effect van 150 kilo per hectare en via nalevering nogmaals 100 kilo per hectare. Met de teelt van 200.000 hectare van deze gewassen kan tot wel 50 miljoen kilo stikstofkunstmest worden uitgespaard.Door al deze maatregelen is geen ‘fossiel-kunstmest’ meer nodigVermindering uitstoot van broeikasgassenDe hiervoor genoemde maatregelen (grasklaver en teelt van vlinderbloemigen) kunnen zorgen voor een vastlegging van wel 150 miljoen kilo stikstof. Daarnaast kunnen gewasresten, vanggewassen en maaisel uit natuurgebieden, sloten of bermen (nog) beter worden benut. Door al deze maatregelen is geen ‘fossiel-kunstmest’ meer nodig en kan de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk worden verminderd. Deze kringlooplandbouw levert door minder kunstmestproductie, mestverwerking en mesttransporten een daling van de emissie van broeikasgassen op van ongeveer 1 Mton CO2-equivalent.Mogelijke maatregelenDe toepassing van deze maatregelen en inzet van deze gewassen vraagt een grote inspanning van boeren en tuinders en verdient daarom brede ondersteuning. Maatregelen die kunnen bijdragen aan deze transitie zijn:Aanpassen van de EU Nitraatrichtlijn ten aanzien van de normering van het gebruik van dierlijke mest per hectare;De teelt van vlinderbloemigen, eiwitrijke gewassen krachtiger stimuleren door bijvoorbeeld aanpassing van de criteria voor de ecologische aandachtsgebieden, en door eisen te stellen aan het gebruik van ‘regionaal eiwit’ in de varkens- en pluimveehouderij;Ontmoedigen van het gebruik van kunstmest op basis van fossiele grondstoffen door een stikstofheffing. De opbrengst van deze heffing kan worden ingezet voor de ontwikkeling van (technieken voor de productie van) duurzame meststoffen;Beleidsverandering ‘van mestbeleid naar bemestingsbeleid’;Stimuleren van stalsystemen waarmee veehouders mest produceren die door scheiding, rijping en/of meer organische stof, beter toepasbaar is in plantaardige sectoren;Omvormen van subsidies van mestverwerking naar productie van duurzame meststoffen;Stimuleren van de omschakeling naar bedrijfssystemen met lagere niveaus van stikstofbemesting zoals natuurinclusieve en biologische landbouw.Het kan zonder fossiele kunstmestHet realiseren van kringlooplandbouw zonder het gebruik van kunstmest van fossiele oorsprong is zeker in Nederland heel goed mogelijk. Minister Schouten beschikt daarbij namens de rijksoverheid over relevante knoppen om aan te draaien. Aan deze transitie dienen ook bedrijfsleven, onderwijs, onderzoek en maatschappelijke organisaties bij te dragen. Om die medewerking concreet te maken, kan ministerie LNV wellicht het voortouw nemen voor het opstellen van een ‘Deltaprogramma kringlooplandbouw zonder kunstmest’.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









