‘Krimp veestapel onvermijdelijk’

Foto: Ruud Ploeg
De veehouderij ontkomt er op den duur niet aan om in te krimpen. Met alleen innovatieve oplossingen worden klimaatdoelen niet gehaald, constateren Krijn Poppe en Jan Jaap de Graeff van de Rli.Wat moet er met de voedselketen gebeuren om te kunnen voldoen aan de klimaatdoelen van Parijs? Die vraag staat centraal in het advies dat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur onder leiding van Krijn Poppe heeft opgesteld. De boodschap is niet mis voor de veehouderij. “Beperkingen in de productie en consumptie van dierlijke eiwitten zijn onvermijdelijk”, aldus voorzitter Jan Jaap de Graeff van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, Rli. “Het is geen aanbeveling, maar een onvermijdelijke conclusie. Het is niet iets waar wij op aansturen, maar we concluderen dat het zo zal zijn. Onze voornaamste boodschap aan de overheid is dat ze hierop moet voorsorteren. 2030 is niet heel ver weg, maar ook niet heel dichtbij. Er is voldoende tijd om het beleid hierop aan te passen, om te voorkomen dat consumenten of producenten voor verrassingen komen te staan. Want bij verrassingen ontstaan juist de problemen”, zegt De Graeff. “Je kan het vergelijken met de aankondiging van het melkquotum in de jaren tachtig. Toen wisten we ook dat we daar de komende decennia mee te maken zouden hebben. Dat geldt nu voor de klimaatdoelen”, voegt Poppe toe. Hij wijst erop dat met een focus op de klimaatdoelen alle problemen waar de landbouw mee kampt nog niet worden opgelost. De bekende problemen rondom meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en bijvoorbeeld effecten voor de volksgezondheid, moeten op regionaal niveau worden aangepakt, aldus Poppe.Krijn Poppe vergelijkt de klimaatdoelen nu met de aankondiging van het melkquotum in de jaren tachtig: we weten dat we daar de komende decennia mee te maken hebben. - Foto: Fred ErnstU zegt dat de veehouderij op den duur moet krimpen. Dat is een stevige boodschap aan veehouders.“Ja, maar daarom zeggen we het ook nu al. De problemen rondom mestproductie zagen we ook al lang aankomen, maar er werd onvoldoende ingegrepen, waardoor de pijnlijke maatregel van fosfaatreductie moest worden genomen. Onze grote waarschuwing is nu dat je moet voorsorteren, zodat je tijd hebt om innovaties te plegen en stallen niet te bouwen die je anders misschien maar half vol kunt zetten. We willen ondernemers ruimte geven om na te denken hoe ze hun toekomst kunnen inrichten. Onzekerheid is altijd lastig voor ondernemers.” Maar kunt u nu wel zekerheid geven over de toekomst?“Meer dan wanneer je niets doet. We weten in ieder geval de Nederlandse opgave van het klimaatakkoord van Parijs. De uitstoot van broeikasgas moet 95% worden teruggedrongen.” Linkse partijen zeggen al langer dat de veestapel moet krimpen. Krijgen zij gelijk?“Het gaat verkeerd als we er alleen een staartendiscussie van maken. Als je de helft van de dieren eruit haalt, wordt de andere helft nog niet duurzamer. We willen juist technologische vernieuwing ontwikkelen. Maar we zien ook wel dat het zeer onwaarschijnlijk is dat je daarmee de grote opgave haalt.”‘Onze grote waarschuwing is dat je moet voorsorteren, zodat je tijd hebt om innovaties te plegen en stallen niet te bouwen’Hoe groot is de opgave precies?“Het verdrag van Parijs geeft Nederland een juridisch bindend quotum van broeikasgassen, voor alle sectoren samen, op 10 megaton CO2-equivalenten in 2050. Alleen de veehouderij zit nu al op 18. Je moet een geweldige technologische inspanning leveren om op die 10 te komen, maar dan moet je nog verder, omdat andere bronnen zoals bebouwing en mobiliteit ook ruimte nodig hebben. Welke opgave er voor welk onderdeel precies komt, is een politieke keuze.”Welke opgave zou realistisch zijn voor de veehouderij?“Daar doen wij ook geen uitspraken over. Het is onvermijdelijk dat de veehouderij fors terug moet. Welk deel hiervan gerealiseerd kan worden met technische maatregelen als veevoer en innovatie, is onduidelijk. Er moet door de hele sector gekeken worden welke maatregelen kunnen en welke effectief zijn.” Wat moeten boeren doen?“Ze moeten er rekening mee houden dat we klimaatdoelen met de huidige veehouderijsystemen en dieraantallen op den duur niet halen. Er zullen extra voorwaarden aan productie komen. Dit kan tot gevolg hebben dat jonge ondernemers bedrijven misschien niet willen overnemen van hun ouders, of dat veehouderijbedrijven verbreden of omschakelen naar akkerbouw en andere gewassen,bijvoorbeeld bonen gaan telen.”Daar verdien je nu geen goede boterham mee.“Maar in 2030 misschien wel, is onze stelling. Daarom moet je ook aan de consumptiekant de markt ontwikkelen voor plantaardige eiwitten. Er moeten in de hele keten maatregelen worden genomen. De klimaatdoelen vraagt inspanningen van iedereen, niet alleen van boeren.”Consumenten moeten hun eetpatroon ook aanpassen; minder dierlijke eiwitten en meer plantaardige eiwitten. Hoe kan de overheid dit regelen?“Dat kan via informatievoorziening, door het beïnvloeden van routinegedrag door producten op het juiste moment aan te bieden in winkels en in restaurants, maar ook via financiële prikkels door bijvoorbeeld btw en accijnzen.”Lees ook: Voedselbeleid richten op minder dierlijke productenMag de overheid zich hiermee bemoeien?“Wij vinden het legitiem dat de overheid zich hiermee bemoeit, maar we vinden niet dat de overheid de consument iets mag voorschrijven. We vinden wel dat de overheid mag bevorderen dat het gedrag van consumenten verandert. Je kan het vergelijken met de autogordel. Dat is ook een ieders eigen verantwoordelijkheid, maar het heeft wel effect op maatschappelijk kosten van bijvoorbeeld gezondheidszorg.Dat is een reden voor de overheid om zich daarmee te bemoeien.”Tot nu toe is de vleestaks door de politiek afgewezen, onder andere omdat het technisch lastig is. Is aanpassing van een btw-tarief wel realistisch?“Wij zijn een strategisch adviesorgaan en eisen niet dat iets morgen is geregeld. We zien wel dat een verdergaande vergroening van het belastingstelsel onvermijdelijk is. Het is goed hier een discussie over te voeren.”De Nederlandse landbouw wordt geprezen voor haar efficiënte manier van produceren. Is het wel verstandig om juist hier in te grijpen om de wereldwijde klimaatdoelen te halen?“Bij het klimaatakkoord in Parijs is afgesproken dat ieder land zijn bijdrage zal leveren. Dat is de politieke realiteit en daar moeten we ons aan houden. Er zijn nationale quota gesteld.Ook landen als Ierland, maar ook Nieuw-Zeeland hebben voor de veehouderij een enorme opgave. Zij hebben veel rundvee en relatief weinig bebouwing waarin ze de uitstoot kunnen reduceren, dus in die landen zal vrijwel de hele reductie uit de veehouderij moeten komen.”Beperking van de productie en consumptie van dierlijke eiwitten is volgens voorzitter Jan Jaap de Graeff van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur onvermijdelijk. - Foto: Fred ErnstWaar kunnen de snelste stappen worden gezet?“Via het veevoer zijn er mogelijkheden, net als met efficiëntieslagen op primaire bedrijven. Maatregelen in het veenweidegebied om het waterpeil te verhogen kunnen ook heel efficiënt zijn. Je moet eigenlijk een mechanisme ontwikkelen met communicerende vaten waarbij wordt gekeken welke sectoren, welke reducties kunnen halen.” De veehouderij zal moeten krimpen. Wie moet dat betalen en wie is hier verantwoordelijk voor?“We hebben het huidige systeem met zijn allen gecreëerd en dat is op sommige fronten doorgeschoten, zoals te zien bij de mestproblematiek. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de boer, we hebben er met zijn allen bij gezeten. Het is een verantwoordelijkheid van de samenleving, dus ook van de overheid. We willen de problematiek nu tijdig aanpakken, om te voorkomen dat we in 2040 -net als nu- voor honderden miljoenen moeten gaan saneren. Dat kan door tijdig in actie te komen.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









