Korte keten gedijt in coronatijd

De korte keten van boer tot consument in één beeld gevat. Het melkveebedrijf van Harold van Vilsteren ligt bijna tegen de stad Zwolle aan. - Foto: Ruud Ploeg
De korte voedselketen heeft het afgelopen jaar door corona aan belang gewonnen. Als boer moet je wel oppassen dat je er niet te makkelijk over denkt. Met alleen een goed product red je het niet.Korte ketens van boer tot consument – waarbij boeren samenwerken en supermarkten en tussenschakels uitgeschakeld zijn – wonnen in 2020 aan populariteit. Dit had met onvrede onder boeren over te lage supermarktprijzen te maken, maar tegelijkertijd gaf de coronacrisis ook een flinke stimulans. Bijvoorbeeld via online zoekmachines voor boerderijwinkels in de buurt zoals FindFarm en Eetbaar Fryslân. Of stichting Boeren voor Buren die zich richt op Amsterdammers met een kleine beurs en een sociale insteek heeft. Boerderij sprak enkele boeren die meedoen in regionale samenwerkingsverbanden en een Drentse Coop-filiaalhouder, die ook producten afneemt van boeren uit de buurt.Tekst gaat verder onder de foto en kaderHarold van Vilsteren (54) heeft in Zwolle (Ov.) een bio-veebedrijf met 110 melkkoeien en 112 hectare land in gebruik. - Foto: Ruud Ploeg‘Bijna 15% van onze melk gaat naar de Zwolse burger’Veehouder Harold van Vilsteren kijkt uit op de stad Zwolle, amper 500 meter ver weg. Sinds 2015 is hij biologisch en levert hij een deel van de melk aan De Zwolse Stadslanderijen, een coöperatie van bioboeren in een straal van 20 kilometer van de stad.
Het gros van zijn melk gaat via Eko-Holland naar Albert Heijn, maar het ‘Zwolse’ aandeel groeit. “Bijna 15% van onze melk gaat inmiddels naar de coöperatie, de eigen melktap en een landwinkel. De melk wordt verkaasd en eindigt bij de Zwolse burger. Er zit veel groei in. Zeker dit jaar, corona heeft ons geen windeieren gelegd”, vertelt Van Vilsteren, die zijn melk twee keer per week – 1.500 liter per keer – levert aan de kaasmakerij van zijn broer 8 kilometer verderop.
“Dagverse melk en met een eigen wagen met oude melktank en koeling. De dag erop wordt er jonge- of kruidenkaas van gemaakt. Daarvoor hebben mijn broer en ik iemand ingehuurd.” Daarna gaat de kaas onder andere naar het afhaalpunt van de Zwolse Stadslanderijen.
Rek in verkoop
Qua inkomsten zit er nog rek in die verkoop. Van Vilsteren ziet nu een kleine plus op de melk, maar de gewenste 2 à 3 cent extra per liter bovenop de Eko-Holland-prijs is er nog niet. “Zwollenaren reageren enorm positief op de producten. Alleen onze visie kunnen we beter onder de aandacht brengen. Voor die plus op producten willen we wat teruggeven aan de stad. Daarom is 12 hectare ingeruimd voor natuurland. Daar bemesten we stroken niet meer en maaien we later voor een mooier landschap. Dát verhaal willen we ook vertellen.”Marketing vaak onderschatDe korte voedselketen – individuele boerenwinkels niet meegerekend – wordt door het CBS niet in cijfers vastgelegd. Marcel Vijn, onderzoeker landbouw en samenleving van Wageningen University & Research (WUR), kan wel een voorzichtige schatting geven. “Het is een relatief kleine ‘sector’ met een omzet van € 5 à € 10 miljoen.” Vijn herkent het beeld van groei. Al merkt hij dat samenwerkende boeren de korte keten soms onderschatten. Goede afspraken over eenduidige kwaliteit zijn bijvoorbeeld essentieel, zegt Vijn. “Als één leverancier onder de maat blijft, moet je elkaar dat kunnen zeggen. Hoe neem je afscheid als iemand niet voldoet? Dat geldt ook voor hygiëne of verpakkingen. Als er één rotte appel is, straalt dat op iedereen af. Dat moet je dus vooraf afstemmen.”Daarnaast wordt marketing van het boerenproduct nog vaak onderschat. Kwaliteit alleen is niet afdoende, juist het verhaal erachter is belangrijk voor de consument. Dat betekent dat boeren samen ook geld moeten reserveren voor marketing én daar tijd in willen steken. “Een knappe website alleen is niet genoeg”, stelt Vijn. “Je moet zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld via open dagen, social media, nieuwsbrieven of streekmarkten. Marketing is de kern. Boeren klagen wel over grote marges van de retail, maar een deel daarvan gaat niet voor niets op aan reclame.”Roy Hallink (34) in Ede (Gld.) is een van de initiatiefnemers van online platform FindFarm dat consument en boer bij elkaar brengt. - Foto: Koos Groenewold‘Elke klant die niet meer bij de supermarkt koopt, is winst’Roy Hallink zette precies een jaar geleden samen met twee anderen online platform FindFarm op. Het idee: boer en consument bij elkaar brengen via een lijst met boerenadressen met thuisverkoop.
Consumenten kunnen zo direct zien waar ze in de buurt voedsel bij de boer kunnen kopen. “Het doel is om boerenbedrijven zichtbaar te maken. En als dit supermarkten omzet kost en klanten voortaan rechtstreeks naar de boer gaan, is dat pure winst”, vertelt Hallink.
Het initiatief FindFarm ontstond eind vorig jaar tijdens blokkades bij distributiecentra in een app-groep van Farmers Defence Force. Een lijst met boerderijwinkels kwam toen ter sprake. Dat leverde 365 adressen op. “In het begin was het houtje-touwtje, maar via social media groeiden we al snel. Begin maart stonden al 550 boeren op de lijst en inmiddels zijn dat er zelfs 850. “Corona heeft daar zeker een rol in gespeeld. We hebben van de nood een deugd gemaakt.”
Onafhankelijk
FindFarm groeide dit jaar ook doordat het FDF-stempel er enigszins van afging. Hallink: “We wilden een neutraler profiel en onafhankelijk zijn. Dat merken we aan de cijfers. Beide boerenkampen zijn nu echt vertegenwoordigd op het platform; de fanatiekelingen én de rustigere types.”
Nog altijd komen er wekelijks boerenadressen bij op FindFarm, maar Hallink ziet de site niet als ‘marktplaats’. “Er zit geen verdienmodel achter. Boeren kunnen zich gratis aanmelden en er zijn geen advertenties. Het gaat ons er om dat de consument de boer ziet en dat we reuring geven. Dat is de kern.”Recepten grote meerwaardeLogistiek speelt naast kwaliteit en marketing een belangrijke rol in korte ketens. Het succes van een keten is er mede afhankelijk van. Veel consumenten zijn immers geen vaste klant. Toch is juist dat van groot belang, meent Vijn. “Abonnementen zijn veel lucratiever. Als er een vast patroon in de bestellingen zit, kun je daar routes op indelen en veel strakker plannen. Dan kun je de kostprijs ook drukken.”HelloFreshHet succes van een commerciële partij als HelloFresh – dat maaltijdboxen aan huis bezorgt – dient daarbij als voorbeeld. Dat bedrijf levert producten mét recepten. Die combinatie geeft meerwaarde. Mensen zijn gemaksdieren en met recepten worden ze ontzorgd. Vijn: “Het idee van voedsel én recepten komt nota bene uit de (bio-)landbouw zelf, maar het is de sector ontglipt omdat die er geen commerciële partij aan wist te verbinden. Toen is HelloFresh er met succes mee aan de haal gegaan.” Jos Bolk (49) heeft in Aerdt (Gld.) een vleesveebedrijf met 500 Blondes d’Aquitaine en 250 hectare land in gebruik. - Foto: Henk Riswick‘Afzet naar Oregional door corona flink in elkaar geklapt’Vleesveehouder Jos Bolk zet al jaren met 35 andere Gelderse boeren via groothandel Oregional lokale streekproducten af. In zijn geval Blondes d’Aquitaine-vlees. Jaarlijks laat hij zo’n 140 dieren slachten en produceert hij ongeveer 70 ton rundvlees.
In 2018 en 2019 wist Bolk 20 tot 25% van dit vlees via Oregonial te verkopen, maar in 2020 was dit amper 3%. “Onze producten gaan via Oregional naar horeca, catering en zorginstellingen, maar juist daar zijn door corona harde klappen gevallen”, vertelt Bolk, die zijn eigen aandeel binnen Oregional toch al kleiner ziet worden. “Door corona wordt nog sterker op prijs ingekocht en met Blondes-vlees zit ik in het topsegment. Voor de horeca ben ik minder interessant geworden.”
Een deel van het rundvlees dat overblijft, gaat nu tegen lagere prijzen naar de groothandel. Het overige vlees verkoopt Bolk zelf aan consumenten in een boerderijwinkel. Als gevolg van de corona-crisis staan marges onder druk. “De doelstelling van Oregional is 5% boven de marktprijs. Dat lukt nu absoluut niet.” Toch wil Bolk zeker niet stoppen. “Je gaat zo’n samenwerking voor de langere termijn aan en de oorzaak is duidelijk overmacht.”
De samenwerking bevalt Bolk bovendien goed. Dat geldt zeker voor de logistiek. “Ik ben zelf regisseur. Oregional plaatst altijd 48 uur van te voren een bestelling waarna ik het contact met de slagerij – waar ook geslacht wordt – onderhoud. Dat werkt ideaal. Oregional rijdt zes keer per week en haalt dan alle vleespakketten bij mij op.”Consument is bereid meer te betalenMaar wat kun je als groep samenwerkende boeren voor je producten vragen? Uit WUR-onderzoek blijkt dat de consument bereid is om tot 8% meer voor boerenproducten te betalen dan voor een vergelijkbaar product in de supermarkt. Voor een premium – bijvoorbeeld vlees van een bijzonder vleesveeras – kan dat zelfs 20% meer zijn. Het totale assortiment moet in ieder geval zo breed mogelijk zijn, want de consument is ook niet eenduidig. “Enerzijds is er de conservatieve consument die een goed product wil, maar daar niet te veel voor wil betalen. Anderzijds is er de stadsbewoner die meer wil uitgeven, maar dan wel service en een goed verhaal verwacht. Beide types moet je kunnen bedienen.”Sietze Koetsier (57) is samen met zoon Henk-Rik eigenaar van Coop-supermarkten in Vries, Ruinerwold en Oldemarkt. - Foto: Jan Willem van Vliet‘Boeren zijn vakmensen, maar het vermarkten kan beter’Coop-supermarkteigenaar Sietze Koetsier krijgt van Coop de vrijheid om lokale boerenproducten in het schap te leggen en dat doet hij ook zolang producten aan wettelijke eisen voldoen.
Ongeveer 2% van het schap is onder eigen label ingeruimd voor 20 lokale artikelen van tien Drentse boeren die zuivel, groente en brood leveren. Boerenadressen krijgt Koetsier via gebiedscoöperatie Zuidwest-Drenthe. “Ik vind het leuk om te doen en het is extra service voor de klant, maar voor de marge hoef ik het niet te doen.”
Logistiek is de operatie te overzien. Koetsier krijgt melk en karnemelk drie keer per week dagvers van een tussenhandelaar. Blaarkop-kaas komt van de boer/kaasmaker zelf. Voor seizoensgebonden asperges ligt Koetsier qua afzet op dezelfde route als de horeca die ook beleverd wordt. “Er worden vooraf altijd goede afspraken over gemaakt. De asperges worden bijvoorbeeld ’s ochtends gestoken en liggen dan ’s middags al hier in het schap. Dat moet ook, want met vers product maak je het verschil.”
Niettemin blijft de consument bepalend. Koetsier: “We hebben weinig toeristen en voor de lokale klant moet het niet te duur worden. Om die reden heb ik een keer afscheid moeten nemen van een geitenhouder. Zijn geitenkaas bleek te duur voor mijn klanten, er was geen marge.”
Opvallend is verder dat Koetsier alle promotiekosten voor eigen rekening neemt. “Daar ben ik kritisch op. Boeren zijn vakmensen, maar het vermarkten kan beter. Dat is jammer, want dé kracht van een lokaal product is het verhaal erachter.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









