Kleine windmolen interessant, maar gemeentes dubben

Foto: Jan Willem van Vliet

Foto: Jan Willem van Vliet


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De kleine windmolen rukt op in Nederland, maar niet zo snel als veel boeren zouden willen. Alleen in Groningen is de molen echt ingeburgerd. Daarbuiten is nog een wereld te winnen.In dit artikel► Meeste provincies willen geen molen boven 15 meter
► Veel gemeentes hebben geen beleid voor deze molens
► Elke gemeente gaat anders met kleine windmolens om
► Boerenvraag groter dan er molens gebouwd worden
► Subsidies voor windmolens nemen af
Melkveehouder Dick de Rijk bouwde een windmolen van € 46.000
Akkerbouwbedrijf van Jeroen de Winter is nu energieneutraal na bouw windmolen van een tonKleine windmolens op het boerenerf zijn in opmars. Inmiddels zijn er al 409 geplaatst. Kleinere vooral op melkvee- en grotere op akkerbouw- en vleeskalverbedrijven. Daarvan nam de Groningse fabrikant EAZ er 350 voor zijn rekening. Ook Bestwatt (45 molens) en – in het hogere segment – Solidwind Power (13 molens) en WES (1 molen) roeren zich op de windmolenmarkt (zie kader onderaan dit artikel).Vaak komt de molen in combinatie met zonnepanelen, omdat wind én zon op verschillende momenten stroom leveren, ofwel complementair zijn op één netaansluiting, die zo effectiever wordt. Toch zijn er voldoende obstakels voor groei en die hebben niet alleen met corona te maken. Zo wordt de potentie van de kleine windmolen vanwege regels rond ruimtelijke ordening in provincies en gemeentes niet volledig benut. In veel windprovincies staan om die reden ook nu nog altijd geen boerderijmolens of moeten ze met een zaklampje gezocht worden. Dat geldt voor Noord-Holland, Friesland, Zuid-Holland en Zeeland. In Flevoland is beleid dan weer gericht op grote windmolenparken. Groningen is de enige provincie waar de kleine windmolen echt is doorgebroken. Navraag onder fabrikanten leert dat driekwart van alle boerderijmolens in Groningen staat. De provincie staat er windmolens tot een ashoogte van 15 meter toe en veel gemeentes hebben windenergie stevig verankerd in hun bestemmingsplan. Dit is echter lang niet overal het geval.Vizier op Friese boerIn Friesland was een kleine windmolen lange tijd niet toegestaan. De provincie heeft de strenge regelgeving recent versoepeld en staat pas sinds kort molens tot een ashoogte van 15 meter toe. Daarmee ligt de weg nog niet open. Gemeentes moeten afzonderlijk beleid gaan maken op windmolens, ofwel hun bestemmingsplan wijzigen. Dat heeft nog wel wat voeten in de aarde. Fabrikanten azen niettemin op de Friese boer en zijn al volop in gesprek met de verschillende gemeentes. Gijs Hospers van Solidwind Power stelt dat al tientallen windmolens op een lijstje voor het vergunningentraject staan. “Alle pijlen zijn op Friesland gericht. Er is veel meer potentie dan in Groningen. De provincie is groter, er zijn meer melkveehouders en er is meer wind.” Ook EAZ legt al volop contacten in Friesland. Erwin Haveman van LTO Noord is optimisch. “Er is veel animo onder boeren en gemeentes willen er graag mee aan de slag. Juist omdat ze qua zonne-energie vastlopen op het net. Wind biedt perspectief. Echter, de eerste Friese boerderijmolen moet nog gebouwd worden.” Lees verder onder de foto. Boeren zijn geïnteresseerd in kleine windmolens, maar buiten Groningen staan er nog relatief weinig. Veel gemeentes worstelen met dit dossier. - Foto: Jan Willem van VlietGeen gemeente hetzelfdeIn andere provincies is ook veel animo voor kleine windmolens. Uit een peiling van LTO Noord, regio west bleek eind vorig jaar dat meer dan 400 boeren in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht interesse hebben in een windmolen. Bouwen is een ander verhaal. Zo staat de provincie Noord-Holland pas sinds 9 november kleine windmolens tot 15 meter toe. In Zuid-Holland en Utrecht mag dit al langer, maar is dit in de praktijk weerbarstig doordat gemeentes erg voorzichtig zijn. “Zuid-Holland en Utrecht tellen samen hooguit 10 à 15 kleine windmolens”, zegt Haveman. “Veel gemeentes worstelen met ruimtelijke ordening, onbekendheid en mogelijke wildgroei. Ook al omdat ze voor een ‘nieuwe’ boerderijmolen hun bestemmingsplan moeten wijzigen. Daarbij worden ze niet geholpen door de politiek die geen echte keuze durft te maken. De focus ligt op zonne-energie. Zon is goedkoper, maar voor de energietransitie is ook wind nodig. Het probleem is dat een boerderijmolen veel zichtbaarder is.”Verschillen in maximale hoogtesGemeentes gaan bovendien verschillend met die zichtbaarheid om. De gemeente Delfland (Z.-H.) staat bouw tot 15 meter toe, terwijl Utrechtse gemeentes als Amersfoort en Rhenen niet verder dan 6 meter willen gaan. Ook in het Groene Hart is de gemeente niet happig op een kleine windmolen. Soms zijn gemeentes juist wel soepel. “Putten (Gld.) en Staphorst (Ov.) staan bouw tot 25 meter ashoogte toe en ook Dalfsen is een kansrijke gemeente”, merkt Jan Beens van Bestwatt. Lees verder onder de foto. Kleine windmolens worden vaak in combinatie met zonnepanelen gekocht. De combinatie wind én zon is effectief. - Foto: Roel DijkstraGemeentes overtuigenTheo van den Brink, adviseur bij Van Westreenen, stelt dat het vooral gemeentes zijn die overtuigd moeten worden om kleine windmolens toe te staan. “Provincies hebben redelijk eenduidig beleid en staan ashoogtes tot 15 meter toe. In Gelderland en delen van Overijssel zijn iets hogere molens toegestaan. Bij gemeentes is dat anders. Die hebben hun bestemmingsplan vaak niet op orde. Het is dan knokken voor een aanvraag en dit vraagt om een lange adem. De boel moet eerst in gang gezet worden.”Ofwel: gemeentes moeten overtuigd worden. Van den Brink: “Veel gemeentes hebben zon én wind in hun energietransitie verankerd, maar het kan evengoed een jaar duren voor er een molen staat. Je loopt als aanvrager tegen veel kleine, soms futiele dingen in een bestemmingsplan aan. Daarnaast moet je rekening houden met een omgevingsvergunning (bouw), flora en fauna-onderzoek, geluidsonderzoek en landschappelijke inpassing. Ook een slagschaduwberekening is nodig.”Subsidies beperktAls boeren dan mogen bouwen, is er nog het verdienmodel. Fabrikanten van kleine windmolens rekenen met een gemiddelde terugverdientijd van tien jaar. “Dat is ook wel het maximum”, zegt Haveman. “Als het langer duurt en je haalt geen 5% rendement dan moet je het niet willen.” De LTO’er wijst erop dat subsidiepotjes kleiner worden. Dat geldt onder meer voor de nieuwe SDE++-regeling. De jonge boerensubsidie JoLa kan wel tot een goede business case leiden. Boeren tot 40 jaar krijgen dan 30% van hun investering vergoed tot een maximumbedrag van € 20.000. Haveman: “Verzamel als boer zoveel mogelijk

informatie en offertes, laat die beoordelen door de accountant en bespreek het rendement met de bank.” Lees verder onder de foto. Dick de Rijk (42) heeft in Rijpwetering (Z.-H.) 81 melk- en kalfkoeien, 32 stuks jongvee en 44 hectare land. - Foto: Roel DijkstraBedrijf Dick de Rijk
► 81 melkkoeien
► windmolen à € 46.000, waarvan € 13.000 subsidie
► zonnepanelen à € 25.000, waarvan € 7.000 subsidie
► wind: 29.000 kWh in 2019, zon: 33.700 kWh in 2019‘Windenergie groot voordeel met melkrobot die 24 uur draait’Dick de Rijk liet in februari 2019 een 15 meter hoge EAZ-windmolen naast zijn stal plaatsen. Een maand later volgden 138 zonnepanelen.
“De stroom die we opwekken, wordt direct gebruikt. Met wind én zon is er meer van deze zogenoemde gelijktijdigheid. Dat is een groot voordeel met onze melkrobot die 24 uur per dag draait. Ook heb ik door deze combinatie geen zware aansluiting voor het net nodig. Met zonnepanelen alleen was dat wel nodig geweest”, aldus de Rijk, die zegt dat de gelijktijdigheid gemiddeld 70% van alle stroom bedraagt. “De overige 30% leveren we terug aan het net omdat er geen opslagcapaciteit is. Via salderen kunnen we kosten tegen elkaar wegstrepen.”

Regeling Jonge Landbouwers
De Rijk geeft toe dat de regeling Jonge Landbouwers (JoLa) de financiële prikkel was om te investeren in wind- en zonne-energie. “De molen kostte indertijd € 46.000 en aan de zonnepanelen was ik € 25.000 kwijt. Voor deze investeringen kreeg ik respectievelijk € 13.000 en € 7.000 subsidie plus een SDE-vergoeding voor het leveren van groene stroom.” Daarbij had de windmolen ten opzichte van de panelen een extra voordeel omdat geen extra kosten nodig waren zoals een aanpassing stalconstructie of elektrische keuring.

Molen binnen 10 jaar terugverdiend
Het energieverbruik van De Rijk ligt voor zijn bedrijf en woonhuis op 55.000 kWh. Met de windmolen (29.000 kWh) en zonnepanelen (33.700 kWh) was hij in zijn eerste jaar al meer dan zelfvoorzienend. Dit jaar wekt hij nog iets meer op. De windmolen moet in 9 à 9,5 jaar terugverdiend zijn.
De Rijk kreeg in het vergunningentraject voor de windmolen met een bijzondere eis van de gemeente Kaag en Braassem te maken. Toen hij plannen maakte, ging hij eerst bij zijn buren langs en die reageerden positief. Ook de provincie vormde geen obstakel. De gemeente stond echter alleen windmolens tot een ashoogte van 12 meter toe. “Om toch te mogen bouwen, moest ik voor de laatste 3 meter een contract tekenen. Dat hield in dat het dichtstbijzijnde huis door
de windmolen niet meer dan 2% in waarde zou mogen dalen. Anders zou ik aansprakelijk zijn. De gemeente leek zich vooral te willen indekken.” Lees verder onder de foto. Naam: Jeroen de Winter (25) heeft in Oosternieland (Gr.) een akkerbouwbedrijf met 95 hectare (hoofdtak pootaardappelen). - Foto: Jan Willem van VlietBedrijf Jeroen de Winter
► 95 hectare eigendom
► windmolen à € 100.000
► terugverdientijd: 10 jaar
► opbrengst molen: 70.000 kWh, zonnepanelen: 50.000 kWh‘Meeste energieverbruik in winter, dan past windmolen goed’Op het akkerbouwbedrijf van Jeroen de Winter en zijn ouders is december vorig jaar een van de eerste Solidwind-molens geplaats.
Een nieuwe verschijning in het thuisgebied van concurrent EAZ. Met een ashoogte van 15 meter voldeed De Winter met zijn molen aan de provincie-eis en hij zit bovendien in een gemeente waar meerdere EAZ-molens staan en windenergie prominent op de agenda staat. Toch duurde het nog een half jaar voordat de windmolen er stond. “De gemeente Hogeland was best positief, maar onze molen was iets nieuws. Dan word je toch scherper gevolgd en gecontroleerd”, legt de Winter uit. Daarnaast waren een geluidsrapport, een constructieberekening, de afstand tot de openbare weg en de afstand tot het dichtstbijzijnde woonhuis bepalend voor de vergunning.

Energieneutraal met windmolen
Met de windmolen werd het akkerbouwbedrijf voor het eerst (meer dan) energieneutraal. De Winter had al sinds 2013 zonnepanelen. Die leveren 50.000 kWh per jaar en besparen zo 40% op de energierekening. De windmolen is daar met 70.000 kW bijgekomen. Een flinke molen die past bij de bedrijfsomvang. “Tot een jaar geleden moesten we nog € 10.000 bijbetalen voor ons energieverbruik. Met windenergie hoeft dat niet meer. Zo is de terugverdientijd precies 10 jaar.” Daarbij heeft een windmolen nog een groot voordeel. “We verbruiken met onze koelsystemen de meeste energie in de winter en juist dan waait het hard. Zeker hier, dicht bij de Waddenzee. Op een winterdag kan de gelijktijdigheid 80% zijn.”
De Winter ziet bovendien meer stroompotentie op zijn bedrijf. Hij denkt aan een elektrische sorteerband, heftruck of trekker. “Dan moet het in de toekomst wel harder gaan waaien dan dit jaar. 2020 is tot nu toe geen optimaal windjaar.”

Investering windmolen € 100.000
De windmolen had met € 100.000 wel een stevig prijskaartje en De Winter kreeg er geen jonge boerensubsidie voor. Dat lijkt een formaliteit te zijn. “Alleen mijn ouders vormen de maatschap. Zodra ik of een van mijn twee zussen toetreedt, komen we in aanmerking.” Wel kreeg de akkerbouwer een SDE-subsidie zodat hij een meerprijs voor groene stroom ontvangt.Overzicht leveranciers en modellenNederland telt vier leveranciers van kleine windmolens: EAZ, Bestwatt, Solidwind Power en WES (gebaseerd op Lagerwey-techniek uit jaren tachtig). Een overzicht van de prijzen en specificaties van de verschillende types:Een EAZ-molen is 15 meter hoog (ashoogte), kost € 52.000 en levert 33.000 kWh per jaar (geschikt voor grofweg 80 koeien). In de zomer van 2021 volgt een update (40.000 kWh per jaar, prijs: € 62.000). Bestwatt biedt molens van 15 tot 30 meter aan (telkens in stappen van 5 meter). De kleinste windmolen kost hier € 50.000 en levert 30.000 kWh per jaar). Solidwind zit in het hogere segment. Deze windmolen is met een prijskaartje van € 100.000 twee keer zo duur. Deze molen levert echter drie keer zo veel stroom: 98.100 kWh per jaar) en kan met een ashoogte van 15 of 20 meter geleverd worden. WES is de meest luxe variant. Deze windmolen heeft een ashoogte variërend van 15 tot 39 meter en het kleinste model kost € 160.000 en levert 161.000 kWh per jaar.Alle fabrikanten rekenen met een gemiddelde terugverdientijd van 10 jaar. Dit blijkt uit een marktonderzoek van LTO Noord en informatie van de vier fabrikanten.Bekijk ook de fotoreportage Kalverhouder: blik op toekomst; duurzaam én lokaal

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.