IPM: Iers klimaat helpt om robuuste aardappel te kweken

Foto: Lex Salverda
IPM Potato is een van oorsprong Iers bedrijf. Het teelt zo’n 250 hectare pootaardappelen in Nederland. De groei zit vooral buiten Europa. “De Nederlandse sector zit met een aantal vraagstukken, zoals erwinia, aaltjes en virus.”Een inspecteur is net op bezoek geweest bij de Nederlandse vestiging van het aardappelhandelshuis IPM Potato Group in het Friese Deinum. Die keurde in opdracht van de overheid in Kenia of de beregeningsinstallatie en andere landbouwmachines van IPM verscheept konden worden naar het Oost-Afrikaanse land. De inspectie is goed verlopen en de machines gaan binnenkort op transport naar Kenia, vertelt Operations Manager Erik Appeldooren van IPM Holland. “IPM heeft daar eerder al poot- en oogstmachines naartoe gebracht.”Operations Manager Erik Appeldooren van IPM Holland op het rassenproefveld in Wieringerwerf. Het leeuwendeel van de IPM-rassen zijn tafelaardappelen. “Vijf jaar geleden is IPM zich ook nadrukkelijk gaan richten op de veredeling van frites- en chipsaardappelen.” - Foto's: Lex SalverdaGroei van afzet en productieHet is onderdeel van de langetermijnstrategie van het aardappelhandelshuis. IPM verwacht dat vooral in Zuid-Amerika, Afrika en Azië de afzet en productie van pootaardappelen zal groeien. Daarom heeft de IPM Potato Group een vestiging in onder andere Kenia. In die werelddelen is IPM bezig een lokale pootgoedteelt op te zetten. In India is IPM dit jaar een samenwerkingsverband aangegaan met veredelingsbedrijf Utkal Tubers.Activiteiten in KeniaDrie jaar geleden is IPM begonnen met de activiteiten in Kenia, zegt Appeldooren. “We werken samen met een lokale partner. We exporteren in vitro planten daar naartoe en vermeerderen zelf de pootaardappelen. De machines voor de teelt en de oogst en de apparatuur voor de bewaring zijn daar al. Ook hebben we een werkplaats ingericht voor het onderhoud van de machines. We hebben daar nu 23 hectare pootgoed geteeld. Op termijn willen we in Kenia de lagere klassen pootgoed door lokale telers laten produceren. Vanuit Kenia willen we actief worden in andere landen in Afrika. Het is een groeimarkt. Noord-Afrika blijft goed te beleveren vanuit Europa. We leveren pootgoed aan Brazilië, maar telen daar ook lokaal pootgoed.”Iers bedrijfOpgericht door Ierse aardappeltelers die de export van pootaardappelen wilden stimuleren. Vandaar de oorspronkelijke naam Irish Potato Marketing (IPM). In de jaren zeventig van de vorige eeuw begon IPM met het veredelen van aardappelen. Dat wordt uitgevoerd op het Oak Park Research Centre in Carlow in Ierland. Inmiddels is IPM onderdeel van het beursgenoteerde agrarische investeringsfonds Donegal Investment Group.Veel ruimte om verantwoord te investerenEigendom zijn van een beursgenoteerd bedrijf heeft twee kanten, zegt Appeldooren. “We krijgen volop de ruimte om verantwoord te investeren, bijvoorbeeld voor onze uitbreiding in bijvoorbeeld Kenia. Ook hebben we een nieuw testcentrum kunnen bouwen in Ierland voor ons veredelingsbedrijf. Maar aandeelhouders willen ook snel financiële resultaten zien. En die laten wel eens op zich wachten in onze sector. Het duurt immers jaren om een nieuw ras te ontwikkelen of om een afzetmarkt op te bouwen.”IPM heeft ongeveer 30 eigen rassen ontwikkeld, voor het merendeel tafelaardappelen. Er zijn nieuwe frites- en chipsrassen op komst.30 rassen ontwikkeldIPM heeft ongeveer 30 eigen rassen ontwikkeld. Het leeuwendeel is bestemd voor de tafelaardappelmarkt. Appeldooren: “Vijf jaar geleden is IPM zich ook nadrukkelijk gaan richten op de veredeling van frites- en chipsaardappelen. We hebben nu het fritesras Maverick en het chipsras Infinity. En er komen nieuwe frites- en chipsrassen aan. In die afzetmarkten zit meer groei dan in die van tafelaardappelen.”Veredeling in IerlandDe veredeling vindt volledig plaats in Carlow in Ierland. Het Ierse klimaat is vaak wat guur met veel wind en regen. Dat helpt om robuuste aardappelen te kweken, stelt Appeldooren. “Onze rassen doen het daardoor ook goed in landen waar de aardappelen stress krijgen van droogte en hitte. We exporteren veel pootgoed naar Egypte, Irak, Marokko, Cuba, de Canarische Eilanden en het Verenigd Koninkrijk. Alleen aan Egypte verkopen we ieder jaar zo’n 18.000 ton pootgoed van eigen rassen.”Vraagstukken in NederlandIPM teelt in Europa pootaardappelen in Ierland, Schotland, Engeland, Frankrijk en Nederland. Het Ierse pootgoed is vooral bestemd voor de binnenlandse markt, zegt Appeldooren. “Door het klimaat is de oogst te laat voor de exportbestemmingen. Ons areaal bedraagt zo’n 2.500 hectare, waarvan 250 hectare in Nederland wordt geteeld.”IPM Potato Group heeft in Nederland een rassenproefveld in Wieringerwerf. De veredeling vindt plaats in Carlow in Ierland.Weinig groei areaal NederlandAppeldooren verwacht dat het areaal in Nederland weinig zal groeien. “De Nederlandse sector zit met een aantal vraagstukken, zoals erwinia, aaltjes en virus. De vele klasseverlagingen dit najaar in de nacontrole vanwege virusbesmetting is zorgwekkend. Terwijl de exportmarkten steeds strengere eisen stellen aan de kwaliteit van de pootaardappelen die ze importeren. In Schotland worden pootaardappelen minimaal één op zes geteeld. Dan krijg je toch een gezonder product.”Nederland heeft een goede infrastructuur met verschillende havens; dit is gunstig voor de exportNederland heeft voor de pootgoedsector ook een paar sterke punten, vindt Appeldooren. “Nederland heeft een goede infrastructuur met verschillende havens; dit is gunstig voor de export. Ook Oost-Europa is goed te bereiken vanuit Nederland. De keuringsdienst NAK staat goed bekend in de wereld. En er zijn hoge hectareopbrengsten mogelijk.”GentechniekenIn de EU blijft de toepassing van nieuwe gentechnieken als Crispr-Cas lastig, omdat er zeer strenge toelatingsregels gelden voor de rassen die daaruit voort komen. Dat maakt de toelating erg kostbaar. IPM past geen Crispr-Cas toe, zegt Appeldooren. “Maar dergelijke technieken kunnen helpen om sneller nieuwe rassen te kweken. Het klimaat verandert, terwijl we gezond pootgoed willen blijven produceren. Dat is soms lastig, want warme groeiseizoenen verhogen de virusdruk. Dat is niet in één keer opgelost.”IPM wil niet de grootste veredelaar zijn, maar wel de beste rassen leverenDat de veredeling steeds kostbaarder wordt, betekent niet dat er voor kleinere spelers geen plek zou blijven in de aardappelmarkt. Appeldooren: “IPM wil niet de grootste veredelaar zijn, maar wel de beste rassen leveren. Onze grootste uitdaging blijft om de juiste rassen te kweken voor onze afnemers. Het maakt nogal wat uit of je een ras ontwikkelt voor Finland of voor Kenia. Dat is een hele zoektocht en dat maakt het vak van aardappelveredelaar zo interessant.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









