Inzoomen op grondstoffen vergroot voerkennis

Gespeende biggen aan de trog. Met de nieuwe rekenmethode claimt ForFarmers dat zij het voer beter kunnen afstemmen op de behoefte van biggen. - Foto: Bert Jansen
Voerfabrikant ForFarmers kijkt anders naar grondstoffen voor biggenvoer dan in het verleden. ‘Tarwegluten zijn een betere eiwitbron dan gedacht.’Samen met strategisch partner Trouw Nutrition heeft mengvoerfabrikant ForFarmers een nieuwe aanpak ontwikkeld voor de voederwaardebepaling van grondstoffen. Nutritionisten van het mengvoerbedrijf krijgen zo een nauwkeuriger beeld van de hoeveelheid voedingsstoffen die een varken aangeboden krijgt in het voer. De nieuwe techniek heet NutriPower+. Voorlopig wordt deze alleen toegepast bij ons biggenvoer, vertelt Jan Fledderus, innovatiemanager biggen van ForFarmers. Biggen gevoelig voor darmstoornissenSinds half augustus wordt NutriPower+ toegepast. Nog betere groeiprestaties en een betere darmgezondheid van #biggen. Dit introduceert #ForFarmers vandaag met de nieuwe technologie NutriPower+. Benieuwd naar alle voordelen? Klik hier ➡️ https://t.co/JL0hU4gFolpic.twitter.com/0GG91462Lr— ForFarmers (@ForFarmers) October 3, 2019 De keuze om te starten met biggenvoer heeft meer redenen. Biggen zijn de meest gevoelige diergroep voor darmstoornissen op een varkensbedrijf. Op hetzelfde moment is ook de kopernorm in varkensvoer verlaagd, wat vooral weerslag heeft op voeders voor de gespeende biggen. Tenslotte nemen pas gespeende biggen nog relatief weinig voer op. Een kleine afwijking van het berekende aanbod van voedingstoffen op de werkelijke opname heeft in absolute zin veel impact. Aanvulling bestaande methodeHet is niet zo dat bij het mengvoerbedrijf de rantsoenberekening ineens volledig op de kop gaat. Het vertrouwde CVB-protocol voor verteringsonderzoek wordt nog steeds gehanteerd. Maar deze methode is nu uitgebreid, waarbij ook meer rekening wordt gehouden met de verteringsmogelijkheden van biggen. Bij de CVB-methode is een varken van 40 kilo of zwaarder namelijk het uitgangspunt. Feit is dat de maaginhoud van een gespeende big veel minder zuur is dan van een vleesvarken. Dat gegeven heeft ook grote invloed op de oplosbaarheid en vertering van aminozuren.Twee zaken nieuw bij berekening voedingswaardeIn de kern doet ForFarmers nu twee dingen anders bij de berekening van de voedingswaarde van biggenvoeders.
1. Het eerste is dat een nieuwe indeling is gemaakt voor vezels die in de grondstoffen zitten. Er wordt niet meer met ruwe celstof gerekend. Voortaan wordt gebruik gemaakt van andere, nieuwere analysetechnieken om te bepalen welke vezels in een grondstof zitten en hoezeer deze oplosbaar zijn in het maagdarmstelsel.
2. De tweede verandering is dat de hoeveelheid eiwit, zetmeel en vezels in de diverse grondstoffen wordt verdeeld in een snelle-, langzame- en onverteerbare fractie. Hierdoor wordt voorspelbaarder wat een voeder doet in een big, is de uitleg in Lochem. Eiwit en zetmeelHet is voedingstechnisch van belang om te weten hoeveel eiwit en zetmeel wordt verteerd in de maag en dunne darm en hoeveel ten slotte onverteerd in de dikke darm terechtkomt. In de dikke darm vormt onverteerd zetmeel en eiwit namelijk een voedingsbron voor diverse ziekteverwekkers, zoals colibacteriën en streptokokken.Het mengvoerbedrijf heeft 140 grondstoffen geanalyseerd volgens hun nieuwe methode van voederwaardebepaling. Volgens Fledderus is voortaan duidelijker hoezeer diverse vezels oplosbaar zijn in de maag van het big en hoe de vertering van zetmeel en eiwit verloopt.Lees verder onder de foto.Jan Fledderus (51) is innovatiemanager biggen bij voerfabrikant ForFarmers. - Foto: ForFarmers‘Na spenen vooral darmgezondheid stimuleren’Innovatiemanager biggen Jan Fledderus is namens ForFarmers de drijvende kracht achter het onderzoek. Hij geeft nadere uitleg over de jongste inzichten in varkensvoeding.
Wat was de insteek om dit onderzoek te starten?
“Eigenlijk zijn er meerdere redenen. In de eerste week na spenen willen we vooral de darmgezondheid stimuleren, zodat minder medicijnen nodig zijn en de boer plezieriger zijn werk doet. Ten tweede willen we de voersamenstelling optimaliseren en het effect van voer voorspelbaarder maken. De kennis kan, ten slotte, helpen de voerkosten te verlagen. Als bijvoorbeeld blijkt dat we een deel bloedplasma kunnen vervangen door een andere eiwitbron die hetzelfde effect heeft, wordt het voer goedkoper. Geld is belangrijk, omdat voer 70% van de kosten vormt op een varkensbedrijf. Zelf vind ik verbetering van de diergezondheid het belangrijkste doel.”
Welke grondstoffen zijn met jullie nieuwe analysetechniek opeens interessanter dan voorheen gedacht?
“Een goed voorbeeld zijn tarwegluten. Dit is een duidelijk betere eiwitbron voor biggen dan gedacht en kan zich meten met bloedplasma of vismeel, terwijl het ook nog eens een stuk goedkoper is.”
Gaat de samenstelling van jullie biggenvoer nu volledig op kop?
“Nee, dat zeker niet. Het is geen revolutie, maar we kunnen de voersamenstelling wel meer finetunen. Ik zeg niet welke, maar we gaan bijvoorbeeld een bepaalde kwaliteit soja meer gebruiken en andere minder. Ook komt net als tarwegluten zonnebloemzaadschroot meer in beeld als grondstof voor biggenvoer, zowel als eiwitbron als bron voor vezels.”
Jullie hebben nu meer inzicht in de vertering van grondstoffen. Wat is dan het advies, twee- of driefasenvoeding bij gespeende biggen?
“Mijn voorkeur gaat uit naar driefasenvoeding. Deze opvatting wordt versterkt door de nieuwe koperwetgeving sinds augustus dit jaar. Met drie biggenvoeders zit je zo lang mogelijk op de maximale kopernorm. De eerste vier weken na spenen mag er namelijk 150 milligram koper in een kilo biggenvoer zitten. Daarna nog 100 milligram. En het bespaart geld. Enige minpunt van drie biggenvoeders is een extra voerovergang. We zien echter steeds meer klanten die kiezen voor drie fasen-voeding van biggen.”
Kun je biggen harder laten groeien met deze voerkennis zonder dat dit ten kost gaat van de darmgezondheid?
“Daar streven we natuurlijk wel naar. Niettemin is in de eerste week na spenen het voer er vooral op gericht om de biggen gezond te houden. De keuze voor een bepaalde zetmeelbron en procestechniek helpt wel om biggen hard te laten groeien, zonder dat dit ten koste gaat van de diergezondheid.”
In hoeverre speelt genetica een rol in dit verhaal?
“Genetica houdt vooral verband met het vreetgedrag en voer-efficiency van biggen. We kijken met onze nieuwe werkwijze vooral naar de vertering en voederwaarde van grondstoffen. Dit laatste stem je af op de genetische aanleg van de biggen.”
Doen de biggen bij jullie klanten het nu beter dan voorheen?
“Ik stel dat het weer een stapje vooruit is. In hoeverre klanten dat ook ervaren, is nog lastig te zeggen. Veel factoren hebben invloed op de groei. De nasleep van de warme zomer zie je dit najaar terug in de biggenstal en dus in de kwaliteit van biggen. De laatste week van augustus was er nog een hittegolf in Nederland.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









