‘Handen ineenslaan voor gezonde koeien’

Laatst bijgewerkt:
Foto Koos Groenewold.

Foto Koos Groenewold.


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Meer werkplezier, betere verdiensten voor boer en dierenarts en gezonde koeien. Dat is het succes van het project Gezonde Partners.“Ons land is koploper in gezondheid van melkvee, maar het kan altijd beter. Dat is niet alleen goed voor de koe, maar ook voor melkveehouder en dierenarts, blijkt uit ons project Gezonde Partners”, zegt Carel de Vries. Hij is programmamanager van Stichting Courage en een van de initiatiefnemers van het project Gezonde Partners.Op het bedrijf van Vollering voelt dierenarts Peter Heemskerk vaker koeien op en dat verbetert de vruchtbaarheid. De pregnancy rate ofwel het percentage dieren dat 63-84 dagen eerder beschikbaar was voor inseminatie en daarvan drachtig werd, steeg van 18 naar 22% - foto Koos Groenewold.Maatschappelijk aanzien“Belangrijker nog en niet te onderschatten is een goede diergezondheid voor het maatschappelijk aanzien van de sector. Maatschappelijke ideeën over omgang met dieren veranderen snel. Daarover komen we nog indringend in discussie met de samenleving. De melkveesector moet zich daarop voorbereiden.” Dat is de dringende oproep van De Vries aan melkveehouders. Vorig jaar werd de hoge gemiddelde kalversterfte nog breed uitgelicht op RTL Nieuws. “Voor maatschappelijke waardering voor de melkveehouderij is resultaatgericht werken aan verbetering van diergezondheid en dierenwelzijn erg belangrijk. De KalfOK-aanpak laat zien dat we effectief en snel vooruitgang boeken als we willen”, zegt De Vries. Volgens Wil Meulenbroeks, voorzitter LTO-vakgroep melkveehouderij, is preventie de beste manier om vooruit te komen met de koegezondheid. “Het mooie van Gezonde Partners is de preventieve samenwerking tussen boer en dierenarts en andere erfbetreders die een rol hebben in het management op melkveebedrijven.”Pilots Gezonde PartnersStichting Courage werkt in het project Gezonde Partners samen met Faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Utrecht en Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), LTO en het ministerie van Landbouw. Om stagnatie in vooruitgang in diergezondheid, vruchtbaarheid en kalversterfte te doorbreken, ging in 2015 de eerste verkennende pilot van het project Gezonde Partners van start met 12 melkveebedrijven. In 2016 volgde een tweede pilot met 18 melkveehouders. Deelnemende dierenartsen en veehouders hebben meer arbeidsplezier en halen beiden betere technische en financiële resultatenGezonde Partners is een nieuwe samenwerking tussen boer en dierenarts, die met elkaar afspraken maken over te bereiken resultaten. “De samenwerking verschuift van problemen oplossen en vrijblijvende advisering naar planmatig toewerken naar een gezamenlijk vastgesteld doel”, zegt De Vries.De veehouder geeft daarbij een concreet gezondheidsdoel aan. De dierenarts ontwerpt samen met de veehouder een gedetailleerd stappenplan om dat doel te bereiken. Met ondertekening van een overeenkomst leggen beide partijen de afspraken vast, met daarbij ook een resultaatafhankelijke financiële afspraak.“De pilot was succesvol. Deelnemende dierenartsen en veehouders hebben meer arbeidsplezier en halen beiden betere technische en financiële resultaten. Diergezondheid en dierenwelzijn gaan met sprongen vooruit”, zegt De Vries. Moeizame uitrol raadsel“We dachten dat we een succesformule hadden die vanzelf zou uitrollen. Maar dat lukte niet, voor ons was dat een raadsel”, gaat De Vries verder. “In gesprekken met jonge boeren en dierenartsen zochten we naar mogelijke verklaringen.”Knelpunten moeizame uitrol project Gezonde PartnersBoeren hebben een chronisch gebrek aan tijd (schaalvergroting, regelgeving). Onduidelijkheid over regelgeving (fosfaat, stikstof, klimaat) remt boeren om enthousiast een nieuwe uitdaging op te pakken. Veel boeren zijn gewend aan de ziekte-incidentie op hun bedrijf. De urgentiebeleving ontbreekt vaak.
Boeren sturen op kostprijsverlaging en dus ook op lage dierenartskosten. Die kosten heeft de boer goed in beeld, terwijl de opbrengsten van een betere diergezondheid verstopt zitten in diverse opbrengst- en kostenposten.
De beperkte professionele autonomie van de dierenarts in loondienst/zzp kan het maken van afspraken bemoeilijken. Praktijkeigenaren maken soms een andere afweging.
Er is een toenemend tekort aan dierenartsen voor landbouwhuisdieren waardoor er geen urgentie is om te zoeken naar alternatieve verdienmodellen die meer op advies en minder op medicamenten leunen. Blijkbaar zijn veel boeren gewend aan de gezondheidssituatie op hun bedrijf en hebben ze geen concrete doelen om die te verbeteren. Er is geen urgentiebeleving. Ook bij dierenartsen ontbrak de animo om te veranderen. Zij hebben meer dan genoeg werk, want het tekort aan rundveedierenartsen groeit. Historisch gezien komt de dierenarts alleen langs als een dier ziek is, gelukkig verandert dat langzaam als de dierenarts ook preventief gaat werkenEen verdienmodel dat zwaar leunt op handelingen en medicamentenverkoop en slechts beperkt op leveren van advies is een wankele basis voor de toekomst, maar dat wordt niet zo ervaren”, concludeert Geart Benedictus, projectleider van Gezonde Partners. Meulenbroeks wijst op de cultuur in de melkveehouderij. “Historisch gezien, komt de dierenarts alleen langs als een dier ziek is. Veehouders zien alleen de kosten van de dierenarts en willen die beperken en de dierenarts zoveel mogelijk buiten de deur houden. Gelukkig verandert dat langzaam als de dierenarts ook preventief gaat werken”, merkt Meulenbroeks. Andere rol dierenartsenOm grote stappen vooruit te zetten in diergezondheid is ook een ander verdienmodel voor dierenartsen nodig. “Het verdienmodel leunt nu nog te veel op marges op medicijnen en te weinig op het leveren van kennis en advies, ofwel declarabele uren”, zegt De Vries.
In het project Gezonde Partners verdienen dierenartsen aan extra uren voor het opstellen van plannen van aanpak en voor advisering en voorlichting. De Vries: “Een preventieve dienstverlening gericht op verbetering van gezondheidsresultaten heeft zowel voor boer als voor dierenarts financiële voordelen. De dierenartsopleiding moet ook meebewegen met de veranderende rol van dierenartsen.”
“Meer aandacht voor integrale kennis van het melkveebedrijf en voor een gestructureerde aanpak zijn belangrijk. Want daarmee kunnen dierenartsen samen met veevoeradviseurs bedrijfsgebonden aandoeningen zoals klauwgezondheid en mastitis beter aanpakken. Extra opleiden in communicatieve, voorlichtingskundige en procesvaardigheden is daarbij zinvol.”Volgens Bert van den Berg, programmamanager veehouderij van Dierenbescherming, stagneert de koegezondheid vooral omdat de melkproductie de afgelopen decennia bleef stijgen. “Koeien met producties van 12.000 liter per jaar zijn topsporters, die eerder uit balans raken wat diergezondheid betreft.”Een krachtige, sectorbrede aanpakVoor verbetering van diergezondheid en dierwelzijn is een sectorbrede, strategische en integrale aanpak nodig. Dat lukt volgens De Vries alleen als betrokken partijen de handen ineenslaan. Denk naast Duurzame Zuivelketen bijvoorbeeld aan ZuivelNL, Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), overheden, diervoederindustrie, LTO Nederland, Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), Wageningen University & Research (WUR), KNMvD, faculteit Diergeneeskunde, Collectief Praktiserende Dierenartsen (CPD) en Dierenbescherming. Meer inzicht is nodig en dat levert een betere diergezondheid op“Met een gezamenlijke missie en constructieve samenwerking kunnen we heel veel bereiken”, verwacht De Vries. “Dat bewijst ook de aanpak van weidegang. Onder druk van aanzwellende maatschappelijke discussie sloot een groot aantal partijen in 2012 het convenant Weidegang.Die partijen stimuleerden weidegang via melkprijs, oprichting van Stichting Weidegang, nieuwe onderzoeksprogramma’s en inzet van weidecoaches. Dankzij deze krachtige aanpak is weidegang weer toegenomen en is de maatschappelijke discussie hierover verdampt.”Artikel gaat verder onder de fotoOm klauwproblemen te verminderen, komt de klauwbekapper vaker op het bedrijf van Vollering dan voorheen - foto Koos Groenewold.Meer inzicht nodigEen vergelijkbare aanpak is ook nodig voor het onderwerp diergezondheid en dierwelzijn. “We moeten tegelijkertijd sturen op onderzoek, onderwijs, praktijktoepassing en ketensturing”, zegt Benedictus. Ook is meer inzicht nodig en dat levert een betere diergezondheid op. Nieuwe kengetallen en managementinstrumenten diergezondheid moeten nog beter gezondheid monitoren en verbeteren. De opleidingen van dierenartsen en boeren moeten beter aansluiten op nieuwe vereiste kennis en vaardigheden. “Nieuwe ketenconcepten kunnen boeren waarderen en belonen voor het verbeteren van diergezondheid en -welzijn. In zo’n integrale aanpak past ook het ontwikkelde en beproefde werkmodel van Gezonde Partners. Alle instrumenten daarvoor hebben we op de plank liggen. En het bewijs dat het werkt, ligt er”, zegt De Vries. Een hogere levensproductie en lange levensduur is op langere termijn economisch net zo interessant als hoge jaarproducties met koeien die het minder lang volhoudenMeer focus op hogere levensproductieVan den Berg pleit voor meer focus op een hogere levensproductie in plaats van een hoge jaarproductie. “Koeien die 8.000 liter per jaar produceren, gaan meer lactaties mee en hebben minder gezondheidsrisico’s dan koeien die 12.000 liter melk geven. Bovendien produceren oudere koeien efficiënter melk dan jongere dieren en hebben melkveehouders bij een hoge levensproductie minder jongvee nodig”, zegt Van den Berg.“Een hogere levensproductie en lange levensduur is op langere termijn economisch net zo interessant als hoge jaarproducties met koeien die het minder lang volhouden.” Hij juicht projecten die inzetten op een preventieve aanpak van gezondheidsproblemen toe. Evenals goede voorlichting en het uitdragen van resultaten van melkveehouders die goed bezig zijn met gezondheidspreventie. Meulenbroeks constateert dat melkveehouders het antibioticumgebruik hebben verminderd door aanpassingen in hun bedrijfsvoering. “Eenzelfde vervolgstap kunnen ze ook zetten in verbetering van diergezondheid door aanpassingen in de gehele bedrijfsvoering in samenspraak met dierenarts, veevoer-, fokkerij- en melkwinningsadviseurs.”Veehouders en broers Adrie en Bert Vollering in Waarder (U.) werken samen met dierenarts Peter Heemskerk in het project Gezonde Partners. De broers hebben 200 melkkoeien en 95 hectare land in gebruik (89 hectare gras, 6 hectare mais). De gemiddelde melkproductie is 10.000 kilo per koe (4,30% vet, 3,40% eiwit).‘Bedrijfsbegeleiding dierenarts is nu meer to the point’De broers Adrie en Bert Vollering werken al jaren met een 14-daagse begeleiding van hun dierenarts Peter Heemskerk van dierenkliniek Benschop Oudewater. Sinds 2016 doen ze mee aan het project Gezonde Partners.
“Dat leidde tot een efficiëntie begeleiding. Het is meer to the point. We stellen doelen en dat werkt goed”, vertelt Adrie Vollering. “Met een gestructureerde aanpak van knelpunten in diergezondheid en vruchtbaarheid maken we er werk van”, zegt Heemskerk. Gestelde doelen zijn een lager celgetal, een betere vruchtbaarheid en hogere BSK.

“Het celgetal daalde van 250 naar 125 door een andere droogzetaanpak en een betere hygiëne. De dierenarts voelt ook meer koeien op of scant ze op drachtigheid.” Daarmee steeg de pregnancy rate van 18 naar 22%. “De variatie in BSK was erg groot en oudere koeien hadden een BSK van 38”, vertelt Heemskerk.
Voeding bleek de bottleneck. “Met rantsoenaanpassingen werd de BSK stabieler en hoger op 45 tot 46. En gelijkmatiger over groepen en leeftijden heen. Dat levert veel meer melk op”, merkt Vollering.

Heemskerk vindt de werkwijze van Gezonde Partners interessant. “Het verbreedt ons vak. Nascholing over vruchtbaarheid van Miel Hostens van de Universiteit Gent geeft nieuwe inzichten, net als meer kennis over voeding van melkvee en dat maakt het leuk”, zegt Heemskerk, die alweer zin heeft in de volgende uitdaging: verbetering van de klauwgezondheid.
“10% van onze koeien heeft Mortellaro”, zegt Vollering, die in overleg met Heemskerk, maatregelen neemt. Zoals elke maandag een voetbad, de klauwbekapper vaker laten komen en nieuwe rubbers op de mestrobot om de roosters schoner en droger te houden. “We gaan de roostervloer ook nog kritisch bekijken. Want diergezondheid vraagt een integrale aanpak van het gehele bedrijfssysteem”, zegt Heemskerk.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.