Groningse akkerbouwers doen ervaring op in project Kringloopmest op Maat
In het Fascinating-project Kringloopmest op Maat onderzochten zes Groningse akkerbouwers of digestaat een rol kan spelen in het verminderen van kunstmestgebruik. De deelnemers zijn positief over de praktische inzet. “Digestaat is nog geen volwaardige kunstmestvervanger, maar het biedt wél perspectief voor het sluiten van regionale kringlopen en het reduceren van kunstmest.”

Leendert Jan Onnes, akkerbouwer en pluimveehouder in de Reiderwolderpolder bij Finsterwolde. Foto's: Fascinating
In 2023 ging het driejarige project Kringloopmest op Maat van start, als onderdeel van het bredere programma Fascinating. Een brede ketensamenwerking tussen mestverwerkers, akkerbouwers en kennispartners als Agrifirm, Avebe, FrieslandCampina, Cosun en DLV stond centraal. “De focus lag echt op kennisuitwisseling”, aldus projectleiders Minou Hegge en Rosalie van ’t Hof van het Team Bodem & Water van LTO Noord.
Wat levert digestaat op in de praktijk?
Over het doel vertellen zij: “We willen de nutriëntenkringlopen in de agrofoodketen in Groningen sluiten. Gezonde planten ontstaan op een gezonde bodem, en een gezonde bodem vraagt om veel organische stof. Door de organische stoffen uit dierlijke mest zodanig op maat te maken, worden planten op een optimale manier gevoed, zonder overbemesting. Dat helpt uiteindelijk om niet alleen veehouders te ontzorgen bij hun stikstofvraagstuk, maar vooral ook om akkerbouwers te voorzien van een rijkere meststof.”
Praktische toepassing
Tijdens het project stond vooral de praktische toepassing centraal. “Wat is de invloed op de bodem en het gewas? Hoe werkt het uitrijden? Welke toepassingen en vormen van verwaarding zijn mogelijk?” De diversiteit in de Groningse akkerbouw vroeg om variatie in proefbedrijven, benadrukt Hegge. “We hebben ervoor gekozen om verschillende grondsoorten en bedrijfstypen mee te nemen.”
De kern van de aanpak was een praktische vergelijking tussen toepassing mét en zonder digestaat. “Aan het begin van het seizoen stelde een adviseur van Agrifirm samen met de ondernemer het bemestingsplan op,” legt Van ’t Hof uit. “Dat vormde de basis voor het monitoringsplan: welke monsters worden er gedurende het jaar genomen? Elk jaar werd minimaal drie keer bemonsterd: voorafgaand aan de bemesting, tussentijds om te beoordelen of bijmesten nodig was en na de oogst. Daarbij keken we onder meer hoeveel mineralen en nutriënten in de bodem achterbleven.” Hegge vult aan: “We wilden digestaat nadrukkelijk niet neerzetten als kunstmestvervanger. Daarvoor is het nog te vroeg. De focus lag op reductie van kunstmest en het sluiten van kringlopen.”
Fascinating
Fascinating is een open innovatieprogramma dat door Nederlandse en Europese partners wordt ondersteund in de transitie naar duurzame landbouw. Met projecten gericht op regeneratieve landbouw, plantaardige eiwitgewassen en circulaire verwerkingssystemen, werkt het programma aan gezonde bodems, voeding en ketens. Het programma streeft letterlijk naar 'meer gezondheid per hectare': gezond voedsel door een hogere voedingswaarde, een gezond verdienvermogen voor de boer, een gezond leefmilieu en klimaat en een gezond voedsel- en landbouwsysteem. Het omvat de hele keten – van bodem tot bord – waarbinnen alle schakels nauw samenwerken.
Praktijkervaringen
Harde conclusies op basis van de bodemmonsters konden de onderzoekers niet trekken. “Het gaat om praktijksituaties. Daarom verliepen zaken niet altijd zoals vooraf gepland. Soms stond er een ander gewas, of werd alsnog kunstmest toegepast in plaats van digestaat. Daarom hebben we vooral gekeken naar de ervaringen van ondernemers: wat zien zij zelf in hun perceel en bedrijfsvoering?”
Tijdens de uitvoering deden zich bovendien praktische hobbels voor. Hegge: “In 2024 was het voorjaar extreem nat. Dat maakt het lastig om op het juiste moment uit te rijden. Daarnaast veranderde soms het plan en durfden ondernemers niet altijd iets nieuws uit te proberen op hun meest renderende gewas.” Regelgeving werkte eveneens remmend. “Voor de start van het project is er een aanvraag gedaan om binnen het project een vrijstelling te krijgen voor het gebruik van ammoniumsulfaat uit dierlijke mest, om kunstmest beter te kunnen vervangen. Er is hier helaas geen vrijstelling voor verleend binnen het project. Binnen de huidige mestwetgeving wordt deze vorm van ammoniumsulfaat nog aangemerkt als stikstof uit dierlijke mest. Daardoor is de ruimte om het toe te passen beperkt. Erg jammer; met meer experimenteerruimte hadden we verder kunnen gaan.”
Makkelijk toepasbaar
De reacties van de deelnemende boeren op digestaat waren overwegend positief. Van ’t Hof: “Digestaat bleek goed toepasbaar en paste binnen het bemestingsplan. Qua opbrengsten zagen zij geen duidelijke verschillen, zowel tijdens de groei als bij de oogst. Maar echt harde conclusies vragen om meerjarige proeven.”
Hegge zag bij enkele voorlopers een duidelijke verschuiving in houding. “Gerald Maters en Anselm Claassen, beiden pootgoedtelers, waren vooraf kritisch over mono-vergisting in combinatie met hygiënisatie. We hebben veel gesprekken gevoerd over protocollen en controles. Gerald gaf aan dat het lastig te meten is wat het effect is op het bodemleven, maar hij denkt dat het wel een plus heeft. Hij merkte dat het gewas rustiger doorgroeit, omdat de voeding geleidelijker vrijkomt. Dat soort ervaringen kwam vaker terug. Ook het beter sluiten van kringlopen werd als voordeel genoemd.”
Leendert Jan Onnes

Een van de deelnemers aan het project was Leendert Jan Onnes, akkerbouwer en pluimveehouder in de Reiderwolderpolder bij Finsterwolde. Op de zware klei verbouwt hij voornamelijk wintertarwe. Onnes werkt al geruime tijd met digestaat en gebruikt de dunne fractie als vloeibare mest, ter vervanging van vloeibare varkensmest of rundveedrijfmest. Dat bevalt hem goed. “De dunne fractie is voor ons goed toepasbaar op wintertarwe en koolzaad. De stikstof komt vlot en gelijkmatig vrij.” In vergelijking met varkensdrijfmest zijn de verschillen beperkt. “Rundveedrijfmest komt duidelijk langzamer vrij. Daardoor wordt die mest niet in pure vorm toegepast, terwijl het in een mix wel goed werkt.”
Ammoniumsulfaat
Zijn interesse in ammoniumsulfaat als specifieke stikstofvorm was voor Onnes aanleiding om aan het project deel te nemen. “Henk van Oosten in Meeden beschikt over een mestvergister met een stripper om extra stikstof uit het digestaat te winnen. Die stikstof komt vrij als ammoniak en wordt vervolgens gebonden, waardoor ammoniumsulfaat ontstaat. Omdat het ammoniumsulfaat via een stalluchtwasser en stikstofstripper wordt gewonnen, kon dit binnen de bestaande regelgeving worden toegepast. Het ammoniumsulfaat kun je inzetten als een soort vloeibare kunstmest, als vervanger mogelijke van NTS. Het leek me een mooie kans om daar alvast ervaring mee op te doen. Er wordt immers al jaren gesproken over Renure.”
Voor het project stelde hij twee percelen beschikbaar: een behandeld perceel en een controleperceel. “Op het behandelde perceel heb ik zoveel mogelijk gewerkt met digestaat. Voor de zaai heb ik daar de dikke fractie uitgereden en een deel van de NTS vervangen door ammoniumsulfaat. Op dat perceel heb ik ongeveer een derde van de NTS vervangen door ammoniumsulfaat. Dat heeft prima gewerkt, misschien zelfs nog iets beter dan verwacht. Ik vind het jammer dat wij geen vrijstelling hebben gekregen voor het gebruik van ammoniumsulfaat, maar desondanks heb ik veel van het project geleerd.”
Kringloop sluiten
Deelname aan het project was voor Onnes extra interessant vanwege zijn pluimveetak. “Ik heb ook slachtkuikens met één ster Beter Leven. Alle mest van mijn kippen gaat naar de mestvergister van Van Oosten. Daar wordt groengas van gemaakt. Vervolgens komen de dunne fractie, de dikke fractie en het ammoniumsulfaat terug naar mijn bedrijf. Kippenmest die je rechtstreeks op het land uitrijdt, geeft stikstof relatief langzaam en vaak pas later in het seizoen vrij. Via de vergister krijg ik een meststof terug waarvan de stikstof sneller en beter stuurbaar vrijkomt. Dat geeft mij meer controle in de bemesting en is voor mij een duidelijk voordeel.”
Tegelijk dwingt het hem om bewuster naar zijn bedrijfsvoering te kijken. “Welke keuzes maak je, waar liggen kansen om duurzamer te werken en welke stappen zijn in de praktijk ook echt uitvoerbaar? Dat moet je serieus afwegen.”

Waardevolle analyses
Onnes vindt de bodemanalyse(s) die tijdens het project zijn uitgevoerd waardevol. “Daardoor kreeg ik inzicht in hoe de bodemvoorraad zich gedurende het seizoen aanpast en verandert. Er is ook regelmatig op diepere lagen bemonsterd, waardoor je beter ziet wat er naar beneden zakt of uitspoelt naar lagen waar de stikstof niet meer beschikbaar is voor het gewas.” Datzelfde geldt voor de effecten van kunstmest- en drijfmestgiften en voor de toepassing van de dikke fractie vlak na de oogst.
Wel liep hij tegen administratieve beperkingen aan. “In eerste instantie leek het alsof ik het, net als kunstmest zoals NTS, kon meenemen in de boekhouding. Dat is uiteindelijk niet gelukt door de ontbrekende vrijstelling. Het ging daardoor wel van mijn ruimte voor dierlijke mest af, wat het project enigszins beperkt.”
Toekomst
Voor de toekomst ziet Onnes mogelijkheden. “Zodra we in februari het land op kunnen, geven we NTS als eerste gift. Omdat het stikstofgehalte van ammoniumsulfaat lager is, kun je die eerste gift daarmee niet volledig vervangen. Hooguit kun je in februari een klein deel invullen met een lagere stikstofgift. De aanvullende stikstofgift volgt later met drijfmest, eventueel met bijmenging van ammoniumsulfaat in maart of april. Dat hebben we binnen dit project nog niet getest. Voor een vervolg is het interessant om te onderzoeken hoe ver je veilig kunt teruggaan in die eerste gift. Daarvoor is het wel nodig dat de regelgeving meebeweegt.”
Financieel ziet hij kansen, maar met een kanttekening. “Qua prijs is ammoniumsulfaat ongeveer de helft goedkoper dan NTS, dus het is aantrekkelijk om een deel te vervangen. Maar als dat weer van mijn ruimte voor dierlijke mest afgaat, is het de vraag of het onderaan de streep interessant blijft.” De grootste winst zit voor hem in het grotendeels sluiten van de kringloop. “Als je de nutriënten goed kunt benutten en uitspoeling naar lucht of water voorkomt, ontstaat er echt een win-winsituatie.”
Kennisdeling
Het project is eind december afgerond met een slotbijeenkomst voor de deelnemende ondernemers. Van ’t Hof en Hegge benadrukken dat zij de opgedane kennis breed willen verspreiden. Agrifirm heeft drie podcasts gemaakt: één met mestverwerker Henk van Oosten en twee met agrarische ondernemers. Ook is er een video gemaakt. “Via deze kanalen krijgt de kennisdeling een vervolg.”




