‘Gemiddeld spenen Chinezen geen 20 biggen’

Foto: Koos Groenewold

Foto: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Dertien Nederlandse bedrijven ontwikkelen een kenniscentrum voor de Chinese varkenshouderij. Ruud Tijssens van Agrifirm vertelt dat in China de resultaten sterk wisselen.Onder aanvoering van landbouwcoöperatie Agrifirm wil een consortium van dertien Nederlandse bedrijven hun rol in de Chinese varkenssector verstevigen. Een belangrijk middel om dit doel te bereiken is het Research Test & Training Center (RTTC) in Anping. Dit is een leer- en onderzoeksbedrijf met 600 zeugen inclusief gespeende biggen en 540 opfok- en vleesvarkensplaatsen. De planning is dat het bedrijf begin 2022 operationeel is. De grond is nu bouwrijp.Overeenkomst voor zeven jaarVia een stichting hier ter plaatse haken dertien Nederlandse partners aan en financiert de Nederlandse overheid mee in een zogeheten publiek-private samenwerking. De partners hebben een overeenkomst gesloten voor zeven jaar. Zowel deze termijn als de partners zijn belangrijk, zegt Ruud Tijssens, Director Public & Cooperative Affairs van Agrifirm. “Anders lukt het niet om het centrum continuïteit te bieden.” KansenTijssens is de persoon die de contacten in Nederland onderhoudt met de partners en overheid. Het centrum biedt kennis en data op het gebied van voeding, genetica, diergezondheid, huisvesting en emissies.Ruud Tijssens (57) is directeur Public & Cooperative Affairscoöperatieve zaken bij Agrifirm. Hij is tevens lid van het bestuur van Nevedi, de Stuurgroep Coalitie Vitalisering Varkenshouderij en maakt deel uit van diverse besturen en werkgroepen, waaronder de uitvoeringstafel van het klimaatakkoord. - Foto: Koos GroenewoldWat is de toegevoegde waarde van dit centrum?“De Chinese varkenssector zal komende jaren sterk professionaliseren. De Nederlandse bedrijven willen daarom nu hun aanwezigheid in China versterken en de Chinezen bijstaan om hun doelen te halen. Die ontwikkeling gaat door. Het voordeel van het centrum is dat de Nederlanders daar hun klanten het potentieel van hun producten in de praktijk kunnen tonen.”Het voordeel van het centrum is dat de Nederlanders daar hun klanten het potentieel van hun producten in de praktijk kunnen tonen“Op Chinese bedrijven zijn de productieomstandigheden dikwijls suboptimaal. Er mankeert vaak iets aan de voeding, het klimaat, de genetica of de uitvoering van het werk en soms is een combinatie van factoren niet perfect. In het trainingscentrum zijn de faciliteiten optimaal en moet de productie op Europees niveau uitkomen. Onder die omstandigheden is het veel eenvoudiger om je product aan te bieden.”Leidt de kennisbundeling in één centrum ook tot versnelling van de resultaten in de Chinese varkenssector?“Ja, dat is zeker het geval. Zeker als het gaat om systeemvraagstukken, zoals bigvitaliteit. Om de bigoverleving te verhogen moet je samen vooruitgang boeken, op alle terreinen, van fokkerij, tot voeding en verzorging en huisvesting. Alles moet kloppen om gezonde biggen te spenen. Onze mensen in China zien dat veel behoefte is aan zo’n centrum.”Is er onvoldoende varkenskennis in China. Sommige bedrijven doen het toch heel goed?“Dat is een klein deel dat goed draait. Wij weten dat de resultaten op de Chinese bedrijven sterk wisselen. Gemiddeld spenen de Chinezen nog geen twintig biggen per zeug per jaar. Ze willen de komende jaren hun sector professionaliseren. Daarom is dit het uitgelezen moment om dit centrum te bouwen en daar bij te zijn.”De schaal en structuur van Nederlandse bedrijven is niet vergelijkbaar met Chinese bedrijven. Is dat geen probleem met kennisoverdracht?“Nee, dat niet, alleen werkt het in China anders. In Nederland is de varkenshouder met zijn adviseurs in staat om bijvoorbeeld protocollen te ontwikkelen, analyses te interpreteren en ten slotte de resultaten te verbeteren. In China moet het management met de personeelsleden deze dingen doen. In China is er op alle niveaus behoefte aan kennis om de bedrijven beter te laten draaien.” Een impressie van het trainingscentrum dat dertien Nederlandse bedrijven willen bouwen in Anping, China. - Foto: AgrifirmHoe houden jullie het RTTC AVP-vrij?“Hier is uitvoerig over gedacht. Maar alle hygiëneprotocollen passen we toe om ziekte-insleep te voorkomen. Bezoekers en leerlingen hebben tevens de mogelijkheid om te overnachten. Dan komen er per saldo minder mensen van buiten naar binnen.”Lukt het de Chinese varkensbedrijven om AVP buiten de deur te houden?“Onze klanten hebben inmiddels grote stappen gezet op het punt van hygiëne en het voorkomen van insleep van ziektekiemen. Ook wordt grootschalig getest op Afrikaanse varkenspest. Testen voorkomt dat een heel bedrijf besmet wordt met AVP en geruimd moet worden. Niettemin is het bijna onmogelijk om van AVP af te komen in China, zolang er geen vaccin op de markt komt.”In diverse analyses wordt geschetst dat de Chinese varkenssector de AVP-crisis eerder te boven is dan aanvankelijk gedacht. Hoe zien jullie dat?“Het is lastig voor de varkenshouderij in China om de AVP-crisis achter zich te laten. De varkenssector in China heeft nog steeds te maken met nieuwe golven van het virus. Wereldwijd is er onvoldoende fokmateriaal om de varkensstapel op het niveau te krijgen van voor de AVP-uitbraak, in augustus 2018.”Het is lastig voor de varkenshouderij in China om de AVP-crisis achter zich te laten“Momenteel groeit de zeugenstapel in China, omdat ze massaal vleesvarkens insemineren voor de biggenproductie. Deze geltjes produceren 30% minder biggen dan een F1-zeug en de biguitval is hoger. Ook moeten deze geltjes al na twee worpen vervangen worden. Wij denken dat China in 2024 misschien op de varkensvleesproductie zit van 2018, met dezelfde kwaliteit. Vergeet niet dat de Chinese varkensvleesconsumptie 30% gezakt is, omdat de vleesprijs nu driemaal hoger is dan voor de AVP-crisis.”Wanneer is China dan zelfvoorzienend?“Dat blijft moeilijk te zeggen. We schatten dat in 2024 of 2025 China in grote mate weer zelfvoorzienend is voor varkensvlees.”In China herstelt de varkensproductie. In Rusland en Spanje groeit de sector enorm hard. Wat betekent dit voor de varkenshouderij in Noordwest-Europa?“De varkenssector in Noordwest-Europa zal krimpen. Mede omdat de kostprijs in de diverse landen te hoog is om goed te kunnen concurreren. De varkenshouderij in dit deel van Europa zal het moeten hebben van onderscheidend vermogen, en varkensvlees produceren waar de consument meer voor wil betalen.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.