Emissies bedreigen tevreden strostalboeren

Dierenwelzijn was een van de belangrijkste redenen om zeugen op stro te huisvesten. - Foto: Jan Willem Schouten

Dierenwelzijn was een van de belangrijkste redenen om zeugen op stro te huisvesten. - Foto: Jan Willem Schouten


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Meer arbeid en een klimaat dat precies op orde moet zijn, was voor een grote groep zeugenhouders reden om weer af te stappen van groepshuisvesting op stro. Nu bedreigen emissie-eisen de overblijvers.Rond de eeuwwisseling leek het huisvesten van drachtige zeugen in groepen op stro een grote vlucht te nemen. Het systeem dat in Engeland veelvuldig werd gebruikt, kwam onder de aandacht van de Nederlandse sector. Zeugen op stro in Nederland in drie kernpunten:* 50-70 bedrijven met zeugen in groepen op stro;
* 50 kilo meer onderhoudsvoer per zeug per jaar;
* Brabantse uitstoot-eisen bedreigen zeugen op stro.Strobed: grote plus op dierenwelzijnDe bouwkosten waren bij het huisvesten van drachtige zeugen in groepen op stro volgens ‘de Engelse methode’ stukken lager dan die van traditionele stallen en de grote plus op dierenwelzijn door het strobed waren belangrijke redenen om over te stappen op een dergelijke stal. Veel bedrijven begonnen met niet veel meer dan een loods met lage muren als afscheiding tussen het strobed en de rest van de ruimte. Ook dienden de muren daarbij voor het sturen van de zeugen en om de grote groepen op te delen over de ligbedden. De natuurlijke ventilatie zorgt ook nog eens voor lage energiekosten. Lees verder onder de foto.Dierenwelzijn was een van de belangrijkste redenen om zeugen op stro te huisvesten. - Foto: Jan Willem SchoutenAparte mestopslag, strostallen niet veel goedkoperUiteindelijk werden de stallen niet veel goedkoper, omdat een aparte mestopslag gebouwd moest worden. Daarnaast vraagt een strostal een juiste lengte-breedteverhouding. De verse lucht komt via de centrale mestgang binnen en gaat via de ligplaatsen weer naar buiten. Een onjuiste verhouding in de stal verhoogt het risico dat de zeugen al mesten voordat ze hun strobed verlaten hebben.Lees verder onder de foto.Met natuurlijke ventilatie wordt het mestgedrag van de zeugen gestuurd. Zeugenhouders vermoeden dat dit met een luchtwasser een stuk moeilijker is. - Foto: Bart NijsHoeveel strostallen zijn er gekomen?De strostal heeft nooit de aantallen gehaald die verwacht werden. Om verschillende redenen zette de ontwikkeling niet door en haakten varkenshouders af die er vol enthousiasme aan begonnen. Precieze cijfers over hoeveel bedrijven werken met groepshuisvesting op stro, zijn er niet. In de beginjaren zou er sprake zijn geweest van meer dan 100 bedrijven. Bij de landbouwtelling valt het stalsysteem onder overige huisvestingsystemen en daar zijn er meerdere van zonder dat er onderscheid tussen wordt gemaakt. Volgens het onderzoek Emissies naar lucht uit de landbouw in 2017 van Wageningen University bedroeg in 2017 het aandeel van strohokken 4,3%. Op de 1.780 zeugenbedrijven met 694.840 dragende zeugen die Nederland in dat jaar telde, zou dat uitkomen op 76 bedrijven met in totaal een kleine 30.000 zeugen. Arbeid vaak struikelblok bij strostalVolgens Gieljan van Iersel, bedrijfsadviseur Exlan Bedrijfsontwikkeling bij Agrifirm, waren het vooral de kleine tot middelgrote bedrijven tot circa 500 zeugen die de dragende zeugen op stro gingen houden: “Voor grotere bedrijven was het arbeidstechnisch niet interessant.” Niet elke zeugenhouder kon uiteindelijk even goed met de strostal uit de voeten. De afgelopen tien tot vijftien jaar is een onbekend aantal stallen omgebouwd naar meer traditionele huisvesting. “Daarbij is naast klimaat, arbeid een belangrijke redenen geweest”, stelt Van Iersel. De arbeidsdruk ligt vooral bij het instrooien en uitschuiven van de strobedden en het, vaak dagelijks, uitschuiven van de dichte vloer. “Ook het niet optimaal functioneren van het systeem door verkeerde verhoudingen is voor een deel van de pioniers reden geweest om om te bouwen. Daarnaast heeft het mestverhaal niet gebracht wat veel varkenshouders hadden gehoopt”, vertelt Robbert Jacobs, technisch specialist zeugen bij ForFarmers. StromestJacobs doelt daarmee op de stromest waarvan gehoopt werd dat daarmee een nieuwe meststroom op gang gebracht kon worden met een hoger organisch stofgehalte waardoor de mestkosten flink lager zouden uitvallen. In de praktijk is de afzet wel goedkoper dan bij drijfmest maar het gaat zeker niet om een halvering van de kosten. Goede prestatiesIn de eerste jaren werd in onderzoeken nog aangegeven dat zeugen op stro technisch minder zouden draaien dan bij andere huisvestingsystemen. Dat is bij de huidige gebruikers zeker niet het geval, de varkenshouders hebben het systeem goed in de vingers. “Uit cijfers van Agroscoop van ForFarmers blijkt dat onze strobedrijven op gemiddeld 31,5 grootgebrachte biggen per zeug zitten, het landelijk gemiddelde is 30. Je kunt wel stellen dat het kaf van het koren gescheiden is. Degenen die niet met dit systeem konden werken, zijn ermee gestopt”, weet Jacobs. Het voerverbruik op de strobedrijven ligt wel hoger, gemiddeld zo’n 50 kilo onderhoudsvoer per zeug meer dan op andere bedrijven. Oorzaak is het stalklimaat, zeugen hebben in de winter meer onderhoudsvoer nodig. In de strobedden kunnen zeugen zich goed warm houden maar de seperatieruimtes en mestgang zijn vaak koudere ruimtes.Milieu versus welzijnOok al biedt de strostal de hoogste vorm van dierwelzijn voor dragende zeugen, er zullen niet zomaar stallen bijkomen. De kans is eerder dat bedrijven die willen uitbreiden afscheid moeten nemen van hun strostal. Er is bij de strostal wel degelijk sprake van een ammoniakreductie, omdat het mestoppervlak in de stal beperkt is. Zeugen kennen hun mestplek, bevuilen hun strobed nauwelijks, waardoor het strobed met mooi droog weer nauwelijks uitstoot geeft. Zo’n 40% ammoniakreductie, maar stikstof hindertHet systeem staat op de RAV-lijst met een uitstoot van 2,6 kilo ammoniak per dierplaats per jaar. Wat neerkomt op zo’n 40% reductie. “De stikstofregels maken het verhaal echt moeilijker. Tot nu toe werd door de overheid de hogere emissie geaccepteerd, de maximale emissienorm werd zelfs iets verhoogd zodat dit systeem binnen de norm bleef. Het hogere welzijn was de reden voor deze uitzonderingspositie”, stelt Van Iersel.Tegenwoordig wordt meer reductie van bedrijven gevraagd; de provincie Noord-Brabant wil bijvoorbeeld naar 85% en meer. Dat is eigenlijk niet mogelijk zonder een luchtwasser; een koeldeksteem in de mestkelder redt dat in ieder geval niet. Voor een luchtwasser lopen bedrijven tegen extra verbouwingskosten aan. De stal moet luchtdicht gemaakt worden, voorzien van een luchtinlaat met gestuurde kleppen en een centrale afzuiging. Een luchtwasser alleen komt al vlot op een investering van € 100.000, de aanpassingen van de stal komen bij 500 zeugen ook snel aan een ton. Jacobs is somber voor het behoud van strostallen bij aanscherping van de ammoniakwetgeving: “Het is maar de vraag of je de strakke ventilatie die er nu in deze stallen is en waarmee de dieren gestuurd worden, kan behouden. Het risico is in ieder geval groot dat het sturen van de zeugen zoals nu gebeurt niet meer mogelijk is. Voor een aantal strostallen zal een verplichte luchtwasser de doodsteek zijn.”Lees verder onder de foto.Eric van Zutphen (53) heeft een zeugenbedrijf in Zijtaart (N.-Br.). - Foto: Bert JansenWelzijn weegt tegen meerkosten opDe Brabantse varkenshouder Eric van Zutphen bouwde in 2009 een strostal voor de dragende zeugen.

Het welzijnsaspect was een belangrijke factor waarom de varkenshouder destijds voor stro koos, nu is hij vooral onzeker over de toekomst van de stal vanwege de Brabantse milieuregels: “Wij hoeven pas in 2024 aan die aangescherpte normen te voldoen, omdat de stal dan vijftien jaar oud is. Dan zou er een luchtwasser op moeten. Het slaat eigenlijk nergens op. Je moet de lengteventilatie in de stal behouden, anders ben je het effect van het strobed en de mestgang kwijt. En de stal moet geïsoleerd en op onderdruk gebracht worden. Dat kost kapitalen.”
Over de stal is Van Zutphen goed te spreken, de zeugen liggen er goed in. Het stro is wel een aandachtspunt. Het moet van goede kwaliteit zijn, mede uit het oogpunt van mogelijke mycotoxinebesmettingen. Van Zutphen heeft een vaste leverancier die ook de stromest meeneemt.

Stro is grootste kostenpost
Hoewel Van Zutphen zeer goed te spreken is over zijn stal, twijfelt hij of hij nog een keer voor stro kiest. Stro is ook de grootste kostenpost, er gaat zo’n 400 kilo per zeug per jaar in de stal. “Doorgerekend per afgeleverde big is dat € 1,30. Door de natuurlijke ventilatie bespaar ik wel veel op energiekosten. Gecorrigeerd met elektra liggen de meerkosten nog tussen de € 0,70 en € 1 per big. Dat extra welzijn voor de zeugen zie je niet terug in de biggenprijs”, rekent hij voor.

‘Afgestraft voor dierenwelzijn‘
“Ik heb destijds bewust voor welzijn gekozen maar het lijkt er nu op dat we daar op afgestraft worden. Dat heb ik ook bij de provincie aangegeven. Ik hoop dat de inspanningen die nu door een studiegroep worden gedaan iets opleveren maar heb er een hard hoofd in.”

Varkensbedrijf Van Zutphen, Zijtaart (N.-Br.) – Bedrijfsgegevens:
530 fokzeugen;
80 opfokzeugen.Brabantse varkenshouders hopen vrijstellingEind november trok de Brabantse studiegroep Strostallen aan de bel bij de provincie Noord-Brabant en drong aan op een vrijstelling van de zware ammoniakreducerende maatregelen die de provincie de veehouderij oplegt.

Een groep vooruitstrevende boeren koos die tien jaar voordat groepshuisvesting verplicht werd voor zeugen op stro. Veehouders moeten voor 2022 een nieuwe vergunning aanvragen om tot een ammoniakreductie van 85% te komen. Strostallen reduceren 40%. De studiegroep stelt dat aanpassing van strostallen onnodige investeringen vraagt die het dierwelzijnsaspect van de stal niet ten goede komen. Met een luchtwasser lopen de natuurlijke ventilatiestromen anders waardoor er niet of heel moeilijk op het mestgedrag van de zeugen gestuurd kan worden. Slecht voor het dierwelzijn én de al lagere ammoniakuitstoot stellen de varkenshouders. Het zou om 28 bedrijven met circa 9.000 zeugen gaan. Dat komt neer op 1,5% van de Brabantse varkensstapel.
Naar aanleiding van de brief zijn er op 13 december twee moties ingediend. De PVV-motie voor ontheffing is verworpen. Een CDA-motie om met de varkenshouders en deskundigen in gesprek te gaan om te onderzoeken in hoeverre de stallen met innovaties ingepast kunnen worden in de wetswijziging voor innovatieve stallen, is wel aangenomen. De gesprekken zijn nog gaande. Hans Tax in Diessen is een van de studiegroepleden en maakt zich zorgen over de toekomst van zijn bedrijf: “Er zijn door de provincie heel wat vragen gesteld. Ze klinken positief maar het is nu ook afwachten wat voor coalitie we in Brabant krijgen. Daarmee kan weer veel veranderen. Voor mij persoonlijk geldt dat als er een luchtwasser op de stal moet, het stro er uit gaat. Het risico dat er geen luchtstroom meer over de loopgang trekt en ze dan het strobed ernstig vervuilen is veel te groot.”

Biologisch heeft inspanningsverplichting
De Brabantse aanscherping geldt ook voor de biologische varkenshouders, zij hebben een inspanningsverplichting om tot 40% reductie te komen. Voor dragende zeugen op stro is dat haalbaar. Maar dan moeten er ook maatregelen genomen worden voor de kraamstal, biggen- en vleesvarkensafdelingen. De provincie is wel een traject begonnen om tot duidelijkheid voor de biologische sector te komen maar enige vorm van invulling is er nog niet.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.