Drentse telers investeren in bewaring

Laatst bijgewerkt:
Foto: Ruud Ploeg

Foto: Ruud Ploeg


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Drentse telers krijgen de uienteelt steeds beter in de vingers en investeren daarom meer in bewaring. Bovendien groeit het areaal in deze provincie – van 92 hectare in 2010 naar 765 hectare in 2018 – en daarmee de noodzaak om uien goed op te slaan. Gedwongen verkoop in de aflandperiode geeft immers weinig macht. Dus wordt er gebouwd.De bouwtekeningen liggen op de keukentafel bij de maatschap Bouwmeester, pootgoedspecialist aan de rand van het Drentse Wijster. In augustus 2019 – voor de volgende oogst dus – moet de nieuwe schuur er staan. Hierin komt plek voor 1.100 kuubskisten aan de ene kant en ruimte voor het sorteren en verpakken van pootgoed in de andere helft. De schuur wordt achter de bestaande boerderij gebouwd. Over de lengte, dat wordt door de welstandscommissie mooier bevonden.Lees verder onder de foto.Robin en Johan Bouwmeester bij een kist uien van oogst 2018. In het nieuwe seizoen krijgen de producten een nieuw onderkomen. - Foto's: Ruud PloegTwee inkomens uit bedrijfZoon Robin zit sinds 1 augustus 2018 volledig in het bedrijf, wat betekent dat er 2 inkomens uit moeten worden gehaald. Uitbreiden dus, schetst vader Johan Bouwmeester het plan van aanpak. “We hebben 20 hectare bijgekocht en zijn daarmee gegroeid in de pootaardappel- en uienteelt, gewassen met een hoog saldoperspectief. Gelukkig pakt dat ook direct goed uit.”Lees verder onder de foto.De bouwplannen voor de nieuwe bewaring worden onder de loep genomen.GrondruilHet uienareaal bij Bouwmeester verdubbelde naar 10 hectare, waarvan 5 hectare rode en 5 hectare gele uien. Vroege, huidvaste rassen. “Die verdubbeling is ons zo goed bevallen”, zegt Bouwmeester. “Toen we in 2011 met de uienteelt begonnen was het niet zo’n feest, met prijzen rond de 1,5 cent per kilo. Vorig jaar kregen we 24 cent, al een stuk beter.”Door ervaring krijgen ze de uienteelt steeds beter in de vingers. Dankzij grondruil met veehouders zijn ze nog nooit op hetzelfde perceel terug geweest met de uien. Dat beschermt de gezondheid van het gewas.DroogteVoldoende beregeningscapaciteit leidde in de gortdroge zomer van 2018 toch nog tot een opbrengst van dik 50 ton uien per hectare. Drenthe blinkt hier volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit met de hoogste hectare-opbrengsten van het land met gemiddeld 49,5 ton per hectare in 2018.Het plan was om die uienoogst zelf op te slaan, zodat de ondernemers zelf de ‘afzettouwtjes’ in handen zouden hebben. Gezien de lagere opbrengstverwachting van het pootgoed moest dat geen probleem zijn. Totdat bleek dat de pootgoedoogst toch meeviel met zo’n 35 ton per hectare. Toen moesten de uien alsnog afland in de verkoop. Financieel geen drama dankzij het relatief hoge prijsniveau, maar het was niet de bedoeling. “We hadden er nog een betere prijs uit kunnen slepen”, zegt Bouwmeester. Hierdoor zijn de bouwplannen voor een nieuwe bewaarschuur in een stroomversnelling geraakt. “Waarom nog een jaar wachten, we hebben nu al een probleem.”Lees verder onder de foto.De oude bewaring is ouderwets; los gestort in kleine cellen. Robin controleert de kwaliteit van het pootgoed.Inhaalslag te makenLopend door de huidige bewaarschuur, is te zien dat hier een inhaalslag in bewaartechniek is te maken. Pootgoed ligt los gestort in kleine, donkere cellen van zo’n 75 ton per stuk. Het gebouw heeft een goede opknapbeurt nodig en krijgt dat ook zodra de nieuwe schuur is gebouwd. “Eigenlijk functioneert dit nog prima hoor”, vindt Bouwmeester. “Vooral het inschuren gaat los veel makkelijker dan in kisten. Bij het uitschuren beschadig je het product wel met het opscheppen. Dit systeem is echt ouderwets en kistenbewaring komt de kwaliteit absoluut ten goede. Van zowel pootgoed als uien.”In de Veenkoloniale akkerbouw was bewaring lange tijd niet nodig, vertelt Robin Bouwmeester. “Het meeste werd afland opgehaald door de bedrijven waar de producten, als suikerbieten en zetmeelaardappelen, waren gecontracteerd. Tegenwoordig wordt er op verschillende plekken gebouwd, vooral voor bewaring van uien, om de afzet beter te kunnen sturen.”Lees verder onder de foto.De nieuwe bewaarloods komt achter de bestaande gebouwen.Drogen in de zonMedio februari staan kisten met pootgoed buiten te drogen in de vroege voorjaarszon. Goedkoper wordt het niet. Bovenmaats pootgoed wacht binnen in bigbags op de transporteur. Vlakbij staat er nog een overgebleven kist zaaiuien. Horeca uit de omgeving maakt er graag gebruik van. “Lokaal product is in trek”, weet Bouwmeester junior, die het nut van een regionaal netwerk onderschrijft.Ook duurzaam produceren vindt hij belangrijk. “We gaan energiezuinig ventileren en er komen zonnepanelen op het dak. Verder zijn we Veldleeuwerik-telers en proberen we met De Groene Vlieg-techniek (het uitzetten van steriele mannetjes op het uienperceel) de uienvlieg preventief van onze akkers te houden”, somt de enthousiaste akkerbouwer op. “Daarbij werken we dus al heel lang volgens de kringloopgedachte door grond te ruilen met veehouders in de buurt. We gebruiken ook hun mest, terwijl het natuurlijk makkelijker en goedkoper zou zijn om die elders te betrekken en op te slaan. Dan kun je de perfecte mix maken. Maar wij werken liever samen.”Energiezuinig bewarenIn de bewaring staat echter een grote verandering op het programma. Energiezuinig bewaren – met het langsblaassysteem, wat beter functioneert dan een zuigsysteem als je ook sorteert in dezelfde schuur – betekent dat je goed gebruikmaakt van je bewaarcomputer. “Daar krijgen we straks instructies voor. Om efficiënt te bewaren, moeten we de computer goed leren kennen. De nieuwe schuur geeft ons veel nieuwe mogelijkheden, zoals uitbreiding van de sorteercapaciteit. Optisch sorteren hebben we ook wel bekeken, maar dat is ons echt veel te duur.”Lees verder onder de foto.De tekening toont de situatie na augustus 2019. De schuur komt haaks op de bestaande gebouwen te staan.Voorraad anno februari: minder aardappelen en nog heel weinig uienDe oogst van zowel aardappelen als uien was laag in 2018, waardoor de schuren in het hele land eind februari al behoorlijk leeg raken. De kwaliteit van wat er ligt, is doorgaans goed. Probleempartijen zijn al op tijd verkocht, al dan niet dankzij de kiemproef die in uien steeds meer wordt gedaan. Kiem blijft in beide producten iets om in de gaten te houden. De planten hebben immers stress ondervonden door de droogte.“In aardappelen zien we maar een paar partijen die rot of kiemproblemen hebben”, zegt Paul Hooijman van adviesbureau Delphy over de voorraden in het Noordwesten. “Doorwas is vooralsnog geen spelbreker.”Je kunt beter op geld passen dan op uienAndere maten in supersVan de – sowieso kleinere hoeveelheid – uien in voorraad, is nog maar bij een enkeling een deel daarvan vrij. “Veel is afgeleverd en met de lagere productie ben je sneller door je voorraad heen”, zegt Hooijman. “Je kunt beter op geld passen dan op uien, zeggen de meesten. Alle schuren gaan leeg dit jaar. De situatie is heel anders dan we gewend zijn. In supermarkten zie je ook andere maatsorteringen, vanwege het aanbod fijne maten.”Die laatste vrije partijen zijn vaak grovere, goede uien. “We zien iets ontwikkeling van kiem, maar dat is geen reden voor paniek. De kwaliteit is verder wel goed. Het is nu echt cruciaal wat je doet met je partij”, waarschuwt Hooijman. “Het is zaak om ze rustig, en dus koel, te houden. Als de markt van € 50 naar € 60 per 100 kilo beweegt, is dat een groot verschil in saldo. En het kan maar zo gebeuren dit jaar. Dan moet je dus voorkomen dat de bewaarui denkt dat het voorjaar is.”Ook in aardappelen is kiemrust het grote aandachtspunt. Toch zien Hooijman en zijn collega’s ook wat phytophthora. “Misschien zijn die telers minder alert geweest door de droogte? Met ventilatie is het goed bij te houden.”De verwachte krimp in het uienareaal blijftTekort uitgangsmateriaalIn de pootgoedvoorziening ziet hij de krapte in de markt. “Het is voor telers lastig om te sturen wat ze telen komend jaar.” Dit geldt ook voor plantuien.De productie van de eerstejaars plantuien was fors lager door de droogte en dat leidt tot tekorten, vooral in het latere segment. Dat ziet Delphy-collega Luc Remijn in het Zuidwesten nu het plantseizoen lekker op gang is gekomen. “Het is een mooi moment op te beginnen”, zegt Remijn. Vroege telers hebben uitgangsmateriaal vastgelegd, latere telers stappen vanwege het hoge prijsniveau soms toch over naar zaaiuien. De verwachte krimp in het uienareaal blijft, maar wordt misschien minder dan gedacht.”Prima kwaliteitIn de bewaarschuren ziet Remijn minder aardappelen en heel weinig uien liggen ten opzichte van vorig jaar. Kiem was in uien het grootste probleem, maar er is ook verkocht om weer geld te hebben voor investeringen voor het nieuwe seizoen. “En uien boven de 30% grof, kom ik bijna niet tegen”, geeft Remijn aan.Van aardappelen was ook minder geoogst, maar de kwaliteit is prima. “De meeste partijen kunnen telers lekker laten zitten. Soms is de bakkwaliteit wat minder door doorwas. De echte probleempartijen zijn al weg. De temperatuur is iets om in de gaten te houden. Zolang de nachten koud blijven, kan er goed worden gekoeld. Als het warmer wordt, dan gaan we wat meemaken.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.