Denk aan kalibemesting in de maisteelt
De eerste percelen mais zijn al gezaaid, maar een groot deel van het areaal moet nog worden ingezaaid. Bij de zaai van mais is het goed om direct de balans op te maken hoeveel kali er is gegeven. Een kalibemesting kan namelijk het beste direct na zaai en vóór opkomst plaatsvinden.

Kunstmest in de maisteelt wordt vooral in de rij gegeven tijdens het zaaien. Kali wordt volvelds gegeven, direct na de zaai. Foto: Misset
De vraag is dan alleen hoeveel er gegeven moet worden. Het officiële advies van de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen gaat uit van 10 kilo kali (K₂O) per ton droge stof. Een opbrengst van 16 ton droge stof vraagt dus 160 kilo kali, een opbrengst van 20 ton vraagt 200 kilo kali. Meer geven leidt tot luxeconsumptie.
In de praktijk worden echter andere adviezen gegeven. Zo meldt ForFarmers in een kennisbericht dat een maisteelt van 18 ton droge stof 245 kilo kali onttrekt. Dat komt neer op een onttrekking van 13,6 kilo kali per ton. Bij een dergelijke opbrengst, bemest met 35 kuub drijfmest, vraagt mais al snel om een aanvulling van 100 kilo Kali60 per hectare. ForFarmers geeft nog wel aan om rekening te houden met de kaliumbodemvoorraad. Als deze hoog is, zoals op rijke kleigronden, kan er worden gekort op de kaliumbemesting.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









