Colistine blijft nodig bij speendiarree

Foto: Bert Jansen

Foto: Bert Jansen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De varkenshouderij moet het gebruik van colistine verlagen. Helemaal naar nul zoals de SDa wenst, is moeilijk omdat er niet veel alternatieven bij speendiarree zijn.Het gaat goed met het antibioticagebruik in de varkenshouderij. Het gebruik ligt voor zowel de zeugenhouderij, vleesvarkenshouderij als voor de bedrijven met gespeende biggen onder de gestelde norm van de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa). De fokzeugenbedrijven realiseerden een gemiddeld gebruik van 3,5 dierdagdoseringen (DDDA), vleesvarkensbedrijven 3,8 DDDA en de nieuw ingestelde categorie gespeende biggen 16,8 DDDA. Voor gespeende biggen geldt nog geen norm, voorlopig houdt de SDa als richtlijn een DDDA van 20 aan. Daar zit driekwart van de bedrijven al onder. Met deze waarden tekende de sector afgelopen jaar voor een daling van 8,2%. Ten opzichte van 2009 is het verbruik nu 61,5% gedaald.Lees onderaan dit artikel adviezen hoe je risico op speendiarree kunt verminderen.Streefwaarde naar 0Binnen het dalende antibioticagebruik is er voor de varkenshouderij één belangrijk aandachtspunt: het gebruik van het tweedekeus-middel colistine. Dit antibioticum wordt voornamelijk ingezet bij speendiarree. E. coli is daarvan de belangrijkste veroorzaker. E. coli zorgt voor verzwakking van de weerstand van de biggen waardoor er gemakkelijker een streptokokkeninfectie kan optreden. Beide bacteriën zijn maar met een beperkt aantal antibiotica te behandelen waarvan colistine voor E. coli het beste resultaat geeft.De SDa registreert sinds 2016 het colistinegebruik in mg/PCU (Population Corrected Unit, maat voor diermassa op basis van aantal aanwezige dieren en aantal geslachte dieren). In 2019 was het colistinegebruik in de varkenshouderij 0,666 mg/PCU. Die waarde ligt nog ruim onder de grenswaarde van 1 mg/PCU die gesteld is door de European Medicines Agency (EMA).Lees verder onder de grafiek.De sector was hard op weg in het afbouwen van het colistinegebruik. Door het verbod op koper en zink in voer neemt nu het gebruik toch weer toe.Kritisch antibioticumColistine valt voor veterinair gebruik in de categorie tweedekeus-middelen maar wordt door de WHO gezien als kritisch antibioticum voor de humane geneeskunde. Soms is colistine het enige nog werkende antibioticum. Reden voor het expertpanel van de SDa om de antibioticagroep polymyxines, waar colistine onder valt, te beschouwen als derdekeus-middel. Ook is het expertpanel van mening dat de streefwaarde voor diergebruik van colistine op den duur naar 0 DDDA bijgesteld moet worden.Het risico op resistentie speelt daarbij een rol. Ondanks het toegenomen gebruik van colistine in de varkenshouderij waar de SDa melding van maakt, ziet de GD echter geen toename in het colistineresistentiepercentage van ziekteverwekkende E. Coli-isolaten uit varkens. “In de eerste helft van vorig jaar onderzocht GD 84 ziekteverwekkende E. Coli-isolaten afkomstig uit varkens en géén van deze isolaten bleek resistent voor colistine. In de tweede helft van 2018 lag dit resistentiepercentage op 3%, in de eerste helft van 2018 op 1% . Dit zijn erg lage resistentiepercentages”, aldus Jobke van Hout, dierenarts en onderzoeker bij GD.Lees verder onder de foto.Spenen is een stressvolle periode waardoor E. coli speendiarree kan veroorzaken. Goede voeding en goed management kan antibioticagebruik tegen gaan. - Foto: Bert JansenVerbod gebruik van koper en zink in voerHet streven om geen colistine meer te gebruiken is voor de varkenshouderij een uitdaging. Afgelopen jaar zetten volgens SDa-gegevens 512 varkenshouders colistine in, wat neerkomt op 28% van alle varkensbedrijven. Tot 2017 was de sector hard op weg richting nul-gebruik, maar de afgelopen 2 jaar steeg het gebruik toch weer. De stijging is volgens verschillende dierenartsen en de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV) te koppelen aan het verbod op het gebruik van koper en zink in voer voor gespeende biggen. Koper en zink hebben een gunstige werking op de darmgezondheid en dus op het voorkomen van speendiarree.Alternatief lastigColistine staat zoals aangegeven in het lijstje tweedekeus-antibiotica. Als colisitine ingezet wordt tegen speendiarree gebeurt dat met een onderbouwing van de dierenarts. Linda Janssen, voorzitter van de POV geeft aan dat de werkgroep antibiotica-resistentie het thema resistentie en colistine op de agenda heeft gezet: “de varkenshouderij kan helaas nog niet zonder colistine. Als het met speendiarree uit de hand loopt dan hebben varkenshouder en dierenarts geen andere optie dan het inzetten van antibiotica en dus colistine. Er is ook geen alternatief voor colistine, daar hebben we breed naar gekeken.”Volgens de SDa zouden er wel alternatieven beschikbaar zijn. In het Formularium Varkens van de KNMvD van september vorig jaar staat een lijstje van drie eerstekeus- en tien tweedekeus-middelen die ingezet kunnen worden voor oraal gebruik tegen speendiarree.ResistentieNavraag bij verschillende dierenartsenpraktijken leert dat de eerstekeus-middelen ontoereikend zijn omdat de speendiarree veroorzakende E. coli daar niet op reageert of een paar dagen nodig heeft voordat inzet effect resulteert. En juist tijd is een factor die er niet is bij door coli veroorzaakte speendiarree. Ook resistentie ligt bij eerstekeus-middelen op de loer. Om die reden is oxytetracycline als eerstekeus-middel bij speendiarree geschrapt.Bij de tweedekeus-middelen staat colistine onder aan het lijstje, wat inhoudt dat de andere middelen eerst de voorkeur hebben voordat colistine ingezet wordt. De inzet van tweedekeus-middelen ligt volgens dierenartsen genuanceerd. Sommige van de vermelde middelen zijn niet voorhanden of kunnen om praktische redenen niet ingezet worden. Niet elk middel werkt even goed. Daar waar de ene dierenarts goede ervaringen heeft met bijvoorbeeld de boven aan het lijstje geplaatste flumequine en neomycine, geeft de ander aan dat zij bij deze middelen niet voldoende tot geen effect zien. De dierenartservaringen met de andere tweedekeus-middelen bepalen ook de inzet van colistine door dierenartsen. De dierenartsen met goede ervaringen met andere antibiotica tegen speendiarree zetten colistine minimaal in.Lees verder onder de foto.Colistine wordt in water verstrekt. Mede door het wegvallen van koper en zink in voer neemt het colistinegebruik de laatste 2 jaar weer toe. - Foto: Ronald HissinkPreventief nog veel te halenDat dierenartsen ook met andere middelen resultaat tegen speendiarree kunnen behalen betekent niet dat colistine zonder meer naar de categorie derdekeus geschoven kan worden. Sterker nog, wat de dierenartsen betreft moet de sector alles op alles zetten om te voorkomen dat colistine een derdekeus-middel wordt: “Dan heb je helemaal geen keus meer, dan mag je het niet meer gebruiken. Ook niet als colistine het enige middel is dat een infectie tegen kan gaan.”Dierenartsen geven aan dat een bedrijf nooit voor de volle 100% van speendiarree af kan komen. Op de meeste bedrijven gaat het spenen van biggen goed, maar af en toe krijgt een varkenshouder toch met speendiarree te maken. Aan de preventieve kant zijn echter nog altijd slagen te maken. Naast managementmaatregelen zijn er een aantal vaccins op de markt om biggen te beschermen.Dierenarts Arjan Schuttert van De Oosthof Dierenartsen pleit ook voor meer bewustwording van varkenshouders over het gebruik van tweedekeus-antibiotica om het gebruik van middelen als colistine verder te beperken: “Het stoplichtsysteem dat nu gebruikt wordt om het totale antibioticagebruik in beeld te brengen is een uitkomst. Varkenshouders staren zich niet meer blind op de dierdagdoseringen.

Maak zo’n indicator ook voor tweedekeus-middelen. Als je ziet in welke categorie je valt is daar veel beter op te sturen en maakt het een varkenshouder ook scherper om de preventieve kant aan te pakken.”Met juiste speenmaatregelen nog veel te winnenSpeendiarree hangt samen met de omstandigheden rond het spenen. Zijn die niet optimaal dan neemt de weerstand van biggen af en krijgt E. coli de kans om op te spelen. Gespeende biggen zijn gevoelig voor infecties omdat de moedermelk wegvalt en het spenen een stressvolle gebeurtenis is. Door goed op voeding en stalklimaat te sturen kan het risico op speendiarree verminderd worden.► Laat biggen voor het spenen al wennen aan het voer dat ze na het spenen krijgen.► Een vitale big heeft bij spenen een voeropname van 300 tot 500 gram per big.► Zorg dat meteen na het spenen voer beschikbaar is. Geef naast de bestaande voerbak ook meerdere keren per dag voer in een speenkom.► Schakel geleidelijk over naar nieuw voer. Doe dit nooit tegelijk met het spenen.► Zorg dat biggen voldoende kunnen drinken.► Zorg voor een goede waterkwaliteit.► Leg biggen op in een goed gereinigde en droge stal en zorg dat de afdeling na reiniging een paar dagen leeg heeft gestaan om te drogen.► Stel de temperatuur in de afdeling op minstens 30 graden in. Bij voorkeur 5 graden warmer dan in de kraamstal.► Verlaag de temperatuur pas in de tweede week naar 25 graden.► Controleer regelmatig de luchtstroom in de afdeling, te hoge luchtstroom veroorzaakt tocht.► Zorg dat koude lucht niet direct op de biggen terecht komt.► Gebruik aparte materialen per stal of per afdeling; zoals kleding, laarzen, schotjes en behandelmaterialen.► Overweeg bij herhalende speendiarree te vaccineren om biggen te beschermen.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.