Varkensbedrijf grijpt naast opkoopregeling: rechter geeft ministerie gelijk
Het varkensbedrijf Heijvar heeft definitief naast een subsidie van ruim € 3,3 miljoen gegrepen.

Foto: ANP/Peter Hilz
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde op 23 juni 2026 dat het ministerie de toegekende subsidie voor bedrijfsbeëindiging terecht heeft ingetrokken.
De zaak draait om de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV), een regeling waarmee veehouders worden uitgekocht om de stikstofuitstoot te verminderen. Heijvar had in 2024 een subsidie toegekend gekregen van maximaal€ 3,34 miljoen voor de beëindiging van de veehouderij in Berlicum. Om aanspraak te maken op dat bedrag moest het bedrijf binnen zes maanden die overeenkomst ondertekenen.
Twijfel tussen stoppen of doorgaan
Volgens Heijvar verkeerde het bedrijf in een uitzonderlijke situatie. Al jarenlang werkt het aan plannen om het bedrijf te moderniseren en uit te breiden. Deze uitbreidingsplannen maken deel uit van een bredere gebiedsontwikkeling rond Laar en Nieuw Laar in Berlicum (N.-Br.). Daarbij zouden meerdere veehouderijen verdwijnen, terwijl twee bedrijven, waaronder Heijvar, de mogelijkheid zouden krijgen om uit te breiden. Juist die onzekerheid was voor Heijvar de reden om uitstel te vragen voor de ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. Het bedrijf wilde eerst duidelijkheid over de vraag of voortzetting en modernisering alsnog mogelijk zouden zijn.
Rechter: regeling is geen stopoptie
De rechter ging daar niet in mee. Volgens het CBb is de beëindigingsregeling bedoeld om ondernemers binnen een vaste termijn een definitieve keuze te laten maken. De subsidie kan niet worden gebruikt om een stopoptie achter de hand te houden terwijl tegelijkertijd wordt gewacht op duidelijkheid over uitbreidingsmogelijkheden. Omdat Heijvar de verplichte overeenkomst niet tijdig ondertekende, mocht de minister de subsidieverlening intrekken. Het beroep van het bedrijf werd daarom ongegrond verklaard.








