‘Stroop en azijn bij luchtwassers’
Luchtwassers zijn in de pluimveehouderij veel minder wijdverbreid toegepast dan in de varkenshouderij.

Foto: Bert Jansen
Dat komt doordat er voor het verkrijgen van een milieuvergunning economisch veel aantrekkelijker alternatieven zijn en waren. Denk bijvoorbeeld aan mestbanddroging en warmtewisselaars. Daar snijdt het mes aan twee kanten: een lagere ammoniakemissie tegen relatief weinig kosten of zelfs kostenbesparingen.
Stank is geen item meer
Luchtwassers hebben naast een fors lagere ammoniakemissie dan de andere systemen ook nog eens andere pluspunten: een aanzienlijke lagere geurbelasting en duidelijk minder fijnstofuitstoot. Eigenlijk is de luchtwasser zelfs de redder van de varkenshouderij geweest. Twintig jaar geleden stonden varkens gelijk aan stank. In varkensdichte gebieden wilde je als recreant niet fietsen. Nu is stank geen item meer.
Minder ammoniak, stank en fijnstof zijn een kant van de medaille. Er staan namelijk fors hogere jaarkosten tegenover. Het zijn stroomvreters, een knelpunt bij de huidige netcongestie. Ze vragen ook extra arbeid en kennis van procestechniek. En niet te vergeten zijn er de extra risico’s door het werken met grote hoeveelheden zwavelzuur.
Iedereen voorziet opmars luchtwasser
Ondanks de minpunten voorziet iedereen een opmars van de luchtwasser. De aanjager is het wijzigende ammoniakbeleid. Dat gaat in de richting van doelsturing, en het heeft er alle schijn van dat er binnenkort een maximum wordt afgekondigd aan de emissie per dierplaats. Die komt dan op of onder het niveau van de Best Beschikbare Techniek, de luchtwasser. Die is goed is voor circa 90% ammoniakreductie. Dan resteren op termijn maar twee keuzes: of minder dieren houden in de huidige systemen of over op de luchtwasser.
Moet iedereen dan ‘morgen’ al over op de luchtwasser? Nou, zo’n vaart zal het niet lopen. Bij de verdere uitwerking van doelsturing wil het ministerie rekening houden met eerder behaalde resultaten. ‘Ondernemers die al stappen (in ammoniakreductie) hebben gezet moeten daarvoor worden beloond’, aldus de minister. Hoe die erkenning precies vorm krijgt, laat hij nog in het midden.
Moet iedereen dan ‘morgen’ al over op de luchtwasser?
Je vangt meer vliegen met stroop dan met azijn. Zo moeilijk is het echt niet om ondernemers massaal over te krijgen op de BBT. Als de bereikte emissiereductie door investeren in luchtwassers groter is dan de wettelijk vereiste, zou je dat kunnen belonen door – een deel van - de ruimte te mogen opvullen met meer dieren. Intern salderen heette dat voorheen. Plat gezegd: investeer anderhalve ton extra in luchtwassers en je mag een derde in dieren uitbreiden. De meeste pluimveehouders komen dan wel snel over de brug.








