‘Boerenkans’ overbodig

Boerenkans is een driejarig project om boeren te wijzen op kansen voor een tweede carrière. Buiten de landbouw. Het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie betaalt het.Een nobel streven. Boeren die het niet meer kunnen bolwerken, helpen bij het vinden van een nieuwe baan. En steunen bij het emotionele rouwproces dat gepaard gaat met het stoppen van het bedrijf. Doorverwijzen naar een netwerk van hulpverleners en adviseurs. Wie kan er wat op tegen hebben?
Niemand toch? Vroeger was er een saneringsfonds, waar stoppende boeren een beroep op konden doen. Nu is er een stel ambtenaren om de wijkende boeren de weg te wijzen naar een andere baan, zodat ze zich zonder financiële steun (saneringsfonds) kunnen redden.En toch zit het mij niet helemaal lekker. Er is weer een ambtelijke club mensen samengesteld die op kosten van de Landbouwbegroting wegwijzer is voor de boer, die afscheid moet nemen van zijn bedrijf. Zo financiert het Ministerie van EL&I de wijkers in de Landbouw ten koste van de blijvers. In mijn beleving is het beter te investeren in de blijvers.
Er zijn genoeg instanties die zich bekommeren over mensen die werk willen hebben. En wie wil werken, vindt ook vaak werk. Daar is geen extra instantie voor nodig. Zelfs geen instantie met de mooie naam Boerenkans. (Die trouwens nergens op slaat omdat de boeren, waar Boerenkans zich op richt, hun kans als boer al hebben gehad.)
Voor hen zijn er genoeg instanties. Van UWV-werkbedrijf tot Standsorganisatie. Of gewoon een uitzendbureau. Boerenkans is dus overbodig omdat het andere instanties overlapt.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









