Boer moet waterverdunning sleepvoet bewijzen

Foto: Duport
Met hitech-sensoren, gps en een apk op de bemester wil de overheid in 2021 boeren tot in detail controleren. Exacte eisen aan de dure techniek zijn onbekend, maar zal loonwerkers in de kaart spelen. Ondertussen moeten boeren nu al de waterverdunning bij sleepvoetbemesting bewijzen, ook al weet niemand hoe.De overheid heeft grootse plannen om het uitrijden van mest te gaan monitoren. Dat bleek al uit de Kamerbrief eind vorig jaar over de Versterkte Handhaving Mest. Het ministerie wil AGR-gps (Automatische Gegevens Registratie) en wellicht zelfs een NIR-sensor op elke giertank en sleepslangbemester. Niet per se bedoeld voor boeren om plaatsspecifiek te kunnen bemesten of om met het realtime mestmonster de juiste rijsnelheid en dosering te bepalen. Uitvoeringsorganisatie RVO.nl wil het koppelen aan haar systemen, zodat de overheid het bemesten op bedrijfsniveau kan checken.Lees ook: Digitale registratie bij mestuitrijden per 2021Sleepvoetbemester op klei en veenDe plannen kwamen eerder al aan bod in het rapport van CDM (Commissie van Deskundigen Meststoffenwet) van juli 2017. In 2021 moet het realiteit zijn. Met deze techniek is dan ook gelijk de sleepvoetmachine aan banden gelegd. Dit jaar al moet immers iedereen op klei en veen met een sleepvoetbemester de mest met 33% water te verdunnen, ofwel 2 delen mest, een deel water. De afleg mag dan boven de grond, tussen het gras in strookjes van 5 centimeter breed en met 15 centimeter afstand. Bovendien moet de grondeigenaar het verdund uitrijden met de sleepvoet een keer per jaar, vóór de eerste bemesting bij RVO.nl melden. Daarvoor zijn inlog en TAN-codes nodig. Wel toegestaan, niet klaarDe techniek om mest te verdunnen en dit te registreren is echter nog amper in productie. Dat was ook al het geval in de voorgaande jaren, toen het ministerie telkens een compleet verbod van de sleepvoet afkondigde. Er waren geen alternatieven voorhanden die de zode niet doorsnijden en daarmee de draagkracht ontnemen. Alleen de PulseTrack van Duport in Dedemsvaart is goedgekeurd door het ministerie en staat ook als alternatief op de site van RVO.nl. Deze is voorlopig echter nog in ontwikkeling en dus nog niet te koop. De PulseTrack deponeert de mest in kuiltjes en niet in een sleuf. Daarmee is het een zodebemester die geen scheuren maakt in de grond en de grasmat en wortels niet doorsnijdt. Duport wil het komende jaar verder testen met de PulseTrack om te kijken hoe duurzaam en slijtvast de machine is. Ook over de definitieve prijsstelling is nog geen duidelijkheid.Lees verder onder de foto.De PulseTrack deponeert de mest in kuiltjes en niet in een sleuf. - Foto: DuportZo werkt de PulseTrackDe PulseTrack is nog niet af, maar wel het enige goedgekeurde alternatief voor sleepvoeten zonder waterverdunning. De PulseTrack deponeert de mest in kuiltjes en niet in een sleuf. Sterwielen ponsen in ruitverband een gat van maximaal 7 centimeter diep en 57 millimeter breed in de bodem, 20 centimeter van elkaar. Van het sterwiel loopt een ketting naar een achterliggend pompwiel dat telkens een hoeveelheid mest in het gaatje legt. Dit pompwiel is gekalibreerd en wordt gevoed vanaf de verdeler op de bemester. Een gift van 35 kuub mest per hectare zou haalbaar zijn, zonder dat de mest boven de bodem komt. De PulsTrack weegt met 3.500 kilo, 620 kilo meer dan een standaard Duport-bemester van 8,7 meter breed. Vorig jaar werd een prijs genoemd van € 50.000 voor een 5,8 meter brede PulseTrack. Een standaard zodebemester van 5,8 meter kost zo’n € 33.000. Omdat de mest niet op, maar in de grond komt net als een zodebemester en positief uit de emissietesten komt, kreeg Duport een toelating. De wet hoeft hiervoor bovendien amper veranderd te worden.Inspecteur zal bij twijfel doorvragenControle onduidelijkVoor de komende twee jaar, tot 2021, laat de overheid het dus bij de plicht om bij sleepvoetbemesten te verdunnen met 33% water. Hoe dat wordt gecontroleerd en gehandhaafd, blijft echter volstrekt onduidelijk, zo blijkt na navraag bij de NVWA, LTO en andere betrokkenen in de sector. Wel is zeker dat de boer verantwoordelijk is en bij een controle het op de juiste wijze verdunnen van de mest moet kunnen aantonen. Paula de Jonge van de NVWA: “De vervoerder moet zorgen voor goede bewijslast dat er 33 % water is toegevoegd en de inspecteur zal bij twijfel doorvragen.” Discussie over aandeel waterWat die bewijslast concreet mag zijn, kan de Jonge niet toelichten. Foto’s van het bijpompen van water in tank of put? Spoelwater in put? Een slang die klaar ligt in de sloot om de tank bij te vullen? Een loonwerkersfactuur van het sleepslangen? “Dat is aan de inspecteur. Het moet een geloofwaardig verhaal zijn.” Bij sleepslangen zal dat makkelijker zijn, want daar wordt altijd water bij de mest gebracht om het te kunnen verpompen. Alleen het aandeel water kan ter discussie staan. Bij het uitrijden met de tank is het praktisch veel lastiger om water bij te voegen. Het vermoeden onder diverse betrokkenen, variërend van onderzoekers, belangenbehartigers, adviseurs tot loonwerkers en fabrikanten, is dat de controle en handhaving nog op een laag pitje zal staan. Een overtreding is zeker achteraf lastig te staven voor de controleur. Er is immers geen wettelijke waarde over hoe dun de mest moet zijn.Wachten tot de eerste boer naar de rechter moetWachten op duidelijkheidFrank Verhoeven van adviesbureau Boerenverstand, die eerder met de GreenDuo experimenteerde (water over mest via ketsplaten) heeft een MestBox ontwikkeld die de borging van verdunde mest voor de overheid mogelijk maakt. Hij kan die MestBox ook leveren. Met dit apparaat is het mogelijk om binnen de nieuwe regelgeving met water verdunde drijfmest uit te blijven rijden met een sleepvoetbemester. Maar het loopt niet storm.“Ik merk dat iedereen het een beetje zat is en denkt; krijg maar wat, ik zie wel hoe het loopt en investeer nog niks in meet- en borgingsapparatuur. Op het moment is er dan ook totaal geen vraag naar, omdat de wet zo onduidelijk is wat de vereisten in 2021 zijn. Ook de plicht om dit jaar water bij te voegen is volstrekt onduidelijk. Het is gewoon wachten tot de eerste boer moet voorkomen en de rechter gaat bepalen wat verdunde mest is.” DataDaarbij laat de overheid ook in het midden of het alleen gaat om overtredingen op heterdaad of dat je tot een lange tijd terug elke tank of kuub mest moet kunnen verantwoorden. Verhoeven: “In overleggen stelt de NVWA dat ze van de gewenste NIR, gps, flow- en EC-sensoren alle data tot ver achter de komma willen hebben. Ze hebben echter geen idee hoeveel data daar vanaf komt en hebben ook geen controleapparaat daarvoor. Het spoor van deze verdere aanscherping loopt gewoon dood. De relatie met de echte doelen; schoon water, schoner milieu, meer diversiteit en klimaat zijn compleet zoek.” € 10.000 per systeemDe sector is uiteraard ook huiverig voor de kosten die een dergelijk systeem met zich meebrengt. Ja, water toevoegen levert zeker in droge jaren ook gewasopbrengst en dus geld op, maar een compleet systeem met 2 flowmeters, een EC-meter, gps en logger kost al snel richting € 10.000. Dan is opbouw en een NIR-sensor nog niet meegerekend. Daarmee kan het oplopen tot zeker € 15.000. Het CDM adviseert bovendien een APK voor de bemesters en neemt daarbij een voorbeeld aan de veldspuiten en hun SKL-keuring. Het CDM gaat uit van 1.000 mesttanken en 300 sleepslangsystemen in Nederland. Met aanvullende kosten voor het opzetten van het gehele systeem komt het prijskaartje voor de sector volgens het CDM totaal op bijna € 13 miljoen.De prijzen kunnen nog variëren; “Het ligt ook aan de nauwkeurigheid die ze gaan eisen”, vertelt Bart Lempsink van leverancier DynaLynx in Enschede. “Hi-end flowmeters met een nauwkeurigheid tot 5 % kosten € 2.000 tot € 2.500”. “Een flowmeter tot 10% nauwkeurigheid kost € 600 tot € 700.” Bekende merken flowmeters zijn die van Krohne en Sim Holland. Een EC-meter is minder bijzonder en kost € 400 tot € 800.‘Bovengronds verdund uitrijden van mest nu de enige oplossing’Vanaf 16 februari mag er weer drijfmest worden uitgereden op gras- en bouwland. De regels voor het uitrijden op gras op klei- en veengrond zijn echter gewijzigd.
Vanaf dit jaar moet de mest niet langer op de grond, maar in de grond worden uitgereden. Dit is ook wel bekend als het sleepvoetverbod. Voor het uitrijden op klei en veen is er 1 uitzondering gemaakt. Boeren en loonwerkers mogen een waterverdunnend bemestingssysteem gebruiken. De waterverdunde mest moet bestaan uit in elk geval 1 deel water en 2 delen drijfmest. Bij controle moet deze verdeling kunnen worden aangetoond, aldus RVO.nl. De mest mag ook in kuiltjes in grasland worden uitgereden met PulseTrack-systeem, maar dat is nog niet beschikbaar.
Uitrijden in de grond kan ook, maar dat stuit in de praktijk op problemen op veengrond (draagkracht bodem) en klei (te hard bij droogte).
Waterpompen
Loonwerkers gaan het druk krijgen met het bovengronds uitrijden van verdunde mest, verwacht Toon van der Stok van de brancheorganisatie voor loonwerkers Cumela. “De PulseTrack-bemester is nog niet klaar en dus is het bovengronds verdund uitrijden momenteel de enige oplossing. Bovendien is de capaciteit beperkt omdat er weinig nieuwe machines zijn gekocht en het personeel is schaars.”
Dat er weinig bemesters zijn verkocht wordt beaamd door Arie Anker van Sim Holland. Daarentegen is er wel geïnvesteerd in waterpompen, meldt hij.
Volgens Koos van der Vaart, loonwerker in Wilnis in de provincie Utrecht, lijken de voorspelde problemen rondom sleepslangen verdwenen. “Er zijn geen referenties over hoe dik de mest moet zijn. Dus de mest die je uitrijdt kan nog steeds dik zijn.”
Ook loonwerker Siemen Huisman uit het Noord-Hollandse Venhuizen verwacht geen problemen. “Ik verwacht ze eerder voor de zomer als de grond zo hard is.”
De vraag hoe ze het toevoegen van water gaan controleren, speelt echter wel. Huisman vraagt zich af hoe loonwerkers dat goed kunnen aantonen. Volgens Johan Mostert van Cumela is dit voor iedereen een groot vraagteken. “Regels moeten controleerbaar en uitvoerbaar zijn. Hoe dit uitvoerbaar moet zijn is mij een raadsel.”Lees verder onder de foto.Sleepvoetbemester in combinatie met sleepslang mag wel als de mest met water verdund wordt (1 deel water en 2 delen mest). Bij controle moet deze verdeling kunnen worden aangetoond, maar hoe is volstrekt onduidelijjk. - Foto: Hans BanusIedereen wacht afDynalynx ontwikkelde de Mestbox met adviesbureau Boerenverstand. Het is software die de sensoren uitleest en vertaalt naar data in de cloud. Ook kan de Mestbox een NIR-sensor en RTK gps aansturen. Volgende fase wordt het systeem isobus-compatibel te maken en samenwerking te zoeken met grote partijen om het systeem te integreren in de bediening. De software zou dan bijvoorbeeld ook kunnen draaien op schermen van precisielandbouwspecialisten als Trimble of trekkerbouwers als Agco, CNH of Deere. Bart Lempsink: “Dat zou het mooiste zijn. Dan kunnen we de infrastructuur van besturingen en cloudsoftware die er al ligt, benutten en hoeven wij alleen de sensoren te bouwen.” Het huidige Mestbox-systeem zal rond € 5.500 kosten en opbouwen is een dag werk (€ 500). Afhankelijk van de precieze eisen is dit een van de kanshebbers die kan gaan voldoen. Lempsink: “Er wordt nog niet naar gevraagd want iedereen wacht af. Toch experimenteren wij wel verder. Zo zijn we een tank aan het bouwen met 2 ingangen voor water en mest waarop dan 2 flow- en een EC-meter worden gezet. We gaan hem in juni presenteren. Ook hebben we al een sleepslangbemester met onze eigen NutriSpecs NIR-sensor uitgevoerd. Hij meet NPK en droge stof en we hebben we er een eigen ijklijn voor. Daarbij hij is met € 12.750 behoorlijk prijsgunstig.”Onderzoek naar goedkoper alternatiefOndertussen zoekt Gerard Migchels, onderzoeker bij WUR met de projectgroep Proeftuin Veenweide of er een alternatief is voor het dure systeem van LNV/NVWA (2 flow-, een EC-meter en datalogging van € 10.000). Idee is om met een EC-meter op de mesttank bij de verdeelmolen te monitoren of verdunde mest onder een bepaalde EC-waarde blijft en zo toch aan de eisen voldoet. Zo kan een veehouder zelf bepalen wanneer en hoe er water wordt toegevoegd. Al is het via het sproeien van de roosters door een mestrobot. Zo is ook nog emissiewinst in de stal te halen. Voordeel is bovendien dat het systeem met zo’n € 2.500 goedkoop is. Wachten op de wetgeverHamvraag voor de onderzoeker is of één specifieke EC-waarde wel genoeg is bij een grote variatie aan mest. Migchels: “Een eerste onderzoek is om überhaupt de variatie in EC-waarde van mest te bepalen. Daarvoor worden 30 onverdunde mestmonsters onderzocht. Een EC-sensor meet de zoutwaarde. Hoe minder zout, hoe lager de geleidbaarheid en conductiviteit en hoe lager de EC-waarde en dus hoe meer water er aanwezig is.” Tot nu toe is er, zoals bij de meeste projecten, nog niets gebouwd, laat staan te koop. Wachtend op de wetgever voor wat meer duidelijkheid.Medeauteur: Marleen Purmer
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









