‘Bio’ heeft overheid hard nodig

Foto: Peter Roek
Europa heeft torenhoge ambities op het gebied van biolandbouw. Nederland zit daar heel ver van af. Er zijn wel kansen voor omschakelaars, maar een kwart bio gaat met huidig beleid niet lukken, nog los van de discussie hoe wenselijk dat is.De biologische paragraaf van het Boer-Tot-Bord-plan van de Europese Commissie kent een stevige ambitie: 25% van het Europese areaal moet in 2030 bio zijn. Vooral in Nederland is werk aan de winkel. In 2018 was 3,2% van het areaal biologisch, met een vergelijkbaar aandeel in het supermarktschap (bronnen: Eurostat/IRI). Het steekt schril af bij landen als Denemarken of Duitsland waar marktaandelen dubbel zo hoog liggen.“We moeten van ver komen”, erkent Bionext-directeur Michaël Wilde, “maar 25% aandeel is zeker onze ambitie. Dat lukt echter niet met het huidige overheidsbeleid. Veranderingen zijn nodig.” Om die reden lanceerde Bionext vorige week een tienpuntenplan dat Wilde in september gaat bespreken met minister Schouten.De belangrijkste punten: afschaffing van btw op bioproducten;overheidscampagnes;biocampagnes in supermarkten;een aparte afzetmarkt voor omschakelaars;true price accounting (eerlijk rekenen);een overheid die volledig overgaat op biovoedsel en daarmee een voorbeeld stelt.Afschaffing btw op biologische producten“68% van de consumenten laat biologische producten liggen vanwege de hoge prijs”, verklaart Wilde de wens om de btw af te schaffen. “Daarnaast moet de waarde van biolandbouw beter uitgelegd worden. Dat vraagt om sterk overheidsbeleid en een goede communicatie. Vooral ook bij het supermarktschap. Dit zijn precies de pijlers onder het Oostenrijkse biosucces.” Lees verder onder het kader. Oostenrijk is biologisch gidsland in EuropaOostenrijk is biologisch koploper in de EU. Het land telde in 2018 23.000 bioboeren; 20% van het totaal.
Het biologische aandeel in het totale landbouwareaal is met 24% nog groter: 640.000 hectare. In beide gevallen is dit het tienvoudige van Nederland. Hierbij past een nuancering. In de cijfers zijn alpenweides meegenomen en bedrijven zijn gemiddeld kleiner dan hier. Qua biologische omzetcijfers zijn de verschillen ook kleiner. De Nederlandse retail noteerde in 2018 een bio-omzet van € 850 miljoen, terwijl die in Oostenrijk € 1,3 miljard bedroeg (let wel: Oostenrijk heeft 8,5 miljoen inwoners).
Verschillen per sector zijn er ook. De melkgeitensector springt eruit; de helft van alle geiten wordt biologisch gehouden. Voor melkkoeien is dit 22%, voor varkens 2,7%. Varkens lijken achter te blijven, maar in de EU heeft alleen Denemarken een hoger percentage biovarkens.
Biologisch begon begin jaren negentig in Oostenrijk aan een opmars. De doorbraak begon op grasland. Vanwege de toch al extensieve bedrijfsvoering ging dit het makkelijkst. In 1995 waren al 5.000 boeren omgeschakeld. Vanaf 2000 volgde akkerbouw. Tussen 2000 en 2005 verdubbelde het areaal biobouwland tot 140.000 hectare.
Subsidies
Pijlers onder het succes waren overheidssubsidies in 1991 en 1995 en grote ketens die bioproducten in 1994 omarmden en serieus begonnen te vermarkten. Inmiddels koopt bijna elke Oostenrijker af en toe biologische producten, 15% doet dit zelfs dagelijks. Gezondheid is voor de Oostenrijker de belangrijkste reden om bio te kiezen. Geen middelen- of kunstmestgebruik volgt pas daarna. Regioproductie en klimaat wegen minder zwaar voor de consument.
Ook nu blijft de Oostenrijkse overheid sterk inzetten op biologisch. Het land wil Europees koploper blijven. Er zijn speciale actieprogramma’s met doelstellingen over het bio-areaal en een grotere rol van bio op landbouwscholen. Ook zijn er fondsen en is er een biobonus voor diervriendelijke stallen (bron: Oostenrijks ministerie van duurzaamheid en toerisme).Vooral kansen voor telersDe vraag is: hoe kan de Nederlandse boer mee in de Europese bio-ambitie? Daarvoor zijn immers veel extra omschakelaars nodig. Puur cijfermatig hebben boeren in Flevoland de meeste kansen. In die provincie was volgens Skal in 2018 13% van het landbouwareaal biologisch. Infrastructuur en handel zijn in Flevoland al sterk op bio ingericht. In mindere mate is dat in Noord-Holland en Utrecht (6% areaalaandeel) het geval. In het Zuiden van het land is de biostructuur matig.Biologische eieren, koeien- en geitenmelkQua bioproducten springen eieren en koeien-/geitenmelk eruit. Met omzetaandelen in het supermarktschap van respectievelijk 16% en 10%. Toch is het perspectief voor omschakelaars niet eenvoudig. De afzet van bio-eieren in Duitsland verliep in 2019 stroef door de groei van Duitse legpluimveebedrijven. De biozuivelsector heeft dan weer veel last van concurrerende keurmerken als PlanetProof en Weidemelk. “De afzet is de laatste 2 jaar moeilijker geworden”, zegt Arthur Kalter van Vecozuivel. “De wirwar aan keurmerken maakt het lastig voor de consument. Overal zit wel een ngo achter. Die stevige concurrentie plaagt het biokeurmerk meer dan prijs.”Voor varkenshouders is het misschien wel het lastigst om om te schakelen. Afnemer De Groene Weg werkt met een wachtlijst om het aanbod zorgvuldig op de vraag af stemmen. Dat zorgt jaarlijks voor groei, al gaat dit gestaag. Tussen 2015 en 2020 steeg het aantal leveranciers van 80 tot 100. Per jaar is gemiddeld ruimte voor vier boeren. Ook lastig: bioconsumenten gaan minder vlees eten. Lees verder onder de foto. De afzet van biologisch varkensvlees zet gestaag door. Juist in deze sector is het erg belangrijk om aanbod en vraag zeer zorgvuldig op elkaar af te stemmen. Doordat omschakelen 3 jaar duurt is dit niet altijd eenvoudig. - Foto: Bert JansenAkkerbouw en fruitteeltIn de akkerbouw en fruitteelt lijken voor omschakelaars de meeste kansen te liggen. Deze biosector groeit het hardst, kent in Flevoland een stevige basis en heeft een goed imago. Wilde: “Gezond en lokaal zijn belangrijke biothema’s en daar lijkt de consument fruit en akkerbouw het meest mee te associëren.”Biohandelaren merken dit ook en zien meer maatschappelijke weerstand tegen gewasbeschermingsmiddelen en daarmee de gangbare teelt. Die weerstand is groter dan bij kunstmest of antibiotica in de veehouderij. Die tendens werkt ook in het voordeel van de teler.Consument moet bio belevenNiet alleen afvinkenMaar welke handvatten heeft de omschakelende boer als hij de stap naar bio maakt? Ervaringsdeskundige en teler Mosselman (zie het interview onderaan dit artikel) kiest ervoor om binnen biologisch extra onderscheidend te zijn. IJsbrand Snoei van Biohuis stimuleert dat ook. “We moeten van een (af-)vink- naar een ‘vonk-cultuur’. Omschakelaars en biologische boeren hebben meer kansen als ze voor een plus gaan. Bijvoorbeeld via het Eko-keurmerk. Agrarisch natuurbeheer is ook een voorbeeld. Zo maak je je aantrekkelijk voor de consument. Want daar moet je als boer opnieuw verbinding mee zoeken. De consument moet bio beleven.”Michaël Wilde merkt op dat de coronacrisis daar al enigszins aan bijgedragen heeft. “Die crisis leidde tot kortere ketens en supermarkten deden vaker aan storytelling in het biologische schap. Dat heeft de sector dit jaar zeker een boost gegeven en misschien zet het de consument ook aan het denken.” Andere landen investeren forsBionext stelt dat een stimulans van de Nederlandse overheid hard nodig is om aan de Europese bio-ambitie te voldoen. De reden: een moeilijkere afzet. Enerzijds zijn er de nieuwe Boer-Tot-Bord-criteria voor de gangbare sector: 50% minder middelen, 50% minder antibiotica, 20% minder kunstmest. Die criteria duwen gangbare boeren sneller richting omschakeling met extra bio-aanbod tot gevolg. Anderzijds wordt de export van biologische producten niet makkelijker. Nu gaat nog bijna 75% hiervan naar het buitenland, maar juist in omringende landen wordt fors in de biosector geïnvesteerd. Het Nederlandse bio-ei merkte hier vorig jaar de gevolgen al van. Dat zal ook tot meer aanbod in Nederland leiden. Wilde: “Landen als Duitsland, Frankrijk of Denemarken hebben al een streefgetal voor bio en handelen hiernaar. Dat is in Nederland ook nodig.” Lees verder onder de grafiek. Nederland kan vooralsnog niet tippen aan het EU-percentage biologisch areaal van het totale landbouwareaal. Vergelijkbare landen als Denemarken, België en Duitsland hebben meer biolandbouw.Nederland blijft achterHet aandeel van het biologische areaal in het totale EU-landbouwareaal was in 2018 7,5%. Nederland bleef daar met 3,2% fors bij achter. Binnen de EU scoren alleen Ierland, Bulgarije, Roemenië en Malta lager. Oostenrijk, Estland en Zweden blijven met percentages van boven de 20% ver buiten bereik. Dat geldt echter ook voor landen die zich beter met Nederland laten vergelijken. In Denemarken bijvoorbeeld is het aandeel biologisch areaal ruim drie keer zo groot: 9,8%. Ook Duitsland (7,3%), Frankrijk (7%) en België (6,6%) doen het wat dit betreft ‘beter’ dan Nederland.
Daarnaast is het Nederlandse bio-areaal tussen 2012 en 2018 veel minder fors toegenomen dan in de hiervoor genoemde landen. Nederland noteerde in deze periode een bio-areaaltoename van 20%, terwijl dit in Denemarken en Duitsland respectievelijk 32% en 27% was. In België was de stijging nog veel forser (50%) en Frankrijk wist zelfs een verdubbeling van het biologische areaal te bewerkstelligen. Dit blijkt uit cijfers van Eurostat.Cornelis Mosselman (38) heeft in Ooltgensplaat (Z-H.) een bio- akkerbouwbedrijf met 53 hectare (15 hectare strokenteelt). - Foto: Peter Roek‘Bio alleen niet onderscheidend genoeg’Cornelis Mosselman gooide begin 2018 het roer rigoureus om. Hij verkocht 22 hectare land, machines en suikerrechten en schakelde om naar biologisch.
Met idealistische en economische motieven. “Thuis gebruiken we geen geraffineerde bietensuiker om te bakken, terwijl ik elk jaar 200.000 kilo suiker leverde. Dat voelde niet goed. Ook zag ik de bodem achteruit gaan. Tegelijkertijd werden marges steeds kleiner – met slecht renderende bieten viel er weer een poot onder mijn bedrijf weg – en voelt gangbaar voor mij als een doodlopende weg.”
Bedrijfsvoering
Mosselman is sinds dit voorjaar biologisch en is eigenlijk ‘bioplus’. Zijn bedrijfsvoering rust op vier pijlers: geen chemie, vaste rijpaden, niet-kerende grondbewerking én strokenteelt. “Omschakelen is een flinke hobbel en als je zo fors investeert, moet je het goed doen. Ik vind biologisch alleen niet onderscheidend genoeg. Bio is ‘breed’ en kan zelfs een monoteelt zijn. Dat vind ik onvoldoende. Ik wil dat afnemers juist mij kiezen. Met de combinatie van mijn vier pijlers maak ik een extra (duurdere) verdiepingsslag.”
Bodemgezondheid
In zijn eerste biologische jaar merkt Mosselman dat de onkruiddruk meevalt en dat de bodem sterk herstelt. “Deze grond is zware zavel met weinig organische stof en kalk. Na een nat voorjaar is het land nu mooi groen, goed bewerkbaar en van prima structuur. Als ik in 2017 hetzelfde voorjaar had gehad, was het een kluitenbak geweest.”
Mosselman betaalde tijdens de omschakeling niet eens veel leergeld. Wel kostte het extreem veel tijd en energie. Al krijgt hij er veel voor terug. “Mijn land is mijn visitekaartje. Dat werkt als een magneet. Iedereen vindt het interessant en wil meedenken. Dat zorgt voor kruisbestuiving.”
Spijt
De teler heeft nu hulp van een zzp’er voor de afzet van zijn aardappelen, zaaiuien, peen, pastinaak, pompoen, witte kool en witlof. Met succes. “Er is heel veel interesse met een flinke lijst aan afnemers. Voor kool en witlof had ik me voor de zekerheid al vastgelegd en daar heb ik nu spijt van.”
Mosselman probeert verder lokaal en kort te leveren via zes afnemers en zet de meeste producten bij grote biopartijen af. Zijn kostprijs ligt door zijn teeltkeuzes hoger dan ‘regulier’ biologisch, maar Mosselman heeft goede hoop dat hij die extra kosten straks ook helemaal uit de markt haalt. “Ik proef perspectief bij de afnemers.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









