Antibiotica: blijft werk aan de winkel

Foto: Hans Prinsen

Foto: Hans Prinsen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Het gebruik van antibiotica in de pluimveehouderij is de afgelopen jaren fors verminderd. Vooral bij vleeskuikens liep het antibioticagebruik sterk terug. De sector gaat aan de slag met enkele aandachtspunten, onder meer het gebruik van derde keus middelen bij kalkoenen en colistine bij leghennen.In de periode 2009-2019 is het antibioticagebruik in de Nederlandse veehouderij fors verminderd met bijna 70%. De pluimveehouderij blijft niet achter bij deze trend en heeft ook flink het antibioticagebruik gereduceerd. Koploper is de vleeskuikensector. Het gebruik van antibiotica bij vleeskuikens is in 10 jaar afgenomen met maar liefst 73%.Brancheorganisatie Avined concludeert dat de antibiotica-aanpak in de pluimveehouderij sectorbreed bekeken goede resultaten laat zien. “In het algemeen doet de sector het op dit vlak heel goed”, stelt Erik de Jonge, beleidsmedewerker bij Avined. “Neem bijvoorbeeld de enorme teruggang van het antibioticagebruik bij vleeskuikens. Die is indrukwekkend. In de legsector is er weliswaar sprake van een lichte stijging van het antibioticagebruik, maar het gebruik bij leghennen ligt structureel op een erg laag niveau.”Streef naar een zo laag mogelijk antibioticagebruikVerdere stappenAvined is bezig met een evaluatie van het Plan Antibiotica Pluimveesector 2016-2020 dat de afgelopen 4 jaar de leidraad vormde voor de aanpak van antibiotica in de pluimveehouderij. De Jonge: “We zijn bezig om op een rij te zetten waar we nu staan als sector en of er de komende jaren verdere stappen nodig zijn.”Volgens Avined is de noodzaak om antibiotica in de veehouderij terughoudend te gebruiken, niet verminderd. “Weliswaar was er de afgelopen jaren sprake van veranderende inzichten over de invloed van antibiotica in de veehouderij op de ontwikkeling van resistentie tegen antibiotica in de humane gezondheidszorg. De invloed van de veehouderij blijkt daarbij minder groot dan eerder gedacht. Echter, er zijn ook nog steeds andere redenen om voorzichtig te zijn met antibiotica. Denk aan het gevaar op resistentieontwikkeling bij de dieren bij veelvuldig antibioticagebruik. En in zulke situaties groeit ook het risico op overdracht van antibioticaresistente ziektekiemen naar de pluimveehouder. Kortom, het devies blijft: streef naar een zo laag mogelijk antibioticagebruik.” Lees verder onder de foto. Legpluimveehouders gebruiken weinig antibiotica, maar als ze een keer een middel inzetten is het vaak tweede keus middel colistine; wat ook van groot belang is voor de humane gezondheid. - Foto: Bert JansenVleeskuikensOndanks de forse antibioticareductie in de afgelopen jaren, verwacht De Jonge dat er in de vleeskuikensector de komende jaren nog mogelijkheden zijn om het sectorgemiddelde verder te drukken. “Kansen daarvoor liggen met name op bedrijven die nu nog in het rode vlak zitten met hun antibioticagebruik en in de samenwerking met andere ketenpartijen”, zegt De Jonge.AandachtspuntenOndanks de forse reductie over de hele linie zijn er binnen de pluimveesector ook een paar aandachtspunten als het over antibiotica gaat. Dat betreft met name het gebruik van derde keus middelen bij kalkoenen, en het gebruik van colistine bij leghennen.Bij de vleeskalkoenen is het gebruik van derde keus middelen te groot. Dat bedroeg in 2019 1,72 dierdagdoseringen (DDDAS). Het totale antibioticagebruik bij kalkoenen is sinds 2011 fors gedaald, maar neemt al 3 jaar niet meer af.Dat komt niet doordat de kalkoensector de antibioticaproblematiek niet serieus neemt. Al in 2016 maakte de kalkoensector een eigen plan van aanpak om te werken aan een verdere reductie en het terugdringen van het aandeel derde keusmiddelen. Lees verder onder het kader. “Ook bij kalkoenen grote stappen gezet”Dat er in de kalkoenhouderij, voor wat antibiotica betreft, nog een uitdaging ligt, is voor dierenarts Marc Heijmans een uitgemaakte zaak.
Maar hij wil benadrukken dat ook bij de kalkoenen de afgelopen 10 jaar grote stappen voorwaarts zijn gezet. “Op bijna alle kalkoenenbedrijven is het antibioticagebruik fors verminderd. Dit was mogelijk door op allerlei vlakken te werken aan verbetering. Dit leidde onder meer tot een betere kuikenkwaliteit, beter voer en beter management op de bedrijven. En door die combinatie lukt het kalkoenenhouders om hun dieren op te laten groeien met veel minder antibiotica. Rondes draaien zonder inzet van antibiotica is ook bij de kalkoenen geen uitzondering meer”, stelt Heijmans.

Opfokfase is knelpunt
Het knelpunt bij kalkoenen ligt in de opfokfase. “Soms is bij jonge dieren sprake van een uitbraak van E. coli die acute en massale uitval veroorzaakt. Inzet van antibiotica is dan nodig. Een lastig punt is dat eerste keus middel Trimethoprim Sulfa bij kalkoenen niet te gebruiken is. De dieren vinden dat niet lekker en als je het toevoegt aan het drinkwater drinken ze niet. Ook voor andere eerste keus middelen geldt dat ze slecht opgenomen worden, of onvoldoende werkzaam zijn bij jonge dieren. Dit noodzaakt ons tot het gebruik van het derde keus middel Enrox.”

Kwaliteit kuiken
Heijmans stelt dat dierenartsen in het verleden makkelijker grepen naar Enrox (enrofloxacine). Dat is niet meer zo. Alleen in incidentele gevallen wordt nog Enrox gebruikt. “De uitdaging is nu om te komen tot minder incidenten. Samen met de kalkoenhouders en andere adviseurs zoeken we naar de beste aanpak. We zetten onder meer in op verder verbeteren van de kuikenkwaliteit, het bedrijfsmanagement en het optimaliseren van het entschema. Als alles klopt, is het mogelijk om kalkoenen zonder antibiotica groot te laten worden.”Begeleidingstraject kalkoenhoudersDe resultaten in de kalkoensector zijn tot nog toe echter onvoldoende. In overleg met Wageningen UR en landbouworganisatie ZLTO heeft Avined een begeleidingstraject voor kalkoenhouders ontwikkeld. Komende herfst gaat het van start. Ondernemers in de kalkoensector kunnen gratis deelnemen door zich aan te melden bij Avined. Ze krijgen dan een coach toegewezen die een tot anderhalf jaar lang begeleiding levert. De coach zal zich met name richten op het verbeteren van de communicatie tussen kalkoenhouder, dierenarts en voeradviseur.ColistineLegpluimveehouders gebruiken weinig antibiotica, maar als ze een keer een middel inzetten is het vaak tweede keus middel colistine. Dit doen ze om een E. coli-infectie te behandelen.En juist colistine ligt de laatste jaren onder het vergrootglas bij beleidsmakers. Dat komt omdat colistine ook in de humane gezondheidszorg wordt gebruikt. En wel als laatste redmiddel als andere antibiotica niet meer aanslaan. De Jonge: “Het voorkomen van colistine-resistentie is dan ook van groot belang. Daarom overleggen we over mogelijkheden om het gebruik van colistine in de legpluimveehouderij te verminderen.”Over de uitkomsten van dit overleg kan De Jonge nog niets melden. Legpluimveehouders kunnen weliswaar andere, eerste keus middelen, antibiotica inzetten tegen E. coli. Maar het nadeel daarvan is dat deze middelen niet altijd goed werken en dat de pluimveehouders dan te maken krijgen met een wachttermijn, waardoor ze tijdelijk geen eieren kunnen verkopen.Uitfaseren coccidiostatica nog niet aan de ordeHet gebruik van zogenoemde coccidiostatica komt in de pluimveehouderij regelmatig voor. Ze vormen een belangrijk hulpmiddel bij de bestrijding en preventie van coccidiosis.
De Europese Unie (EU) classificeert coccidiostatica als veevoeradditief. Of deze classificatie juist is, is regelmatig onderwerp van discussie. Critici vinden dat je coccidiostatica zou moeten behandelen als diergeneesmiddelen, en dat ze thuishoren in de categorie antibiotica omdat ze een antimicrobiële werking hebben. In sommige landen, bijvoorbeeld de Verenigde Staten, worden coccidiostatica als antibiotica gezien. Afgelopen voorjaar verdedigde LNV-minister Schouten in de Tweede Kamer het gebruik van coccidiostatica in de pluimveehouderij na kritiek van televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde. In de uitzending kwam onder meer organisatie Save our Antibiotics aan het woord die vindt dat je coccidiostatica moet benaderen als antibiotica en daarom zeer terughoudend moet gebruiken.

Veevoeradditief
Minister Schouten legt in een Kamerbrief uit dat de EU coccidiostatica beschouwt als veevoeradditief, en dat gebruik van coccidiostatica niet leidt tot antibioticaresistentie in de gezondheidszorg voor mens of dier, volgens de huidige wetenschappelijke inzichten. De EU heeft coccidiostatica gereguleerd onder verordening No 1831/2003. De EU werkt al enige jaren aan een herziening van deze verordening. De verwachting is dat dit niet zal leiden tot het op korte termijn uitfaseren van coccidiostatica.
Afgelopen juli nog verlengde de Europese Commissie de vergunning voor het gebruik van monensin en nicarbasine als additief in voer voor kalkoenen, vleeskuikens en opfokleghennen met 10 jaar.
Daarnaast is sprake van een zoektocht naar alternatieven voor het gebruik van coccidiostatica. De Nederlandse overheid dringt daar al jaren op aan bij de EU. “Op dit moment zijn er echter nog geen werkbare alternatieven”, schrijft minister Schouten aan de Tweede Kamer.

Structurele inzet van coccidiostatica beëindigen
Er zijn wel vaccins tegen coccidiose, maar bij vleeskuikens zijn die niet goed bruikbaar, omdat de levensduur van deze dieren te kort is om na vaccinatie voldoende weerstand op te kunnen bouwen. Minister Schouten hoopt dat aanpassing van de voer- en managementstrategie bij vleeskuikens en kalkoenen kan helpen om de structurele inzet van coccidiostatica te beëindigen. Voerleverancier ForFarmers doet hier samen met Wageningen UR onderzoek naar.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Pluimveenieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.