‘Akkerbouwers en melkveehouders: werk samen!’

Foto: Michel Velderman
Akkerbouwers en melkveehouders hebben veel te winnen bij een intensievere samenwerking. Ook wet- en regelgeving zouden verbanden tussen sectoren meer moeten stimuleren.Ooit waren alle boerenbedrijven gemengde bedrijven. Na de oorlog zijn ze zich gaan specialiseren en ging elke sector zich zelfstandig ontwikkelen, elk met zijn eigen agenda en lobby. Eén ding hebben zij nog steeds gemeenschappelijk: mest. De veehouderij produceert te veel fosfaat, de akkerbouw heeft een tekort aan fosfaat. Een akkerbouwer wil organische stof en schone grond, de veehouder wil mestplaatsingsruimte om zich te kunnen blijven ontwikkelen. Een goede basis voor samenwerking, zou je denken.In mijn optiek is er dan ook geen mestprobleem, maar een kunstmest- en verdelingsprobleem. Ik wil hier direct een statement maken: er is een groot tekort aan kwalitatief hoogwaardige mest! Want wie zit er op rottende drijfmest te wachten als je behoefte hebt aan bodemvruchtbaarheid?Hier zijn zes punten om mee aan de slag te gaan:1.Werk aan onderling vertrouwen!Incidenteel wordt intensief tussen bedrijven samengewerkt, vaak is dat meer op basis van vriendschap of idealisme. Bij de meeste boeren is het onderling vertrouwen gering. Gevolg: de wet- en regelgeving bepaalt hoe we handelen. We kopen liever krachtvoer en kunstmest en zetten mest anoniem af via loonwerkers. Onderling vertrouwen is vervangen door dure kwaliteitssystemen en borging.2.Maak betere mest die aansluit bij de behoeftesHet stimuleren van (pot)stallen en investeringen gericht op mest, maken compostkwaliteit. Maar denk ook aan mestscheiding of het opwaarderen van mest met biomassa. En stop met het afwaarderen van de mestkwaliteit via mestvergisting.3.Reken bedrijven gezamenlijk af op milieuverliezenWanneer een groep van bedrijven administratief voor de wet als één bedrijf, één mestnummer, worden gezien, kan de akkerbouwer binnen zijn rotatieschema bijvoorbeeld voederbieten of gras(klaver) telen voor melkveehouders en daarvoor rundveemest ontvangen. De melkveehouder kan derogatie behouden en eenvoudiger voldoen aan de 80% grasland-eis, ook zonder dat daar (dure) eenjarige pachtcontracten mee gemoeid zijn.4.Maak een gezamenlijke organischestofbalansDe KringloopWijzer kan worden uitgebreid naar de akkerbouwer, of beter: naar samenwerkingsverbanden. Zo komt er meer inzicht en kan worden bepaald waar meer onttrekking uit de bodem komt en waar dus meer organische mest kan worden geplaatst.5.Werk aan eenvoudige grondgebruikersverklaringenEr moeten eenvoudige grondgebruikersverklaringen mee kunnen tellen, bijvoorbeeld voor mesttransporten binnen een straal van 15 of 25 kilometer. Noem dit kringloopcontracte,n zodat de samenleving blijft begrijpen wat het uiteindelijke doel is.6.Veehouders, denk niet alleen in mais en mestVeehouders denken helaas alleen in mais, maar dat gewas biedt weinig toegevoegde waarde voor de akkerbouwer. Het is misschien makkelijk te verbouwen, maar zeker niet het optimale product voor een rantsoen van een melkkoe (te veel zetmeel).Op korte termijn is het misschien niet altijd goedkoper om samen te werken, maar op lange termijn liggen er kansen. Een mooie opgave voor minister Carola Schouten om Kringlooplandbouw 2.0 vorm en inhoud te geven. U kunt zelf natuurlijk meteen aan de slag en beginnen met gemixte studiegroepen. Zo ontstaat er persoonlijk contact, want daar draait het misschien toch allemaal wel om.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









