Agrico: binnen vijf jaar chitwoodi-resistent ras

Foto: Ruud Ploeg
Aardappelveredelingsbedrijf Agrico is sinds 1990 bezig met resistentie tegen Meloïdogyne-aaltjes en verwacht binnen vijf jaar het eerste chitwoodi-resistente aardappelras op de markt te brengen.Directeur Sjefke Allefs van Agrico Research trekt een schuifdeur open van een van de kassen op het veredelingscomplex in Bant (Fl.). De kas staat vol aardappelplanten. Om de bessen hangen netten om te voor komen dat de bessen, met daarin het aardappelzaad, van de plant vallen. Gekleurde labels geven aan of de plant een vader of een moeder is. De kassen vormen het hart van wat Agrico Research doet: aardappel planten kruisen zodat nieuwe rassen ontstaan die beter zijn dan de bestaande. Tekst gaat verder onder de foto. Directeur Sjefke Allefs in één van de kassen van Agrico Research. “Een nieuw aardappelras moet voor alle schakels in de keten een voordeel opleveren ten opzichte van bestaande rassen. Anders is de marktintroductie kansloos.” - Foto: Ruud PloegAardappelveredeling heeft veel weg van een sprong in het diepe. De kwekers moeten lang vooruitkijken naar de afzetmarkt, omdat het ontwikkelen van een nieuw aardappelras meer dan tien jaar kan kosten. Ook moeten nieuwe rassen aan veel eisen voldoen, zegt Allefs. “Agrico veredelt aardappelen voor alle marktsegmenten. Een nieuw ras moet aantrekkelijk zijn voor de pootgoedteler, de consumptieteler, de verwerker of verpakker, en uiteindelijk natuurlijk voor de retail en de consument. Een nieuw aardappelras moet voor al die schakels een voordeel opleveren ten opzichte van bestaande rassen, anders is de marktintroductie kansloos. De kunst is om al die verschillende eigenschappen te combineren in één ras. Dat maakt de veredeling zo uitdagend.”AgricoAreaal: 14.016 hectare pootaardappelen in 2018
Omzet: 421.900 ton pootaardappelen in 2018-2019
Coöperatie: 1.369 leden met 777 bedrijvenFontane succesvol fritesaardappelrasToch kan een aardappelras ook succesvol worden door factoren die buiten de veredeling liggen, zegt algemeen directeur Jan van Hoogen van Agrico. “Kijk naar ons fritesras Fontane. Dat ras groeit heel goed op zandgrond. Toen de aardappelteelt voor de verwerking uitbreidde naar de lichtere gronden, profiteerde Fontane daar enorm van. Fontane is het grootste fritesras in Nederland geworden. In België beslaat het inmiddels meer dan de helft van het areaal fritesaardappelen.”Volgens Van Hoogen duurt het nog acht jaar voor Fontane een vrij ras wordt, waarna de inkomsten uit licenties voor dit ras wegvallen. “De opvolger staat al klaar. Dat is Palace dat dit jaar op de rassenlijst is gekomen. Het ras lijkt op Fontane en geeft 10% hogere hectareopbrengsten.”Dat laatste is belangrijk voor telers, zegt Allefs. “Voor telers is een 10% hogere opbrengst per hectare financieel meer waard dan de kostenbesparing bij een ras dat volledig resistent is tegen phytophthora.”Bestrijding Meloïdogyne-aaltjes verplicht in EUEen groeiend probleem voor de pootaardappelteelt is de verspreiding van de Meloïdogyne-aaltjes M. chitwoodi en M. fallax. Agrico is al sinds 1990 bezig met het inkruisen van een resistentie tegen de Meloïdogyne-aaltjes, zegt Allefs. “Die aaltjes waren nooit een groot probleem, daarom hebben wij er geen gas op gegeven. Nu doen we dat wel. Ik verwacht dat we binnen vijf jaar het eerste chitwoodi-resistente aardappelras op de markt kunnen brengen.”De Meloïdogyne-aaltjes zijn quarantaine-organismen in de EU. Daardoor is bestrijding verplicht. Deze status is zo gebleven in de nieuwe Plantgezondheidsverordening, die vanaf 14 december 2019 van kracht is. Allefs vindt dat deze aaltjes geen q-organismen hadden moeten blijven. “Bij de herziening van de Plantgezondheidsverordening heeft de Europese Commissie de lidstaten verplicht om onderzoek te doen naar de aanwezigheid van Meloïdogyne-aaltjes. Dan wordt duidelijk dat niet alleen Nederland een probleem heeft met deze aaltjes.”Resistenties inkruisenOok het inkruisen van resistenties tegen het Y-virus wordt steeds belangrijker in de aardappelveredeling. Vroeger hadden pootgoedtelers veel gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar om de luizendruk laag te houden, zodat het overbrengen van virusziekten werd voorkomen. Allefs: “In zo’n situatie is het inkruisen van een ongevoeligheid voor het Y-virus commercieel niet interessant. De laatste jaren zijn steeds meer insecticiden weg gevallen en de alternatieven werken minder goed tegen luizen. Dat verhoogt de luizendruk en dus de kans op virusoverdracht. Daarom hanteert Agrico Research sinds een paar jaar de ongevoeligheid voor het Y-virus als een selectiecriterium.”Een resistentie tegen phytophthora wil een veredelaar echter zo groot mogelijk maken, zegt Van Hoogen. “Dat bespaart de aardappeltelers veel kosten voor de bestrijding.” Tekst gaat verder onder de foto. Stuifmeel van een aardappelplant wordt op de duim geschud en daarna voorzichtig overgebracht op de stamper van een andere plant. Zo kunnen nieuwe kruisingen worden gemaakt. - Foto: Ruud PloegSterke pathogenenResistenties tegen sommige ziekten zijn moeilijk te realiseren. Allefs noemt rhizoctonia, zilverschurft en erwinia. “Dat zijn sterke pathogenen waardoor resistenties lastig zijn te realiseren. Telers moeten maatregelen nemen tegen deze ziekten. Via de veredeling is daar weinig resultaat in te behalen.”Resistenties inkruisen tegen bruinrot en ringrot is commercieel niet interessant. Want dit zijn quarantaine-ziekten die niet in de EU mogen voorkomen. Dat is anders in andere landen, zegt Allefs. “Ons nieuwe ras Palace is behoorlijk resistent tegen bruinrot. Dat is een voordeel in afzetmarkten als Filippijnen, Kenia, Vietnam en Sri Lanka. Daar komt die ziekte voor en daar hebben telers wel behoefte aan zo’n resistentie.”Veel nieuwe rassen verdwijnen geruisloos in de vergetelheid. We willen de waarde van een ras beter kunnen voorspellenJan van Hoogen, algemeen directeur van AgricoOnderzoek naar resistentie tegen aardappelmoeheidAgrico doet veel onderzoek naar resistentie tegen aardappelmoeheid (AM). Door uitselecteren zijn nieuwe varianten van AM-aaltjes ontstaan die bestaande resistenties hebben doorbroken. AM krijgt veel aandacht in het kweekwerk van Agrico. Allefs schat dat het nog tien jaar gaat duren voor een ras is gekweekt dat resistent is tegen de nieuwe AM-aaltjes.Het ontstaan van nieuwe AM-aaltjes roept de vraag op of Nederland niet te intensief aardappelen teelt. Van Hoogen stelt dat extensiever aardappelen telen niet nodig is. “Door veredeling is AM goed beheersbaar geworden. Dat gaat ook lukken met de nieuwe AM-varianten. Onze grootste uitdaging is om de wensen van onze afnemers op de lange termijn in te schatten. Veel nieuwe rassen verdwijnen geruisloos in de vergetelheid, terwijl er veel geld in is gestoken. We willen de waarde van een ras beter kunnen voorspellen.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









