Afzetprijzen agrarische producten 10% lager dan vorig jaar, blijkt uit CBS-index
De gemiddelde prijzen die boeren en tuinders in het eerste kwartaal van 2026 voor hun producten kregen, waren 10,2% lager dan in dezelfde periode van vorig jaar. Dat blijkt uit de landbouwprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De daling komt vooral door de impact van de aardappelafzet.

Met name de prijzen voor aardappelen waren dit jaar zeer slecht. Afbeelding ter illustratie. Foto: Herbert Wiggerman
Volgens CBS-cijfers leverden aardappelen dit jaar in het eerste kwartaal 39,8% minder op dan in dezelfde periode vorig jaar. Voor consumptieaardappelen was de daling met 62,4% nog groter; pootaardappelen leverden gemiddeld 26,7% minder op. Door het grote aardappeloverschot dit jaar konden telers in sommige gevallen helemaal geen afnemer vinden voor hun product. De gemiddelde afzetprijzen voor granen en fruit waren in het eerste kwartaal ruim 16% lager dan vorig jaar. Appels leverden zo’n 30% minder op dan in 2025. Voor voedergewassen werd gemiddeld de helft van de prijs van vorig jaar betaald. Voor voedermais was de prijs zelfs 53,8% lager dan vorig jaar.
Rundvee duurder, varkens goedkoper
Ook in de veehouderij kampten agrariërs met lagere afzetprijzen. Dieren leverden gemiddeld 11,4% minder op. De variatie is echter groot: terwijl voor varkens gemiddeld 18,2% minder werd betaald, waren de prijzen voor rundvee zo’n 20% hoger dan in 2025. De dierlijke producten leverden gemiddeld 21,1% minder op. De gemiddelde melkprijs was 28,6% lager, waarbij de prijs voor koemelk nog wat lager was, terwijl voor geitenmelk juist iets meer werd betaald. De eierprijs was gemiddeld 18,6% hoger dan vorig jaar.
Voor verse groenten werd in het eerste kwartaal gemiddeld 5,4% meer betaald dan in 2025. Tomaten en komkommers leverden 16% meer op. Ook voor handelsgewassen, zoals zaden die nog verwerkt moeten worden, vlas, cichorei en suikerbieten werd in het eerste kwartaal van 2026 11,8% meer betaald.
Kosten ook iets lager, meststoffen duurder
De inputkosten, voor grondstoffen, energie en materialen, waren gemiddeld 3,5% lager dan in dezelfde periode vorig jaar. Meststoffen waren juist duurder dan vorig jaar. De verschillen per kostenpost waren groot. De kosten voor energie en smeermiddelen waren 14,2% lager dan in dezelfde periode vorig jaar en ook veevoer was goedkoper. Tegelijkertijd waren de prijzen voor meststoffen met 7,7% aanzienlijk duurder dan in 2025. Dat geldt ook voor de kosten voor onderhoud van materieel: dat was 5% duurder. De dierenartskosten waren met 2,8% ook iets duurder dan vorig jaar.
De landbouwprijsindex wordt sinds 2025 opgesteld door het CBS om de prijsontwikkeling van landbouwproducten en productiemiddelen in kaart te brengen en te volgen hoe die de inkomsten van boeren en tuinders beïnvloeden.








