Rundveehouderij

Achtergrond

Bodem en bemesting in orde voor maximaal droge stof

Johan Dekker werkt aan hoge drogestofopbrengsten van zijn grasland. Hij investeert in de bodem en bemesting. Dat werpt vruchten af.

Het is eind april en Johan Dekker is volop in het gras bezig. In het weidse gebied met strakke lijnen van oostelijk Flevoland valt de trekker met maaier soms helemaal weg in de omgeving. De teelt van gras is belangrijk op het bedrijf. “We kunnen hier beter zelf gras telen en mais aankopen.” Dat de veehouder de teelt goed in de vingers heeft, blijkt wel uit de productie. In een goed jaar tikt die 17 ton droge stof per hectare aan en in het extreme jaar 2018 weet hij nog bijna 14 ton binnen te halen.

Johan Dekker streeft naar zo’n 17 ton droge stof per hectare met 180 gram ruw eiwit. Daarvoor moet alles kloppen. - Foto’s: Ton Kastermans
Johan Dekker streeft naar zo’n 17 ton droge stof per hectare met 180 gram ruw eiwit. Daarvoor moet alles kloppen. - Foto’s: Ton Kastermans

Een hoge drogestofproductie is het resultaat van alle processen zo goed mogelijk doen; van het inzaaien van een nieuwe grasmat tot het inkuilen. 2 aspecten krijgen extra aandacht: de bodem en de bemesting. Dat heeft ook te maken met het feit dat Dekker een van de eerste deelnemers was aan Koeien & Kansen en altijd bezig is met het verbeteren van de efficiëntie van de productie.

‘Te goed voor gras’

De jonge zeeklei is van nature zeer productief en Dekker behandelt de grond met zorg. Lachend: “Eigenlijk is de grond te goed voor gras.” Dat blijkt ook wel uit een proef op het bedrijf. Voor Koeien & Kansen liggen zogenoemde nulvensters op zijn perceel van 10x10 meter. Daar wordt bekeken wat de potentie van de grond is. Op dat deel is al 5 jaar geen kilo mest gebruikt en toch wist hij vorig jaar 8 ton droge stof te oogsten met ongeveer 100 gram ruw eiwit per kilo.

Om structuurbederf te voorkomen, wil hij geen zware machines op de grond. Daarom werkt hij met een sleepslang voor bemesten en moet de loonwerker secuur zijn op de juiste bandendruk. Steeds meer aandacht heeft de veehouder voor organische stof in de bodem. Hij gebruikt dankzij BES meer drijfmest en overweegt maaisel uit de bermen en sloten te benutten. Op een deel van de gronden is het percentage organische stof inmiddels gestegen tot boven 6. “Dat is voor deze grond prima.”

Dekker mag dankzij het zogenoemde BES-proefproject meer stikstof uit drijfmest gebruiken. Hij ziet daarvan goede resultaten.
Dekker mag dankzij het zogenoemde BES-proefproject meer stikstof uit drijfmest gebruiken. Hij ziet daarvan goede resultaten.

Dekker ruilt jaarlijks 5 tot 6 hectare grond met een tulpenkweker, waardoor de grasmat maximaal 7 jaar oud wordt. Dat is een voordeel, maar heeft ook een beperking. “De teelt van tulpen is niet vriendelijk voor de grond. Het kost organische stof en de machines zijn niet goed voor de structuur.” Het voordeel is dat de tulpen vroeg van het land zijn, zodat hij nog met gemak 2 snedes gras kan maaien. Hij bekijkt nog of en hoe hij daar in de toekomst mee verder gaat.

Johan Dekker (55) in Zeewolde (Fl.)


  • Johan en Carla Dekker melken zo’n 200 koeien. Ze hebben een sterke focus op bemesting en mineralenmanagement. Ze zijn al deelnemer aan Koeien en Kansen.

    Johan en Carla Dekker melken zo’n 200 koeien. Ze hebben een sterke focus op bemesting en mineralenmanagement. Ze zijn al deelnemer aan Koeien en Kansen.

  • 04

    04

  • Het rantsoen bestaat uit kuilgras, mais, erwtenvezel, tarwegistconcentraat, maatmeel en krachtvoer in de melkstal.

    Het rantsoen bestaat uit kuilgras, mais, erwtenvezel, tarwegistconcentraat, maatmeel en krachtvoer in de melkstal.

Bedrijfsgegevens

200 melkkoeien

90 stuks jongvee

48 hectare grond

8.800 kilo melk per koe

4,50% vet

3,56% eiwit

1,6 miljoen kilo melk per jaar

9 windmolens met buren

Meer stikstof uit mest

Optimale bemesting is al jaren een speerpunt op dit bedrijf. Dankzij Koeien & Kansen heeft hij ook meer inzicht op dat gebied dan de gemiddelde veehouder. Dekker vindt het belangrijk om mineralen uit de drijfmest beter te benutten. Een van de maatregelen is maximaal water aan de mest toevoegen, dat is nu 30 tot 40%. “Het liefste zou ik nog meer doen. Vanaf de derde snede mag er zelfs meer dan 60% water bij.” Water zorgt voor een betere verspreiding en minder verlies van stikstof in de vorm van ammoniak. Zo blijft dus meer beschikbaar voor het gras. De pomp en beschikbaarheid van water zijn echter de beperkende factoren. Het water is trouwens allemaal in de stal opgevangen spoelwater.

Op een aantal gemarkeerde veldjes in het perceel is al 5 jaar geen bemesting gegeven. Dat geeft de potentie van de grond aan.
Op een aantal gemarkeerde veldjes in het perceel is al 5 jaar geen bemesting gegeven. Dat geeft de potentie van de grond aan.

Binnen de huidige derogatie krijgt het gewas bij de N/P-verhouding van drijfmest bij de grote onttrekking te weinig fosfaat voor een optimale groei. Omdat dat ten koste gaat van de efficiëntie, mag Dekker meer dierlijke mest gebruiken via het zogenoemde BES-proefproject; de bedrijfseigen stikstofnorm dierlijke mest. Hij doet dit nu voor het vijfde jaar. In totaal kan hij dit jaar 350 kilo stikstof uit drijfmest gebruiken. Dat betekent zo’n 80 tot 90 kuub drijfmest per hectare. De extra gegeven stikstof gaat wel ten koste van kunstmest. De veehouder geeft de extra drijfmest in de eerste 2 snedes.

Dekker ziet dat beter op de behoefte van het gewas bemesten, positief uitpakt op de productie. Dat komt vooralsnog met name terug in het ruweiwitgehalte van het gras; het liet vorig jaar een stijging zien van 144 gram per kilo droge stof naar 196 gram. “Dat is hoog, ik zou er liever meer massa voor krijgen.” Hij probeert dat dit jaar te bereiken door later te maaien. Ook wil hij het eiwit wat bestendiger krijgen. De veehouder bekijkt daarnaast de mogelijkheden om via het rantsoen van de koeien de N/P-verhouding in de mest te beïnvloeden.

Bodem en bemesting in orde voor maximaal droge stof

Vernieuwing grasmat

De verhoging van de eiwitopbrengst per hectare past vanzelfsprekend goed bij de toekomstige eis om meer eiwit van de grond te halen. Ook het inzaaien van klaver in het grasland draagt daaraan bij. Overigens is zijn ervaring met witte klaver beter dan met rode.

De komende jaren blijft Dekker werken aan de hoogste grasproductie. Naast de bemesting ziet hij nog mogelijkheden in de vruchtwisseling en het optimale moment van vernieuwing van de grasmat. Ook het feit dat hij sinds enkele jaren beweiding toepast, is daarbij een bepalende factor, zoals bij de keuze voor de beste rassen in combinatie met de juiste klaversoort.

Lees alles over het stikstofbeleid en het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in dit dossier.

Of registreer je om te kunnen reageren.