Pluimveehouderij

Nieuws

Laagpathogene H3N1 zorgt voor klinische verschijnselen

Dit blijkt uit onderzoek van Gezondheidsdienst voor Dieren.

Het laagpathogene H3N1-vogelgriepvirus dat België teistert geeft klinische verschijnselen, blijkt uit experimenteel onderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Ruth Bouwstra, sectormanager Pluimvee bij GD, geeft aan dat uit het nog lopende GD-onderzoek blijkt dat een infectie met alleen dit H3N1-virus zorgt voor ziekteverschijnselen bij legkippen, zonder andere infecties of ent-reacties.

Nog onduidelijkheden

Nog niet duidelijk is of het H3N1-virus alleen de oorzaak kan zijn van de hoogoplopende sterfte (tot 60%) die in België wordt gezien. België zoekt al vanaf het begin van de uitbrakengolf naar een co-factor in de vorm van bijvoorbeeld een andere infectie om de ziekteverschijnselen te verklaren, die opmerkelijk sterk zijn voor een virus met een dusdanige lage pathogeniteit. Uit het GD-onderzoek blijkt nu dat bij leggende dieren alleen het H3N1-virus wel de oorzaak kan zijn van symptomen als sloomheid en vervolgens ziekte en uitval. Desondanks blijft voor Bouwstra de vraag nog overeind of nog een factor gemist wordt, die wellicht de uitval tot 60% kan verklaren als ook waarom het virus zich in West-Vlaanderen zo snel heeft verspreid maar vervolgens tot zover in die regio is gebleven.

Aantal besmettingen in België lopen op

De verschijnselen die het H3N1-virus geeft zijn niet uniek voor een laagpathogeen virus, geeft Bouwstra aan. “Het is wel bijzonder. Normaal gesproken geeft een laagpathogeen virus niet zo’n heftige kliniek, zeker niet bij een H3-variant, maar het is niet uniek,” aldus Bouwstra. “We kennen het wel van laagpathogene H9N2 en H6N1, waar ook sterfte en forse productiedalingen werden waargenomen, hoewel iets minder sterfte dan we nu uit het veld horen.”

Het aantal besmettingen in België loopt nog altijd op, en zolang er geen structurele aanpak en monitoring is, is er nog steeds een groot risico op besmettingen in Nederland, zegt Bouwstra. Ze wijst op het belang van niet alleen het nemen van maatregelen op besmette bedrijven, maar ook screening. “Als een screening niet verplicht wordt, loop je het risico dat je achter de feiten aan blijft lopen. Zeker als er besmette bedrijven zouden zijn waar geen klinische verschijnselen voorkomen. Als er geruimd gaat worden moet dat wel in combinatie met een actieve screening.”

Lees verder onder de foto.

Ruth Bouwstra, sectormanager Pluimvee bij GD. - Foto: GD
Ruth Bouwstra, sectormanager Pluimvee bij GD. - Foto: GD

Nauwelijks verschijnselen bij jonge kippen

Dat is met name van belang omdat het een week kan duren voordat de eerste verschijnselen zichtbaar worden na infectie. Belgische dierenartsen gaven tijdens een GD-bijeenkomst deze week aan dat bij besmettingen in het veld wat verhoogde uitval, slome dieren, voeropnamedaling en – bij leggende dieren – eiproductiedaling de belangrijke eerste signalen zijn, vertelt Bouwstra. Daarna loopt de sterfte snel op. Vooralsnog lijken deze symptomen vooral het geval te zijn bij leggende dieren; zowel uit onderzoek als in de praktijk blijkt dat er bij jongere kippen nauwelijks verschijnselen te zien zijn.

Dieren laten onderzoeken

“Laat bij twijfel dieren altijd onderzoeken,” geeft Bouwstra aan. Dat kan zowel door dieren naar GD te sturen voor sectie, als wel via het systeem van uitsluitingsdiagnostiek via de eigen dierenarts. “Beter 10 keer te vaak, dan 1 keer te weinig,” benadrukt ze. “Hoe langer het duurt voordat een diagnose H3N1 vastgesteld wordt, hoe groter het risico is op spreiding.”

Of registreer je om te kunnen reageren.