Pluimveehouderij

Achtergrond

Van GNK terug naar reguliere kuikens

Pé en Willy Roozendaal hielden op hun thuislocatie bijna vier jaar lang Goed Nest Kippen. Sinds januari 2018 houden ze er weer reguliere kuikens. Ze vertellen open en eerlijk over hun beweegredenen. “We hebben een schuld bij de bank en kiezen voor het hoogste saldo per vierkante meter.”

De coronacrisis gaat ook op het vleeskuikenbedrijf van Pé en Willy Roozendaal niet onopgemerkt voorbij. De vleeskuikenhouders zetten deze ronde 10% minder kuikens op, zo vertelt Pé Roozendaal. “Natuurlijk gaat dit ten koste van ons saldo.”

Toch hoor je hem niet klagen. Hij telt z’n zegeningen. Zijn naasten zijn gezond en het bedrijf draait gewoon goed, zo zegt hij. “Ook in deze periode ben ik nog altijd blij met mijn reguliere kuikens. Ik heb goede afspraken gemaakt voor zeven koppels”, aldus Roozendaal, die niet verder uitweidt over de details.

Pé en Willy Roozendaal zijn kippenboeren in hart en nieren. - Foto's: Lex Salverda
Pé en Willy Roozendaal zijn kippenboeren in hart en nieren. - Foto's: Lex Salverda

Bedrijfsinfo

Pé (52) en Willy (51) Roozendaal houden in Heerhugowaard (N.-H.) nu 72.000 reguliere kuikens. Ze verhuren hun tweede locatie aan hun oomzegger én opvolger Boy Moras (32). Hij houdt 80.000 Goed Nest Kippen. Pé en Willy Roozendaal schakelden in 2014 op de thuislocatie over van regulier op GNK. In 2018 gingen ze van GNK terug naar regulier. Piet Roozendaal – de vader van Pé – begon ooit in 1965 met het houden van ‘kippies’ aan de Westerweg.

Van regulier over op GNK

Pé en Willy Roozendaal stappen in 2014 over op het houden van Goed Nest Kippen. Problemen met enterococcen liggen ten grondslag aan deze keuze. “Ik werd de reguliere kuikens een beetje zat en wilde weleens wat anders”, vertelt Roozendaal. Een bezoek aan een scharrelbedrijf (1 ster) maakt indruk op de nuchtere Noord-Hollander. “Ik was meteen hoteldebotel. ‘Dit moeten we doen’, zo zei ik tegen Willy.”

Het scharrelconcept zit op dat moment vol. Na de koop van een tweede locatie in 2012 en een stalbouw in 2014 zien Pé en Willy het bovendien niet zitten om te investeren in overdekte uitlopen. De introductie van de Kip van Morgen biedt uitkomst en de vleeskuikenhouders gaan Goed Nest Kippen houden. Het aantal kuikens wordt teruggeschroefd van 72.000 naar 49.000 (15,5 kuikens per vierkante meter), er komen baaltjes stro in de stal en tussentijds uitladen is vanaf dat moment verleden tijd. Ze verleasen de vrijgekomen pluimveerechten.

“Ik ben gek van m’n vak en word blij tussen de kippen.”
“Ik ben gek van m’n vak en word blij tussen de kippen.”

‘Feestje in de stal’

Het werken met langzaam groeiende vleeskuikens bevalt Pé en Willy opperbest. Ze beschouwen het werken tussen de Goed Nest Kippen als zeer plezierig. “Het was een feestje in de stal”, aldus Pé. Problemen met enterococcen zijn verleden tijd, evenals het gebruik van antibiotica. De uitval komt niet hoger uit dan een schamele 1,5 tot 2%. “Daarvoor zaten we op gemiddeld 3,5 tot 4% uitval”, vertelt Pé.

De vleeskuikenhouder verliest het economische rendement echter niet uit het oog. Het saldo per vierkante meter blijft voor hem het voornaamst. Hij vergelijkt zijn cijfers met een collega-vleeskuikenhouder in Noord-Holland. Na een paar goede jaren merkt Pé in de zomer van 2017 dat de saldo’s van regulier en GNK in zijn ogen te ver uit elkaar komen te liggen. “Ik had het naar m’n zin als kippenboer en vond het fijn werken in de stal, maar ons saldo bleef achter. Zolang ik een schuld heb bij de bank ben ik aan mezelf verplicht om voor het hoogste saldo te kiezen.”

Pé en Willy kijken de situatie een half jaar aan. Ze zien de saldoverschillen verder oplopen en besluiten weer reguliere kuikens te gaan houden. Pé: “In die periode merkten we ook dat het met GNK wat minder soepel ging. De stallen waren minder droog dan voorheen en de afkeur in de slachterij liep wat op.”

De kuikens op deze foto’s zijn 14 dagen oud. Pé en Willy Roozendaal zetten door de coronacrisis 10% minder kuikens op.
De kuikens op deze foto’s zijn 14 dagen oud. Pé en Willy Roozendaal zetten door de coronacrisis 10% minder kuikens op.

Afwegingen verschillen per bedrijf

Pé en Willy willen benadrukken dat ze niemand voor de schenen willen schoppen. Reguliere kuikens passen op dit moment het beste bij hen. Iedere pluimveehouder maakt zijn eigen afwegingen en kijkt daarbij naar zijn bedrijfsspecifieke situatie. Willy: “De productiewijze moet bij je passen. Alles heeft zo z’n voor- en z’n nadelen.” Pé vult aan: “Het is bovendien niet zomaar gezegd dat je met reguliere kuikens meer verdient dan met conceptkuikens. Zeker in deze corona-tijd denk ik dat je met conceptkuikens over het algemeen beter af bent.”

Bij de overstap op reguliere kuikens merken Pé en Willy dat ze hun voordeel kunnen doen bij het onderhandelen met ketenpartners. Voor Pé zit daar het belangrijkste verschil tussen reguliere kuikens en conceptkuikens. “Er zijn vast en zeker ondernemers die beter kunnen onderhandelen dan ik. Maar ik ben niet bang om te switchen en heb met verschillende partijen om tafel gezeten.” Na een jarenlange relatie kozen Pé en Willy onder meer voor een andere voerleverancier. Ook veranderden ze van slachterij.

Goed vergelijk

Pé en Willy hebben hun tweede locatie sinds begin dit jaar verhuurd aan hun oomzegger én opvolger Boy Moras (32). Hij houdt aan de Molenweg in Heerhugowaard 80.000 Goed Nest Kippen. Vanwege een langjarig contract konden Pé en Willy op die locatie eerder niet terug naar reguliere kuikens. Pé: “Dat gaf ons natuurlijk wel de gelegenheid om cijfers te vergelijken. We zagen al snel dat we er goed aan hadden gedaan om ‘thuis’ weer terug te gaan op regulier.” Pé en Willy willen niet in detail treden als het gaat om de saldoverschillen.

Pé en Willy zijn blij dat hun oomzegger Boy in tijden van corona voor een concept produceert. “Die markt is op dit moment een stuk stabieler”, aldus Pé.

Pé Roozendaal merkt in de zomer van 2017 dat de saldo’s van regulier en GNK in zijn ogen te ver uit elkaar komen te liggen. Hij kijkt de situatie een halfjaar aan en stapt dan over op reguliere kuikens.
Pé Roozendaal merkt in de zomer van 2017 dat de saldo’s van regulier en GNK in zijn ogen te ver uit elkaar komen te liggen. Hij kijkt de situatie een halfjaar aan en stapt dan over op reguliere kuikens.

Trage groeiers blijven trekker

Pé en Willy Roozendaal zijn kippenboeren in hart en nieren. Pé: “Ik ben gek van m’n vak en word blij tussen de kippen.” Hoewel problemen met enterococcen vorig jaar toch weer de kop opstaken, hebben Pé en Willy geen moment spijt gehad van hun keuze voor reguliere kuikens. “Ik sta iedere dag met plezier in de stal”, vertelt Pé. Toch blijven langzaam groeiende kuikens hem trekken. “Als het gaat om arbeidsgemak en -plezier dan zie ik toch het liefst langzame groeiers in mijn stallen. Dat is kippen mesten zoals je het wilt.”

Of registreer je om te kunnen reageren.