Home

Nieuws

Vrijspraak voor Mestverwerking Fryslân

De rechtbank in Zwolle vindt niet dat Mestverwerking Fryslân nalatig is geweest op gebied van veiligheid op de werkvloer.

Bij een ongeval in september 2016 kwam een werknemer om het leven. Het slachtoffer was een 39-jarige vader van 3 kinderen. Hij kwam onder een shovel dat in de bedrijfshal droge mest in een oplegger aan het laden was. Hij overleed ter plaatse. Het Openbaar Ministerie dreigde 2 weken terug op de zitting nog met stillegging van de mestverwerker.

Boete van € 75.000

De officier van justitie vroeg om een boete van € 75.000, waarvan € 30.000 voorwaardelijk. Onderdeel van die voorwaarden is dat binnen 3 maanden een schriftelijke risico-inventarisatie wordt ingeleverd door het bedrijf. Mogelijk moeten er maatregelen genomen worden om mensen te weren van de werkvloer. Ook moet het bedrijf meewerken aan controles van Inspectie SZW.

Er waren goede mondelinge afspraken

Veiligheidsvoorschriften op papier

Het ontbreken van veiligheidsvoorschriften op papier was een van de redenen om aan te nemen dat het bedrijf het niet zo nauw nam met gevaar voor haar werknemers. Maar er waren goede mondelinge afspraken. Getuigen meldden dat die regels strikt werden nageleefd, aldus het vonnis van de rechtbank in Zwolle maandag.

Oogcontact met chauffeur

Werknemers mochten de hal niet betreden als de shovel bezig was. Wilden ze toch de werkvloer op, dan moesten ze oogcontact maken met de chauffeur van de machine. Lukte dat niet, dan moesten ze hem oproepen op de portofoon. Het slachtoffer dat in september 2016 omkwam had volgens de chauffeur geen contact gelegd.

Het bedrijf is op alle onderdelen vrijgesproken

Werknemers voldoende ingelicht

Die mondelinge afspraken tonen volgens de rechtbank aan dat het bedrijf voldoende had nagedacht over risico’s voor de werknemers. Ook waren de medewerkers voldoende van te voren ingelicht over die risico‘s. Het idee dat de shovel onvoldoende was toegerust voor deze taak gaat niet op, vinden de rechters. Zo meende het OM dat de chauffeur met de laadbak voor zich onvoldoende zicht naar voren had. Met de chauffeur waren werkinstructies afgesproken. Niet bewezen is dat die instructies niet zijn nageleefd.

Het bedrijf is op alle onderdelen vrijgesproken. Wel heeft het Openbaar Ministerie nog de mogelijkheid in beroep te gaan.

Of registreer je om te kunnen reageren.