Commentaar

‘De ‘Nobelprijs voor de landbouw’ mooi voor hele sector’

Nederland mag trots zijn op de prestigieuze prijs die zaadveredelaar Simon Groot heeft gekregen.

De World Food Prize is eigenlijk de Nobelprijs voor de landbouw, en wordt uitgereikt door een Amerikaanse stichting in Des Moines, Iowa.

De toekenning aan de van oorsprong Andijkse groenteveredelaar is in de eerste plaats een erkenning voor het werk van Groot zelf, vooral in Zuidoost-Azië. Dankzij hem werd veredeling van gewassen meer gestuurd door de behoeftes en mogelijkheden van de telers in deze landen zelf. Dat heeft het lot van miljoenen boeren verbeterd.

Kleinschalige gewasveredeling

Zijn verdiensten liggen dus vooral ver van het Nederlandse boerenerf. Toch betekent deze onderscheiding wel degelijk iets voor het ‘thuisfront’. Groot komt rechtstreeks uit de bij uitstek Nederlandse traditie van kleinschalige gewasveredeling van onderop, vanuit de sector zelf.

Indirect krijgt die traditie met deze onderscheiding ook erkenning.

Mensen als Groot geven tegengas en benadrukken het belang van telers bij gewasveredeling

Bij veredeling en ontwikkeling van gewassen, in dit geval groenten, hoort de behoefte van de telers een belangrijke rol te spelen. De concentratie in de wereldwijde zaadbusiness, waarbij zaad en chemie ook nog eens innig verbonden zijn, staat daarmee soms op gespannen voet. Mensen als Groot geven tegengas en benadrukken het belang van de telers bij gewasveredeling. Ook daarin zit het belang van deze hoofdprijs.

Of registreer je om te kunnen reageren.