Boerenleven

Achtergrond

Droogte zit eikenprocessierups in de weg

De ene boer heeft alweer bultjes, de ander heeft nog geen nest gezien. Het beeld is wisselend. Hoe erg het wordt, is afwachten.

Vorig jaar werd hij gek van de jeuk, weet hij nog. Erik Winter is medewerker op een melkveebedrijf en net als bij zijn werkgever, zaten zijn armen en schenen op een bepaald moment onder de jeukende rode bultjes. “We hadden ingekuild en zaten met zijn allen onder de bomen in de schaduw wat te drinken. Toen zal het wel gebeurd zijn, in die bomen bleken eikenprocessierupsen te zitten. Nooit bij stilgestaan.” Dit jaar heeft hij in Brabant nog geen nesten gezien. Hij hoopt op een rustig seizoen want die jeuk, ‘dat was echt niet fijn’.

Her en der zijn nesten van de eikenprocessierups gezien maar het lijken er minder dan vorig jaar. - Foto: Margreet Welink
Her en der zijn nesten van de eikenprocessierups gezien maar het lijken er minder dan vorig jaar. - Foto: Margreet Welink

Flinke overlast

Vorig jaar explodeerde de overlast van de eikenprocessierups. Dat had allerlei oorzaken, van het slepen met aangetast plantmateriaal tot het wegnemen van beschutting voor natuurlijke vijanden door onder de bomen alles kaal te maaien. Een Hongaarse studie wees uit dat ook droogte gunstig was voor de rups, en droog was het toen al voor het tweede seizoen op rij. Daar komt nu het derde seizoen achteraan. Is dat een voorbode voor weer een zomer vol brandharen? Dat blijkt lastig te zeggen.

Rupsen

Op 6 april waarschuwde het Kennisplatform al dat de eitjes van de rupsen aan het uitkomen waren. Op 12 mei ging er een nieuwe waarschuwing de deur uit: de rupsen begonnen brandharen te krijgen. Serieuze overlast werd echter pas in juni verwacht. Dat is het nu, en het beeld is wisselend. Reden? De droogte. Die lijkt dus volgens onderzoek gunstig voor de rups, maar Bastiaan Meerburg, directeur van het Kennis en Adviescentrum Dierplagen (KAD) laat per mail weten dat er ook een andere kant aan zit: door de droogte hebben sommige eikenbomen minder forse bladkruinen dan andere. Daar past de ontwikkeling van de rupsen zich op aan. Meerburg: “Door het verschil in bladontwikkeling tussen de bomen, kan er een behoorlijke spreiding ontstaan in de ontwikkeling van de rupsen.”

Tips voor mensen

  • rupsen gezien? Ga ze niet zelf te lijf met een lasbrander of föhn, ze laten juist dan hun brandharen massaal los;
  • krab niet aan de rode bultjes, Verwijder de brandharen van de huid met een stukje plakband. Of rol er met een pluizenroller overheen;
  • smeer de bultjes vervolgens in met zalf op basis van menthol, eucalyptus of aloë vera. Dat stilt de jeuk een beetje;
  • jeukende ogen? Niet wrijven maar uitspoelen met lauw water;
  • draag kleding met lange mouwen, houd de trekkercabine dicht;
  • was kleding waar de haren in zitten op minimaal 60 graden;
  • laat de was niet buiten drogen als er bomen met rupsen in de buurt staan;
  • houd kinderen weg bij aangetaste bomen;
  • geen rupsen te zien? Pas op, ze kunnen onder de grond zitten, aan de voet van de boom.

Brandharen gevoeld

Dat verklaart waarom sommige boeren nog amper rupsennesten hebben gezien en andere alweer een heleboel. Rondom de percelen van melkveehouder Robert ter Steege in Enter, zitten ze in elk geval alweer. En de brandharen heeft hij ook alweer gevoeld. “Pas hebben we gras gemaaid, toen had ik weer een paar dagen last van jeukende bultjes. Maar niet zo heel erg. Sommige familieleden hadden vorig jaar weken achter elkaar last, ik ben zeker iets minder gevoelig.” De nesten pakt hij niet zelf aan, dat laat hij over aan de gemeente. “Die bestrijden nu met aaltjes.”

Pas hebben we gras gemaaid, toen had ik weer een paar dagen last van jeukende bultjes

Robert ter Steege, melkveehouder in Enter (Ov.)

Zijn gemeente is niet de enige. Na de enorme overlast van vorig jaar zijn de meeste gemeenten dit jaar extra alert. Op veel plaatsen is al in een vroeg stadium begonnen de nesten aan te pakken, ook buiten de bebouwde kom.

Betekent dat dat er probleemloos onder bomen gemaaid en geoogst kan worden? Vorig jaar was vanuit het Kennisplatform namelijk het advies om een strook van 20 meter onder aangetaste bomen niet te gebruiken. Niet om te weiden, niet om te maaien en niet om te oogsten.

De impact van dat advies was groot, als boeren zich eraan zouden houden, zouden vele hectares onbruikbaar zijn voor de landbouw. Een enkele boer kuilde of baalde het gras onder eikenbomen apart van de rest voor je-weet-maar-nooit, anderen, en dat zijn verreweg de meesten, negeerden het advies. Rups of geen rups, onder de bomen werd gewoon gemaaid en geoogst, met de cabine dicht en lange mouwen aan zodat armen en benen vrij bleven van brandharen.

Brandhaar kan tot acht jaar actief blijven

Het advies voor de 20-meterstrook was ingegeven door de verhoogde kans dat in deze strook de meeste brandharen neer zouden dwarrelen. Ze zouden mee ondergeploegd worden, of terechtkomen in kuilgras of hooi. Zo zouden ze in de winter alsnog weer voor hinder kunnen zorgen want de brandharen kunnen wel acht jaar actief blijven, zelfs ondergronds, na het ploegen.

Het wintervoer van vorig jaar is goeddeels opgevoerd, maar van hinder lijkt geen sprake. Niet bij boeren en niet bij hun vee. Ook niet bij Ter Steege die vorig jaar gewoon onder de bomen maaide en het gras inkuilde. “Anders moet je zoveel gras laten staan, dat doe je gewoon niet.” Zijn koeien hadden na het aanbreken van de kuil nergens last van. “Nee, niks gemerkt.”

Dierenartsen: geen signalen brandharen in kuilvoer

Ook dierenartsen verspreid over het land hebben geen signalen dat er iets loos zou zijn als gevolg van brandharen in kuilvoer. Meerburg van het KAD geeft aan dat de conserverende processen mogelijk toch een rol gespeeld hebben. Hier is echter geen nader onderzoek naar gedaan.

Na de overlast van vorig jaar kreeg de Leidraad Beheersing Eikenprocessierups een update. Het advies om een brede strook rondom aangetaste bomen te mijden, is echter gebleven ook nu het erop lijkt dat de brandharen in kuilgras hun irriterende werking verliezen.

Meerburg noemt dat het voor hooi mogelijk toch anders ligt, daar kunnen brandharen wel actief blijven. “Vorig jaar was er sprake van enorme overlast en veel nesten in de bomen. Als dat soort overlast dit jaar weer zou optreden, raden we opnieuw een minimale afstand van 20 meter vanaf de stam van de boom aan. Hierbinnen zou je het gras niet als hooi moeten gebruiken.”

Tips voor vee

  • zorg dat vee niet kan grazen of rusten onder of vlakbij aangetaste bomen;
  • hooi geen gras binnen een straal die overeenkomt met de hoogte van de aangetaste boom;
  • staan koeien veel te tongspelen en te kwijlen? Als ze geen koorts hebben, komt de irritatie mogelijk door brandharen. Doe eerst zelf handschoenen aan en spoel dan met de tuinslang de bek grondig schoon;
  • is de koe er echt goed beroerd van? Bel de dierenarts voor medicatie.


Maar ook nu is die 20 meter vooral een indicatie. “Beschouw in alle gevallen minimaal de hoogte van de boom als straal van het besmette gebied. Bij een flinke storm kan deze afstand zelfs veel groter worden, daarbij speelt ook de windrichting een rol.”

Of boeren dit jaar wel echt zo’n strook zullen hanteren, is maar de vraag. Door de droogte is elke spriet gras en elke aardappel, biet en ui, welkom. En de jeuk? “Als we nesten gaan zien, trek ik wel iets met lange mouwen aan”, zegt Winter erover. Maar die nesten lijken dus minder aanwezig dan vorig jaar. Meerburg heeft de indruk dat gemeenten en terreinbeheerders zich meer hebben voorbereid. Hij hoopt dat dit eraan bijdraagt om de overlast beperkt te houden. “Dat gaat de komende tijd uitwijzen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.