Akkerbouw

Achtergrond 1 reactie

5 kansen voor stabiele saldo’s in Veenkoloniale akkerbouw

Zeker gezien de krappe marges in de Veenkoloniale akkerbouw maakt het flink uit of je 7 of 16 ton zetmeel produceert op een hectare. Tijd voor actie om de saldo’s te stabiliseren. Mogelijkheden hiervoor zijn er zeker:

1. Gebruik innovaties
2. Koester Avebe
3. Ga anders om met perceel met lage opbrengst
4. Zoek een 4e gewas
5. Investeer in de bodem

Gemiddeld € 28 per hectare

Akkerbouwers in de Veenkoloniën hebben met krappe marges te doen. Dat blijkt uit een presentatie van accountantsbureau Accon AVM, eerder dit jaar in de regio.

De benodigde financiële opbrengst om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen in deze regio is in 2016 – meest recente data – gemiddeld € 2.742 per hectare. De gerealiseerde opbrengst is € 2.770. Die marge van € 28 per hectare is krap, maar rond te rekenen. Wellicht kan het beter, vooral voor telers die onder dat gemiddelde uitkomen.

Uit studiegroepen blijkt dat er een opbrengstvariatie is van 7 tot 16 ton zetmeel per hectare fabrieksaardappelen. Dat leidt tot een saldoverschil van wel € 4.000 per hectare. Waarin zit dat verschil en hoe dicht je dat gat? Je hebt er niet volledig invloed op, want de ene grondsoort presteert nou eenmaal beter dan de andere, maar het is zeker iets om aan te werken.

1. Gebruik innovaties

Gebruik bestaande en vaak al beschikbare innovaties om de akkerbouw verder te perfectioneren. Veenkoloniale akkerbouw 2.0, zeg maar.

Foto: Theo Galama
Foto: Theo Galama
Alles weten over precisielandbouw? Kijk dan eens op futurefarming.com

Goede jaren

De akkerbouwstreek heeft relatief goede jaren achter de rug, vertellen accountmanager Bert Knollema van Accon AVM en Gerard Hoekzema. Hoekzema is bedrijfsleider van PPO-proefboerderij ’t Kompas Valthermond, waar we om de tafel zitten om de jaren geleden geplande innovaties in de Veenkoloniën te bespreken. “Omdat het al jaren best goed gaat, hebben telers hun ogen open voor innovaties en wordt van alles aangeschaft”, merkt Hoekzema. “Maar echt toepassen doen ze het nog niet.”

Innovatie Veenkoloniën is de projectgroep die het innovatieprogramma vanuit de Agenda voor de Veenkoloniën uitvoert. Aanleiding hiervoor was de afbouw van Europese hectaresteun voor de zetmeelaardappelteelt. De streek financieel onafhankelijk maken was het doel.

Lees ook: Precisielandbouw steeds praktischer voor de boer

2. Koester Avebe

De coöperatie vindt steeds weer manieren om meerwaarde uit de fabrieksaardappel te halen. Het bedrijf heeft een neus voor vraag en springt daarop in met passend aanbod. Een constante aanvoer van zetmeelaardappelen is hiervoor noodzakelijk. Een goede prijs uiteraard ook.

Foto: Avebe
Foto: Avebe

Nou blijkt zetmeelcoöperatie Avebe heel goed in staat om de prijs te laten oplopen. Nog sneller dan het afbouwen van de hectaresteun, waar in 2019 een streep onder wordt gezet. Dat is maar goed ook, blijkt uit Hoekzema’s reactie: “Niet iedereen had in de gaten wat het missen van hectaresteun voor gevolgen kon hebben.”

Knollema voegt toe: “We hebben daar destijds een stagiair onderzoek naar laten doen, maar de helft van de ondervraagde telers wist niet wat ze boven het hoofd hing.”

Op ijzer schrijf je af. Investeer vaker in de bodem; dat is duurzaam

Veenkoloniale akkerbouwers hebben flink geïnvesteerd in nieuwe machines en gebouwen. Dat is logisch, want die gebruik en zie je dagelijks. Maar liever zagen de heren een net zo grote focus op de financiële situatie.

“Neem die eens echt goed onder de loep”, adviseert Hoekzema. “Door de lage rentes was de behoefte daaraan niet zo groot. Je moet geld verdienen met de dingen die je doet en dat is niet altijd met je machinepark. Op ijzer schrijf je af. Investeer vaker in de bodem; dat is duurzaam.”

Knollema weet wat deze ontwikkeling remt. “Fiscaal is het lastiger om bodemverbetering, een activiteit als egaliseren bijvoorbeeld, in de kosten te krijgen. Dat maakt het onaantrekkelijk.”

“Maar bij heel veel telers is die overweging er niet eens geweest”, reageert Hoekzema.

Nieuwe gewassen en precisielandbouw

In de Veenkoloniën is de laatste jaren best veel veranderd, dankzij de prestaties van Avebe en wellicht op de achtergrond gestimuleerd door het Innovatieprogramma. Hoekzema heeft er mooie beeldspraak bij: de Veenkoloniale akkerbouwer heeft lange tijd in een lange gang gezeten met een bouwplan van gewassen voor coöperaties. Daar zijn de laatste tijd meer deuren ingekomen. Die deuren staan voor mogelijkheden als nieuwe gewassen en innovaties als precisielandbouw; kansen voor een grotere marge.

3. Ga anders om met perceel met lage opbrengst

Ga anders om met percelen met lage opbrengsten, vaak de lager gelegen percelen die snel vernatten. Beperk teeltrisico’s door op het tijdig af te ronden. Of bedenkt een alternatief voor die grond, zoals een zonnepark. Dit leidt tot acceptabele saldo’s op gronden die in prestaties onbetrouwbaar zijn.

Foto: Hans Banus
Foto: Hans Banus

Bedrijven staan op T-splitsing

Veel bedrijven bevinden zich op een bedrijfsmatige T-splitsing. Kiezen voor fysieke groei met extra personeel of intensiveren met ‘nieuwe’ teelten als ui, cichorei en peen.

Of een deel van je areaal een totaal andere bestemming geven, zoals een zonnepark. Een nieuw park staat op de planning in de buurt van Exloo. Hiervoor wordt uiteraard niet de beste landbouwgrond gekozen, maar de probleempercelen.

Lees ook: Waarom deze boer kiest voor zonnepark op zijn akkers

“Ik geef die telers groot gelijk”, zegt Knollema stellig. “Als je € 5.000 per hectare huur per jaar krijgt, is dat een mooi bedrag om over na te denken. Daar komen veel vragen over bij ons, ook om contracten voor klanten door te lopen. Maar het is meer dan alleen grondverhuur. Het kan zijn dat je belastingtechnisch in een andere box komt als je op deze manier een bepaalde waarde aan je perceel hangt. Daar moet je je goed over laten adviseren om de gevolgen te kunnen overzien.”

Je moet ondernemen, stellen de heren, anders val je af. Het gaat goed in de regio, maar bepalende factoren zijn de ontwikkelingen op de suikermarkt en in de betalingsrechten. Opletten en goede ondernemerskeuzes maken, blijven altijd noodzakelijk.

4. Zoek een 4e gewas

Onderneem. Zoek een 4e gewas voor de technische uitdaging en risicospreiding. Want, cliché maar waar: stilstand is achteruitgang. Uien is een leuke optie voor wie meer wil ondernemen, want de handel hierin is vrij en de grond in de Veenkoloniën maagdelijk voor een goede kwaliteit.

Foto: Hans Banus
Foto: Hans Banus

‘Bouwplan blijft de basis, maar zoek er iets bij’

Maar wat je ook doet: het bouwplan is de basis, zegt Knollema. “Aardappelen, bieten en graan. Mits je de boel gezond kunt houden. Dat is de voorwaarde voor een goede opbrengst. Bedrijven die zijn gegroeid, hebben vaak een heel eenvoudig bouwplan. Je kunt kijken naar een 4e gewas zoals ui of waspeen. Past het bij jou? Kun je er tegen als uien een seizoen niks waard zijn? Of ga je ervoor zorgen dat je steeds beter wordt in wat je doet?”

Een andere keuze is een baan buiten de deur om voldoende inkomen te vergaren. Niet meegaan in de vaart der volkeren, maar je eigen pad kiezen.

Veel ondernemers met een omvangrijk bedrijf komen uit een warm nest en hebben niet veel financiering nodig, ziet Knollema. “Dat is een leuke basis om op te bouwen.”

Bedrijfsovernames in familieverband lastiger

“Daarentegen worden bedrijfsovernames wel steeds lastiger. Zeker in familieverband. Er zijn steeds grotere schenkingen nodig. Als je 4 kinderen hebt en eentje wil overnemen, dan moeten de andere 3 een tegemoetkoming krijgen. Met schaalvergroting en dure grond is dat bijna niet te doen. € 20.00 tot € 25.000 per hectare schuld vinden we wel de max. Ouders vinden het ook steeds lastiger. Dat zijn uitdagingen in de sector”, zegt Knollema.

Het laden van zetmeelaardappelen bij akkerbouwer Adriaan Sandee. De teelt van fabriekers is belangrijk voor de Veenkoloniën. - Foto: Koos van der Spek
Het laden van zetmeelaardappelen bij akkerbouwer Adriaan Sandee. De teelt van fabriekers is belangrijk voor de Veenkoloniën. - Foto: Koos van der Spek

Dynamiek in het gebied

Die nieuwe deuren in de lange gang vol fabriekers, granen en bieten; betekenen die dat de regio lang achterover heeft geleund op die 3 basisgewassen?

“Absoluut niet!”, reageert Hoekzema. “Er is altijd dynamiek geweest in het gebied. De situatie heeft boeren gedreven tot bepaalde beslissingen. Consumptieaardappelteelt blijft lastig, omdat consument denkt dat een aardappel met donkere schil niet lekker is. Geografisch zitten wij ook niet heel handig; de handel komt je spullen niet even ophalen.”

“Bovendien zitten wij hier wat later met de teelten. Zo hebben we asperges weleens geprobeerd, maar tegen de tijd dat wij konden steken was de prijspiek al voorbij. Gelukkig hebben klimaatverandering en veredeling die achterstand wat goedgemaakt.”

5. Investeer in de bodem

Investeer vaker in de bodem. Het verbetert je bedrijf voor de lange termijn. Om te beginnen: laat het goedkope stro achter op het land.

Lees meer over het gezond houden van de bodem

5 kansen voor stabiele saldo’s in Veenkoloniale akkerbouw

Bodem is bepalend

Bepalend voor de toekomst is de bodem. De teruglopende condities baren de sector ook steeds meer zorgen, merkt Hoekzema. “Onze akkers net zo rijk doorgeven als wij ze hebben gekregen, gaat al niet lukken. Je ziet de bodem achteruitgaan.”

Het tij moet keren, zegt hij. “Voor relatief lage prijzen wordt stro verkocht. Weet je wel wat je afvoert? Bij de lage graanprijzen moet zo’n gewas zich maar zien te redden. De bemesting gaat naar dure gewassen. Dat werkt een negatief saldo in de hand. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht met lage saldo’s. Dat kunnen we voorkomen.”

Eén reactie

  • agratax.1

    Wat is er veranderd in de laatste 40 jaar in de veenkoloniale landbouw? Niets de hier geschetste problemen en hun oplossing zijn in grote lijne gelijk aan die van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dan te bedenken dat de boeren zich een slag in de rondte hebben gewerkt en miljoenen hebben geinvesteerd in bedrijfsontwikkeling. Wat is de vooruitgang, dat ze weer net zover zijn en de overname nog steeds een probleem is, misschien wel groter dan decennia geleden. De veenkoloniale landbouw drijft op AVEBE, Cosum en wat graan, hennep etc. De pijlers zijn dus verwerkende cooperaties (hun eigen bedrijven). Zij moeten de grondstoffen produceren en daarmee is hun bedrijf een onlosmakelijk onderdeel van deze industrie de grondstof leverancier. Helaas grondstoffen zijn in de huidige wereld economie doorgaans de sluitpost en daarmee niet het best betaalde onderdeel van de productie.

Of registreer je om te kunnen reageren.