80 Lbv- en Lbv+-deelnemers met vee op andere locaties

Agrarisch gebied. 8% van de deelnemers aan Lbv en Lbv+ houdt vee op een andere locatie. Foto: Herbert Wiggerman
Er zijn tachtig veehouderijen die aan de landelijke stoppersregelingen Lbv en Lbv+ meedoen, die op andere locaties bedrijfsmatig vee houden. Dat is 8% van het totale aantal deelnemers van 952 veehouders met een getekende overeenkomst, blijkt uit een analyse van RVO. Demissionair landbouwminister Femke Wiersma schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer.
In de brief laat Wiersma weten dat veehouders die via deze stoppersregelingen subsidie hebben gekregen niet elders een veehouderij met dezelfde diersoort mogen starten of overnemen. RVO ziet toe op dit doorstartverbod door periodiek te controleren. Wiersma schrijft ook dat ze wil benadrukken dat voor deelnemende veehouders een locatieverbod geldt. Dit betekent dat op de locatie nooit meer bedrijfsmatig koeien, varkens, kippen of vleeskalveren gehouden mogen worden. Dit wordt onder meer geborgd door ondertekening van een (model)overeenkomst en (een verzoek tot) wijziging van het omgevingsplan.
Gegevens niet apart bijhouden
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









