5 vragen aan CEJA-voorzitter Peter Meedendorp
De Europese koepel van jonge boeren (CEJA) bereikt dit jaar de pensioengerechtigde leeftijd (67). Voorzitter Peter Meedendorp (24) houdt de organisatie springlevend. De akkerbouwer uit Onstwedde timmert aan de weg. Hij praatte mee in de strategische dialoog over de toekomst van het Europees landbouwbeleid. En hij zit aan tafel in de Europese raad voor landbouw en voedsel (EBAF).

Peter Meedendorp: “Uiteindelijk hebben we de EU als Nederlandse land- en tuinbouw keihard nodig voor de afzet van onze producten.“ Foto: Jan Willem van Vliet
1. Je bent akkerbouwer in Onstwedde en bestuurder in Brussel. Wat doe je het liefst?
“Als je me dat met het pistool op de borst zou vragen, dan is het antwoord: op ons bedrijf akkerbouwer en loonwerker zijn. Al vind ik CEJA ook een fantastische club, waar 33 nationale jonge boerenorganisaties, waaronder NAJK, samenkomen.
Bij veel jonge boeren spookt emigratie hierdoor soms door het hoofd. Ik begrijp dat wel. Je wilt vooruit en dan is het fantastisch om een nieuw bedrijf op te bouwen op een plek waar daar ruimte aan wordt gegeven. Aan de andere kant: in Nederland hebben we sommige zaken ook goed voor elkaar. We hebben een enorm goede infrastructuur met onze coöperaties, en met de meeste ketenpartners zijn goede afspraken te maken. Maar onze milieugebruiksruimte is beperkt en vergunningverlening ligt compleet vast. Soms is het dan moeilijk om de kansen te zien als jonge boer.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









