1956: De stoppelknol was wintervoer met een risico
Stoppelknollen waren op de zandgronden vroeger een populair nagewas. Met wat extra bemesting groeide het als een dolle.

Mocht de hooibouw eens minder goed uitvallen, dan was er altijd nog de mogelijkheid een flinke partij stoppelknollen te zaaien en zo de wintervoorraad aan te vullen. Op de foto het loof dat zoveel mogelijk vers voor de koeien ging. De rest werd ingekuild voor later gebruik. Knollen en loof waren een welkome aanvulling op het rantsoen van hooi en krachtvoer. - Foto: Misset
Deze foto is uit 1956. Een lading loof van stoppelknollen staat klaar om aan de koeien gevoerd te worden. Stoppelknollen waren een populair nagewas op de zandgronden. Nadat rogge, gerst en vroege aardappelen van het land waren, ging de stoppelknol erin. In korte tijd kon een zaadje uitgroeien tot een flinke knol met dito loof. Het eiwitrijke hapje was een welkome aanvulling op het winterrantsoen dat destijds voornamelijk uit hooi en krachtvoer bestond.De stoppelknol was echter niet zonder risico. Sommige boeren gaven de jonge planten een al te royale extra bemesting, om zo maximaal gebruik te maken van de korte groeitijd. Het addertje zat hem, als gevolg van de extra stikstof, in de aanmaak van veel nitraat. In de koeienpens wordt dat omgezet in nitriet, dat een dodelijke nitrietvergiftiging tot gevolg kan hebben.
Voorspelling onderzoekers
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Mag ik opmerken dat knollen rooien niet gebeurde, de knol werd aan het loof uit de grond getrokken. Bij mijn weten bestond het rantsoen van melkkoeien uit hooi, warme kuil en knollen en voederbieten aangevuld met krachtvoer afgestemd op de behoefte van ieder koe.