1939: Een goede stier was een móóie stier
Klein maar fijn, zo dachten boeren vroeger over fokkerij. Uiterlijk was het belangrijkst. Productie en duurzaamheid waren nog geen item.

De keuring van stiertjes was vroeger vaak tegelijk met de veemarkt, meestal ergens centraal in dorp of stad. Dat is ook op de afbeelding te zien bij bijvoorbeeld het bord linksboven in beeld. Dat geeft voetgangers de instructie om op woensdag- en zondagavond rechts te houden. De kleding zegt ook iets over de tijdsgeest. De jeugd draagt weliswaar winterjassen, maar jongens dienden evengoed een korte broek aan te hebben. De leeftijd waarop de lange broek aan mocht, verschilde per streek. - Foto: Misset
Volgens de krabbel achterop is deze foto gemaakt in 1939. De vraag is of dat klopt, want dat jaar ging er mond- en klauwzeer rond. Hoewel er nog geen landelijke regels waren zoals een vervoersverbod, is het toch niet erg waarschijnlijk dat er veekeuringen werden gehouden.
Want dat is waar het tafereel op de foto over gaat. De stierkalveren hebben een eerste en een tweede prijs in de wacht gesleept. Voor de eigenaren zeer verheugend. Immers: een gelauwerde dekstier bracht meer geld in het laatje dan zomaar een stier.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Wat ik over die geschiedenis heb meegekregen is dat een aantal Noord Hollanders al hoog productieve koeien hadden toen de Friezen nog op witte voetjes fokten. De Amerikanen waren in Nederland wezen winkelen voor koeien en vonden in Noord Holland de hoog productieve dieren waar ze naar op zoek waren.