Varkenshouderij

Achtergrond 1023 x bekeken

Varkenshouderij moet 
de wereldmarkt op

De toekomst ligt in export naar groeimarkten 
buiten Europa. Daarvoor is een eensgezinde varkenshouderij nodig, betoogt Uri Rosenthal.

Een kant-en-klaar plan is het niet, de visie die de regiegroep Vitale Varkenshouderij afgelopen week naar buiten bracht. Meer een probleemanalyse met een oplossingsrichting. Daverend enthousiasme oogstte voorzitter Uri Rostenthal dan ook nog niet – binnen noch buiten de sector – op zijn plannen.

Redding van verre markt

Toch slaat de oud-minister wel enkele ­piketpalen, die op termijn van belang kunnen zijn. Zijn belangrijkste boodschap: verwacht je heil niet van de Europese markt. Daar is krimp en zware concurrentie. De groei zit bij de middenklasse van de opkomende economieën in Afrika en Azië.

Dit is een breuk met de visie van bijvoorbeeld Daan van Doorn, oprichter van Vion, die zich juist wilde richten op de driehoek Londen-Parijs-Berlijn. En het is een breuk met iedereen die denkt dat Nederland niet kan concurreren op de markten buiten Europa. Daar moet het geld juist wel verdiend worden, aldus Rosenthal. Kernwoord daarbij is ‘verwaarding van het hele varken’, inclusief snuiten en staarten, en bloed en botten, ook wel ‘het vijfde kwartier’ genoemd.

Samenwerking nodig

Om op die verre markten geld te kunnen verdienen is samenwerking nodig binnen de sector en vooral tussen varkenshouders onderling, vindt Rosenthal. Hij stelt dat ondernemers meer als een collectief op moeten treden. Er is een betere afzetstructuur nodig, ook voor de afzetpromotie en kennnismarketing, vermeldt het persbericht waarin zijn visie wereldkundig is gemaakt. Hoe dat concreet moet, staat daar overigens niet in.

Niet alleen focussen op kostprijsverlaging, maar ook op verhoging van het rendement, wil Rosenthal. Een krachtig collectief zou daarvoor onmisbaar zijn. Hij vindt hierin bijval van slachterijorganisatie COV. Die stelt in een reactie dat het goed is dat de focus nu verlegd wordt naar afzet, export naar Azië en derde landen en dat de nadruk komt op opbrengsten in plaats van kosten. “De sector laat nu geld liggen, we hebben de beste varkenshouders, goede verwerkers en exporteurs, daarmee kunnen we goed geld verdienen”, aldus de COV-woordvoerder.

Kernpunten visie Rosenthal (lees hier het hele interview!)
- Niet snijden in omvang varkensstapel.
- Focus op export buiten Europa.
- Samenwerking nodig in de sector.
- Hulp nodig voor varkenshouders die moeten stoppen.

Krimp niet nodig

De slachterijen zijn het met Rosenthal eens dat krimp van de varkensstapel in Nederland niet de oplossing is voor de huidige problemen. Verkleining van het aantal varkens zou geen prijsherstel opleveren, maar de sector wel doen krimpen. “Er is wereldwijd een groeiende vraag naar kwalitatief goed en veilig varkensvlees. Nederland kan dat efficiënt produceren. Als wij minder varkens gaan houden, zullen andere landen snel ons marktaandeel overnemen.” Deze visie leidde meteen al tot kamervragen van de PvdA, die wil van staatssecretaris Sharon Dijksma van Economsiche Zaken weten of zij ook vindt dat de varkensstapel op peil moet blijven.

De komende maanden zijn er verspreid in het land bijeenkomsten waar Rosenthal zijn visie voorlegt aan varkenshouders. Over zijn probleemanalyse zal weinig discussie zijn: iedereen in de keten verdient geld, van voerleverancier tot supermarkt, behalve de varkenshouder. “Door de versnippering in de sector worden varkenshouders uitgespeeld door andere schakels in de keten.” Dat is een schrijnende situatie die om verandering vraagt. Maar hoe precies, daarvoor is nog altijd geen duidelijk recept.

Of registreer je om te kunnen reageren.