Rundveehouderij

Nieuws 1213 x bekeken

Kleine verschuiving in kwaliteit boerderijmelk

Zutphen - In de kwaliteit van boerderijmelk zijn verschuivingen merkbaar op het gebied van groeiremmende stoffen en in mindere mate boterzuur. Dat blijkt uit gegevens van Qlip in Zutphen.

Het percentage boterzuur met de melding  ++ (gasvorming in beide buizen) komt voor 2013 uit op 0,86 procent van alle monsters. In 2012 was dat 0,69 procent. Een lichte verslechtering dus. Dubbel plus leidt tot korting op de melkprijs.  Het aantal monsters met gasvorming in slechts één buis (uitslag + -) steeg van 5,1 naar 6,1 procent.

Een gunstige ontwikkeling is er juist te zien in het percentage monsters met aanwezigheid van groeiremmende stoffen (antibiotica). Het aantal kortingsgevallen ligt al erg laag, maar daalde in 2013 nog verder van 0,024 procent naar 0,017 procent van de monsters. Veehouders worden steeds zorgvuldiger op dit belangrijke aspect van de melkkwaliteit.

Het gemiddelde celgetal is nagenoeg stabiel gebleven op 204.000 cellen per milliliter melk. Ook het percentage boven 400.000 is nagenoeg stabiel op 3,1 procent. Hoewel het gemiddelde kiemgetal  iets toenam van 10.500 naar 10.900, bleef het aantal monsters met meer dan 100.000 kolonievormende eenheden per millimeter melk (kve/ml) stabiel op 0,7 procent.

Qlip stelt ook het ureumgehalte in melk vast. Deze waarde is niet zozeer van belang voor de kwaliteit van de melk, maar wel voor de beoordeling van het rantsoen en de eiwitbenutting. Het ureumgehalte is van gemiddeld 21,4 gestegen naar 22,7 milligram per 100 gram melk. Deze stijging wordt volgens Qlip vooral veroorzaakt door de hogere waarden die gemeten zijn in de maanden juli tot en met oktober.

Of registreer je om te kunnen reageren.