Pluimveehouderij

Achtergrond 1814 x bekeken

Vaccinatie tegen vogelgriep komt in zicht

Door technologische ontwikkelingen ontstaan er de komende jaren meer kansen om vaccinatie van pluimvee te gebruiken in de strijd tegen vogelgriep. Om de nieuwe mogelijkheden te kunnen benutten, zal het non-vaccinatiebeleid van de EU op de schop moeten.

Van tijd tot tijd schrikt het onderwerp vogelgriep ofwel Aviaire Influenza (AI) de pluimveesector op. Er is dan weer een besmetting geconstateerd op een pluimveebedrijf. Meestal gaat het om besmettingen met een laagpathogeen virus die zich de laatste jaren met enige regelmaat voordoen. In de meeste gevallen treffen deze virussen uitloopbedrijven. Waarschijnlijk dragen wilde vogels het virus over.

Flinke schade

Bij een uitbraak van hoogpathogene vogelgriep zoals eind vorig jaar, houdt de pluimveehouderij de adem in. Bij velen in de sector staat de grootschalige uitbraak van vogelgriep in 2003 nog scherp op het netvlies. Meer dan 400 bedrijven, een derde van de Nederlandse pluimveestapel, moesten toen geruimd worden omdat het niet lukte het AI-virus de pas af te snijden. De directe schade bedroeg zo’n 300 miljoen euro.

Internationaal

Niet alleen in Nederland en verderop in Europa zorgt vogelgriep regelmatig voor kopzorgen in de pluimveehouderij. Over de hele wereld duiken verschillende varianten van AI-virussen met regelmaat van de klok op. Vogelgriepvirussen verspreiden en muteren zich meer dan ooit te voren, waarschuwde de World Health Organisation (WHO) afgelopen voorjaar.
Vooral de subtypes H5 en H7 baren zorgen, omdat deze snel kunnen muteren van een milde naar een zeer ziekmakende (hoogpathogene) variant.

Vaccineren kan een onderdeel zijn van de bestrijdingsaanpak van AI, maar wordt in de praktijk nog niet toegepast.

H5- en H7-uitbraken

Sinds het begin van 2014 zijn bij de Organisatie for Animal Health (OIE) 41 H5- en H7-uitbraken gemeld. Hierbij ging het om zeven verschillende virussen in twintig landen in Afrika, Amerika, Azië, Australië, Europa en het Midden-Oosten. Afgelopen voorjaar en zomer zorgde een grootschalige uitbraak van vogelgriep (H5N2-virus, red.) in vooral het midwesten van de Verenigde Staten voor veel opschudding. Honderden pluimveebedrijven raakten besmet en zijn geruimd. Dat AI-virussen ook gevaarlijk kunnen zijn voor mensen, is een extra reden voor de grote maatschappelijke aandacht voor uitbraken van vogelgriep.

Bij de bestrijding van vogelgriep draait het vooral om het ruimen van besmette bedrijven om verdere verspreiding van het virus de pas af te snijden. Vaccineren kan een onderdeel zijn van de bestrijdingsaanpak (lees ook ‘Non-vaccinatiebeleid van de EU’), maar wordt in de praktijk niet toegepast.

Gebrek aan vaccins

Waar het vooral op vastzit, is het ontbreken van effectieve vaccins die je snel en grootschalig kunt toedienen. „Bij een concrete dreiging of tijdens een uitbraak is het essentieel dat een grote hoeveelheid kippen in korte tijd gevaccineerd wordt. Aangezien massa-applicatie niet mogelijk is, is vaccinatie ook praktisch onuitvoerbaar”, meldt Annet Blanken, woordvoerder van het Centraal Veterinair Instituut (CVI) in Lelystad. CVI werkt met andere onderzoeksinstellingen aan mogelijkheden om van vaccinatie een bruikbaar middel tegen vogelgriep te maken. Lees ook het kopje ‘Vaccins in ontwikkeling’, onderaan dit artikel.

Een goede hygiëne en bij uitbraak snelle ruiming moeten dierziektes in toom houden.

Noodvaccinatie

„Ons huidige onderzoek naar AI-vaccinatie richt zich op de toepassing en niet zozeer op het vaccin zelf. Deze methode van vaccinatie bevindt zich nog in een experimenteel stadium. Er wordt momenteel onderzocht of de methode verbeterd kan worden en geschikt gemaakt voor toepassing onder praktijkomstandigheden. Het is van belang dat het juiste vaccin beschikbaar komt.” Overigens is het maar de vraag of noodvaccinatie bij een uitbraak van AI een bruikbaar middel in de strijd wordt, ook als er een goed vaccin zou zijn.

Epidemiologische modellen tonen dat noodvaccinatie niet effectief genoeg is in een situatie als in 2003 waarbij hoogpathogene influenzavirussen zich binnen en tussen bedrijven snel verspreiden. De immuniteitsopbouw bij de dieren duurt een à twee weken. Dat is te traag om een uitbraak in de kiem te smoren. Wel zouden in zo’n situatie pluimveedichte gebieden preventief gevaccineerd kunnen worden.

Preventief

Bij de beschikbaarheid van een goed vaccin zou je er ook aan kunnen denken om de hele pluimveestapel preventief te vaccineren, zoals nu bijvoorbeeld gebeurt voor New­castle disease (NCD).

Het is van tevoren niet duidelijk welke stam/variant van de vogelgriep een toekomstige uitbraak veroorzaakt. Momenteel is er geen vaccin dat tegen alle typen werkt en een brede bescherming kan bieden. CVI in Lelystad doet momenteel samen met het bedrijfsleven en Universiteit Utrecht onderzoek binnen het zogenoemde Castellum-project.

Op dit moment is nog onbekend of de huidige vaccins tegen bekende hoogpathogene H5-stammen in de praktijk voldoende werkzaam zijn. Blanken: „In het algemeen werken de vaccins goed onder laboratoriumcondities, maar vallen ze tegen zodra commerciële dieren worden gevaccineerd in het veld. Indien bij vaccinatie onvoldoende immuniteit ontstaat, is het risico dat virussen onopgemerkt aanwezig blijven.”

Preventieve vaccinatie van de Nederlandse pluimveestapel is onder de huidige EU-regels niet toegestaan. Daarnaast is het de vraag of vaccinatie economisch haalbaar is. Ook zijn er economische handelsbeperkingen. Diverse landen willen geen producten van gevaccineerde dieren importeren.

 

Onderscheid

Een belangrijke voorwaarde om de Europese Commissie zo ver te krijgen dat ze het non-vaccinatiebeleid bijstelt, is het kunnen maken van onderscheid tussen gevaccineerde dieren en dieren die besmet zijn met vogelgriep of een besmetting hebben doorgemaakt.
Er zou in theorie een onderscheid gemaakt kunnen worden tussen gevaccineerde kippen en kippen die een besmetting met het vogelgriepvirus hebben doorgemaakt, door gebruik te maken van een vaccin van een ander N-subtype. Een H5-vaccin op basis van bijvoorbeeld het N-subtype N3 (H5N3) genereert antilichamen tegen H5 en N3 en geeft bescherming tegen H5N8 op basis van de H5-antilichamen. Indien het dier een infectie met H5N8 doormaakt worden er antilichamen tegen N8 gemaakt, niet tegen N3. Met een serologische test kan dit verschil aangetoond worden. Overigens zal gebruik van een methode om onderscheid te maken tussen gevaccineerde en geïnfecteerde dieren onderdeel moeten zijn van een EU goedgekeurd vaccinatieplan.

Voorlopig geen vaccinatie

Het lijkt erop dat vaccinatie van de pluimveestapel tegen vogelgriep de eerste jaren nog geen reële optie is. Al kunnen ontwikkelingen soms in een snelkookpan terechtkomen. Illustratief is wat er dit jaar in de Verenigde Staten gebeurde. Onder invloed van de grootschalige vogelgriepuitbraak is er het afgelopen half jaar in de VS, in hoog tempo gewerkt aan een vaccin dat pluimvee kan beschermen tegen H5N2-vogelgriep. Bij kippen zou het vaccin goed werken, maar bij kalkoenen was nog nader onderzoek nodig, rapporteerde het Amerikaanse ministerie van landbouw eind juli. Vorige maand meldde het ministerie te overwegen om een flinke voorraad verschillende H5-vaccins te laten produceren, vooruitlopend op de beslissing om bij een volgende uitbraak van vogelgriep vaccinatie in te zetten als middel om het AI-virus in te dammen. Of dat ook daadwerkelijk gaat gebeuren is nog niet bekend.

Vaccins in ontwikkeling

Op diverse plekken in de wereld werken onderzoekers bij onderzoeksinstellingen en bedrijven aan het ontwikkelen van vaccins tegen Aviaire Influenza (AI). Hierdoor lijken de mogelijkheden van bescherming van pluimvee tegen vogelgriep door vaccinatie toe te nemen.
Eind vorig jaar maakten Nederlandse onderzoeksinstellingen bekend dat ze een nieuw vaccin hebben ontwikkeld dat kippen beschermt tegen vogelgriep. Het middel moet het mogelijk maken om op grote schaal kippen te vaccineren zonder veiligheidsrisico’s.
Afgelopen zomer maakte het Franse farmaceutische bedrijf Ceva Santé Animale bekend te beschikken over een nieuw vaccin tegen hoogpathogene AI. Het heet Vectormune AI vaccin. Het vaccin biedt volgens Ceva bescherming tegen alle AI-virussen van het serotype H5. In tegenstelling tot traditionele vaccins bevat de nieuwe entstof geen gedode of verzwakte AI-virusdeeltjes.

Morgen verschijnt er een kort interview online met LTO/NOP-voorzitter Eric Hubers!

Of registreer je om te kunnen reageren.