Redactieblog

1403 x bekeken 3 reacties

Welke uienteler durft?

De uienteelt innoveert nauwelijks, evenmin is er productinnovatie. Dat zijn bedreigingen van de Nederlandse uiensector. Wie durft te innoveren?

Het Economisch Bureau van de ING Bank heeft recent een rapport opgesteld over de situatie in de uienmarkt. Zowel de productie als het areaal van de ui zijn de laatste jaren fors gegroeid. Produceerde Nederland begin jaren tachtig nog maar 300.000 ton uien, nu is dat 1,3 miljoen ton. Het areaal is inmiddels uitgegroeid tot boven 30.000 hectare, plantuien meegerekend.

Een van de kenmerken volgens het rapport is de kwaliteit van de producent. De telers in Nederland hebben de uienteelt goed onder de knie, en weten dit op een hoog niveau te houden.

Echter: met de kwaliteit van het product, de ui, is wel wat aan de hand. Zo zijn de laatste jaren de problemen met onder meer koprot ernstig toegenomen. Hoe komt dit? De opbrengst per hectare is de afgelopen jaren gestegen door rassenveredeling en een betere teeltstrategie. Zijn de telers toch te veel gericht geweest op het telen van zo veel mogelijk 
kilo’s en te weinig op kwaliteit?

Ongeveer 90 procent van de uien wordt geëxporteerd. Dit geeft een van de grote zwaktes van de uienmarkt aan. Export betekent: afhankelijk zijn van fluctuaties op wereldniveau; deze zijn niet altijd goed voorspelbaar. Handelaren weten daar echter steeds beter mee om te gaan. Nieuwe markten worden ontdekt en bewerkt. Daardoor doen zich mogelijk nog meer kansen voor op de uienexportmarkt.

Een van de grootste bedreigingen die worden genoemd in het rapport is de beperkte innovatie die momenteel in de uienteelt plaatsvindt. Door het wegvallen van het productschap is een vacuüm ontstaan om teeltproblemen aan te pakken. Het uitblijven van onderzoek en aanpak van het koprotprobleem is daar een schrijnend voorbeeld van.

Het rapport spreekt niet over diversificatie van de ui. De uienteelt is nu meer van hetzelfde, hooguit wordt er een uitstapje gemaakt naar de rode ui. Echte productinnovatie vindt niet plaats. Een parallel met de tomatenteelt van een paar decennia geleden tekent zich af. Focus lag op groei in kilo’s van hetzelfde type tomaat. De exportmarkt groeide en kon alle tomaten wegzetten. Tot op de grootste 
exportmarkt, Duitsland, het beeld ontstond van ‘Wasserbomben’, smakeloze tomaten die alleen uit water bestonden. Weg markt en prijsvorming.

Dreigt dit gevaar ook voor de uienmarkt? Gericht op export, kilo’s produceren, geen oog voor kwaliteit en te weinig innoveren. Bijna het recept voor marktblindheid en blokkades op innovaties. De 
uienteelt is gebaat bij innovaties als veredelen op resistentie tegen ziektes, smaak, maat, kleur, type.

De grote vraag bij innovaties is altijd wie dit ini­tieert, wie durft? Hier liggen kansen voor telers en telersgroepen. Samen met andere partijen in de keten, van veredeling, praktijkonderzoek tot afzet, experimenteren met nieuwe vormen en smaken van uien. Enerzijds om de kwaliteit te behouden, anderzijds ook om nieuwe producten op onze bestaande exportmarkten te introduceren. Innoveren op het hoogtepunt van de bestaande markt: het is er nu het juiste moment voor.

Laatste reacties

  • pinkeltje

    Al meneer van der Wekken het geschiedenisboek terug bladert zal hij zien dat koprot ook al eens eerder meerdere jaren achtereen een probleem is geweest. Moet je het boek wel 30 jaar terug bladeren. Het was de tijd van de SNUIF, promotie van de Engelse methode etc. Koprot is altijd een ongrijpbaar fenomeen geweest waar tot nu toe niemand echt een oplossing voor heeft gevonden. Dat wil niet zeggen dat het niet goed is om er aan te blijven werken maar het is wat te gemakkelijk om de oorzaak te leggen bij de nieuwe rassen en het gericht zijn op opbrengst. En er zijn ook nog steeds voorbeelden van rassen die we ook 50 jaar geleden al teelden. Mits de teler alles optimaal kan laten verlopen geven enkele van die gouwe ouwes ook nog steeds goede opbrengsten. Maar wie weet staat er iemand op die wat weet te innoveren in de uienteelt. Voorlopig is voor de meeste mensen in de sector een ui gewoon een ui. Die moet goudgeel en lekker hard zijn, bewaarbaar zijn etc. Vervolgens moeten we er wereldwijd niet teveel van oogsten en moet er zo her en der af en toe eens een misoogst zijn. Daar kan geen innovatie tegenop!

  • Jan-Zonderland

    @Pinkeltje, helemaal mee eens. Het is allemaal niet zo makkelijk als dhr vd Wekken hier stelt. Ik denk dat er genoeg research gedaan wordt om vat te krijgen op het fenomeen koprot maar het is een ongrijpbaar iets. Misschien dat ook het toelatingsbeleid van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen hier iets mee te maken heeft. Verder kun je nog inovatief zijn wat betreft diversiteit van uien maar het moet wel een ui blijven en de vraag is ook of er per saldo meer uien gegeten gaan worden als er meer variaties beschikbaar zouden zijn. En als er al iets nieuws bedacht zou worden dan springen er gelijk zoveel telers opo in dat een dergelijke niche ook niet lang een meerwaarde betekent. We zien dat vandaag de dag in de sjalotten. Is ook een dumpmarkt geworden.

  • Koos van Splunter

    De reacties van Pinkeltje en Jan Zonderland missen de intentie van innovatie. Natuurlijk is het belangrijk om gezonde goudgele harde uien te telen. Dat stond ook al in de keuringseisen van de jaren 80.
    Het artikel van Jacco van der Wekken spreekt me aan. Eind jaren 80 werd er door het juiste oogstmoment en bewaartechniek gewerkt aan het terugdringen van koprot. We zijn 30 jaar verder en niets opgeschoten. Sterker nog ik zie demoproeven waarin wordt gewerkt met visuele waarnemingen om het oogsttijdstip te bepalen. Zo komen we niet verder. In de fruitteelt wordt gemeten wanneer appels of peren geschikt zijn om te plukken. In de glastuinbouw weet men exact door metingen hoe de voedingsstoffen zich bewegen in de plant, naar het blad, naar de vrucht, naar de top, etc. In de uien vertrouwen we echter op onze ogen. Zet drie mensen bij elkaar om 50% strijken vast te stellen en je krijgt drie meningen en dan hebben we het nog niet over uien met een steile of andere bladstand.
    Het lijkt mij een mooie uitdaging om mee te werken. Wie weet kan het onderwijs hier ook een rol in betekenen.

Of registreer je om te kunnen reageren.